maandag 19 mei 2014

Prikken

Het is half negen 's avonds. De hitte van een heerlijke dag trekt een beetje weg door de ramen.  Buiten wordt volop gebarbecued, gelachen, genoten. En binnen?
Ik zit, bijna huilend, op mijn woonkamervloer met een injectiespuit in mijn handen.
De afgelopen week is toch echt de knoop doorgehakt om te beginnen met het invriezen van eieren en mag ik de komende dagen hormonen injecteren om de boel op gang te brengen.
Alleen, ik ben echt als de dood voor naalden.
Daarom zit ik op de vloer. Ik ben ooit na bloedonderzoek flauwgevallen en hoewel ik rationeel echt wel weet dat ik van zo'n prik niet doodga, ziet mijn lichaam dat anders. Mijn benen zijn slap en werken niet mee. Mijn hand zweeft, met injectiepen, boven de plek waar ik zou moeten kunnen prikken, maar hoewel ik af en toe een steekbeweging lijk te maken komt de naald niet dichterbij dan twee centimer van mijn huid. Het zweet gutst over mijn hele lichaam en ik vervloek en bespot mezelf dat ik die hele eierprocedure aan me voorbij had laten gaan als ik wist dat ik hier zo zou zitten op mijn woonkamervloer.
Het is vijf voor negen 's avonds. Ik ben in al die tijd nog niets opgeschoten. Ik heb de plek op mijn huid nog maar eens ontsmet. Elke verpleegster had al twintig andere mensen geinjecteerd in de tussentijd.
Misschien moet ik mijn ogen dicht doen. Nee, straks prik ik mis. Misschien moet ik een andere plek pakken, want in mijn buik prikken is ook weer zo wat.
Intussen bedenk ik me dat ik al een poosje het stuk huid vastheb waarin ik wilde prikken. Zo lang dat het een beetje pijn doet. Pijn heb ik dan toch al.
Het lukt. Na een half uur staren naar die rotnaald zit hij in m'n buik. Niet dat ik er iets van voel. Ik voel zelfs helemaal niets. Ik kijk met ongeloof naar mijn buik waar die naald nog inzit. En ook als ik hem er uit haal voel ik niets. En ik schaam me dat ik me ruim een half uur heb druk gemaakt.
Om niets.

maandag 12 mei 2014

Nacht

De nacht brengt zwart
en regen samen
mijn reflectie
in de ramen.
op straat
een eenling slentert traag
door het gisteren 
van vandaag.
even leek of ik in hem herkende
misschien een flintertje ellende
mijn reflectie regent zacht
al het zwarte uit de nacht

vrijdag 2 mei 2014

Volkert

Toen ik vanmorgen, veel te vroeg, wakker werd en me als in mijn gebruikelijke zombiemodus door mijn ochtendrituelen vocht, klonk tussen het meezingen in de douche en het klaarmaken voor de nieuwe dag de stem van de nieuwslezer die het journaal van zeven uur besprak. Nieuws dat je langer bezig kan houden dan alleen een brakke ochtend.
Het nieuwtje ging natuurlijk over de vrijlating van ons' Volkert, de man die twaalf jaar geleden het leven van 'ons' Pim' op een vrij abrupte manier beƫindigde. Dat was natuurlijk niet zo chic.

Maar dat het niet chic is, vind ik niet het moeilijkst om te bevatten. Ik vind het moeilijker om in te denken wat Volkert met dat briljante plan gedacht had. Dat het na Pim allemaal beter zou worden? Ik vrees dat als Volkert had geweten dat er na Pim iemand als Geert op zou staan, hij zelf ook wel bedacht zou hebben dat die kale de moeite niet waard was geweest. En dan ga je de bak in voor een moord op een vent die tenminste nog stijl had. Ik denk dat Volkert daar best wel de balen van heeft.

En dan is er ook nog het hypocriete Nederlandse klootjesvolk. Ik vind het bizar om te bedenken dat Holleeder, de knuffelcrimineel die negen jaar vast zat voor afpersing en verantwoordelijk was voor ongeveer 25 liquidaties, na zijn vrijlating een baantje kreeg aangeboden bij de Nieuwe Revu. Iedereen wilde hem hebben voor een interview omdat het zo interessant was dat hij mensen afperste en liet vermoorden voor het geld. Zelfs Holleeder zelf snapt niet dat hij zo populair is.

En nu komt er een man vrij die dacht dat hij Nederland een dienst bewees. Hij deed het, in tegenstelling tot 'de Neus' niet voor het persoonlijk gewin, niet uit machtswellust, niet voor het geld. Deze man dacht gewoon dat Pim het land met zijn relatieve intolerantie naar de tandjes hielp. Dom, natuurlijk. Want Pim was slechts de uiting van de intolerantie van de domme massa die op hem stemde. En die massa is, as we speak, een klopjacht aan het organiseren op de man die dacht dat hij de moord pleegde als vorm van utilisme. Zoals het in mijn hoofd zich afspeelt zie ik de komende dagen een Telegraaflezende menigte met fakkels en hooivorken paraderen door plaatsen waar de man zich op kan houden. Wachtend om hem Ć” la de gebroeders de Witt te lynchen en ondersteboven op te hangen.

Het is eigenlijk raar dat de mensen die zulke bedreigingen uiten en liever een oog-om-oog-systeem willen.
Je weet wel, zo'n rechtssysteem zoals de Sharia.
Ik betwijfel of  'ons Pim' het zo gewild zou hebben...