zaterdag 1 november 2014

Geland

Eindelijk.
Mijn computer is aan. Ik kan weer normaal zitten. En bovenal, mijn hoofd doet weer een beetje mee. Na vier weken heb ik weer genoeg energie om een update te geven. En nu heb ik toch moeite om er een beetje een samenhangend verhaal van te maken.
Laat ik beginnen met het belangrijkste; de operatie is succesvol geweest. De hoeveelheid slijm in mijn buikholte viel mee, en op mijn eierstokken na was er niets aangetast en de chemotherapie in mijn buik schijnt goed werk te hebben gedaan. Ik werd wakker zonder stoma, wat me niet onaangenaam verraste, en hoewel ik erg moe was, viel het me mee hoe slecht ik me voelde.
Ja, natuurlijk heeft zo'n operatie z'n tegens. Het kotsen was bijvoorbeeld maar matig, hoewel ik al snel zou meemaken dat de hoeveelheid die ik regurgiteerde alleszins meeviel ten opzichte van andere patiƫnten op mijn afdeling, die het af en toe deden lijken op wat er doorgaans gebeurt na een gemiddeld schuurfeest.
Ook alle slangen die m'n lijf in en uitgingen waren ronduit onprettig. Gelukkig werd ik om de zoveel dagen van een slang ontdaan. Ik was voornamelijk blij om de slang die mijn voeding de eerste drie dagen verzorgde te lozen. Ik had erg veel geluk dat de sondevoeding niet door mijn keel ging, maar direct in mijn darmen werd geĆÆnjecteerd, maar desondanks gaf het geheel een nogal smerige nasmaak.
Die slangen zijn vooral ook onhandig. Met een katheter en drie drains in je buik is je bewegingsvrijheid, voor zover die door de operatie zelf niet al verkloot was, ronduit kut. Opstaan uit bed was in het begin echt iets waar ik over na moest denken. Het 'met je verkeerde been uit bed stappen' was nu letterlijk toe te passen. Om het maar niet te hebben over de liters vocht die ik meesleurde. Natuurlijk werd ik van de medicatie kneitermelig, waardoor ik dagenlang de wereldhit 'Ik wil ook zo'n drain met van die zakken aan de zijkant' in mijn hoofd had.
Over medicatie gesproken. De meest wonderlijke ervaring had ik op een avond dat ik niet kon slapen en van de verpleegster een 'inslaapmiddel' kreeg. Het was het soort van inslaapmiddel wat waarschijnlijk ook bij het Amsterdam Dance Event werd verstrekt, want als het iets niet deed, was het mij doen inslapen. Totaal los van de aardkloot doen raken, daar leek het meer op. Ik lag dan wel in een ziekenhuis, maar alles werd plotseling paars, ik heb eekhoorns zien raven en hoewel ik elke zoveel minuten door schorpioenen werd geprikt, leken het me toch best leuke huisdieren. O ja, en alles was uiteindelijk te linken aan George Clooney. De verpleegster en ik waren het er om 5 uur 's nachts over eens dat ik die pil maar niet nog eens zou moeten proberen, maar als je toch met drugs experimenteert, waar beter dan in een uitzonderlijk goed ziekenhuis?
Want dat moet gezegd worden. Het Antoni van Leeuwenhoek is, als je de kanker niet meeneemt in het verhaal, best een fijne plek. Het benadert zelfs bijna een vakantiepark, compleet met activiteiten begeleiding, bibliotheek, en een restaurant dat behoorlijk veel keus heeft. En dan heb ik het nog niet eens over de helden van de verpleging. Het respect dat ik heb voor deze beroepsgroep is enorm, maar vooral in een ziekenhuis waar de zonnige kant niet bepaald vanzelfsprekend is, is de bijdrage van de verpleging van onschatbare waarde. Het maakt het extra vreemd om aan bij het naar huis gaan te zeggen: Hopelijk tot nooit meer.

En nu ben ik thuis. Nou ja, ik bedoel bij mijn ouders thuis. Ik kan weer redelijk normaal lopen. De 20 centimeter aan ritssluiting die over mijn torso loopt is bijna dicht. Ik heb nu pas het gevoel dat ik weer een beetje beter ben.
Eindelijk.