dinsdag 14 januari 2014

Wol

Het lijkt me wat surrealistisch.
Het is midden op een regenachtige middag en ik sta in een wolwinkel.
Dat gegeven zou best normaal kunnen zijn, maar zo zie ik het niet. Ik sta midden in een winkel die vol gepropt is met vrouwen van pensioensgerechtigde leeftijd en ze praten. Over iets. Over wol. En door mijn brein suist de gedachte: hoe creatief ik ook mag zijn, ik begrijp er helemaal niets van. Van al die draden die hier verspreidt liggen ben ik er minstens evenveel kwijt. De pluizige regenboog die mij aanstaart vanuit de metershoge kasten bestaat niet alleen uit duizend kleuren, maar in gedachten wuiven mij ook vestjes, jurken, sokken, sjaals en mutsen tegemoet. Beren en poppen. Alles wat die wollen bollen zouden kunnen worden, alleen weten ze het zelf nog niet.
En ik trouwens ook niet.
De winkel intrigeert me. Het is er warm en kleurrijk, zacht, en toch voel ik me een tikkeltje claustrofobisch. Er is hier zo ontzettend veel wol waar ik helemaal niets mee kan. Ik weet ├╝berhaupt niet welke houding ik hier aan moet nemen. Ik wiebel ongemakkelijk heen en weer als de verkoopster zich door de meute wurmt. Ik voel mij als een kaal persoon bij een kapper. Of misschien beter nog: als een dove in een platenzaak. Hij weet dat er mensen zijn die glimmende ronde schijven kopen, om ze in een machine te stoppen. Deze mensen raken verrukt en vervuld en maken ritmische, of zeer a-ritmische bewegingen.
De magie van zo'n schijfje vind ik in zo'n bol met wol. Ik zie dat mensen er iets mee doen, en dat het iets met hen doet. Maar hoe zo'n draad ineens uitrolt en insteekt tot een trui is voor mij een mysterie.
Nu zou je natuurlijk kunnen zeggen, dat waar een kaal mens weinig kans heeft op haargroei, en een dove nog minder kans op geluid, ik nog altijd kan leren hoe dat nou eigenlijk werkt. Ik kan de haas uit de hoed trekken en ontdekken dat er een simpel trucje voor gebruikt wordt. Dat het na lang oefenen mijn tweede natuur wordt en dat ik met liefde en trots mijn eigen maaksel kan dragen. Dat zou natuurlijk kunnen.
Of -en dat is me na tien minuten dromen, terwijl het gepraat onvermoeid verder gaat, wel duidelijk- ik kan gewoon accepteren dat breien me vrij weinig interesseerd, en dat ik de dames hier liever tot kunstenaars maak.
Ja, dat lijkt me wel zo realistisch.