We nemen soms de dagplanning door, of we lezen het nieuws, de krant, de instaberichten. Of we hebben het over onze verbouwing die, aangezien ons huis een monument is, nogal wat vergunningen vergt.
Ons huis is een monument omdat het eigendom is geweest van één van de families die Nederland, en daarmee ook ons dorp, groot heeft gemaakt in de baggerindustrie, dit jaar honderd vijfenvijftig jaar geleden.
"Weet je wat onze tuin nog nodig heeft?", mijmert mijn liefde. "Een mooie baggerbak".
Wat hij bedoelt is een baggermolenemmer en ons dorp staat er vol mee, tegenwoordig vaak dienst doende als plantenbak.
"Ja, leuk", reageer ik, terwijl ik eigenlijk een puzzel aan het maken ben.
"Mooi, zo. Ik heb er al een gekocht. We kunnen hem vanochtend nog ophalen".
Ik kijk naar buiten. Het is grijs en de regen striemt in lange halen over de ramen. Mijn mond pruilt onwillekeurig, maar ik ga akkoord voor het verhaal en zet mezelf in beweging om me om te kleden naar mijn kluskleren.
Als ik in mn brakkepak de trap afstrompel, - naast mijn hersenen zijn mijn knieën ook niet beter uit de strijd gekomen na mijn val-, is mijn liefde al bezig om ons oude aanhangwagentje aan de auto koppelen.
We komen aan bij het huis van een vrouwtje dat de oorlog nog bewust heeft meegemaakt. Ze leunt op een bezem en wordt vergezeld door haar dochter en kleindochter. Ik kijk naar de bak en bedenk. Die is geen 30 kilo. Het vrouwtje verteld over haar man die al 20 jaar dood is en over zijn werk in de baggerindustrie en dat hij hem toen een keer meekreeg en de bak was sindsdien niet meer van zijn plaats geweest.
Wij vertellen haar over de bestemming en ze vind het fantastisch dat de emmer 'weer terug naar de bron' gaat.
Ik trek mijn handschoenen aan en ik wil de baggeremmer een beetje verschuiven richting ons wagentje.
Neen.
Geen beweging..
Iets meer kracht zetten.
Ik zou net zo goed een treinwagon kunnen duwen. De emmer komt absoluut niet in beweging.
Mijn liefde zucht en neemt het over. Hij verplaatst de emmer wel iets, al kost het ook hem moeite.
Verschuiven is een ding, hem optillen om op de kar te krijgen is zijn eigen spel. Met de dochter en kleinkind strategisch gestationeerd klappen we de bak schuin tegen de onderkant van de emmer, en nu komt het aan op duwen, trekken, sleuren en als de emmer over het middelpunt is, klapt ons karretje in eens weer in horizontale stand, en bonkt de inspanning tegen mijn binnenhoofd.
We bedanken iedereen voor de prettige overdracht en mooie verhalen en rijden naar huis.
Als we onze oprit oprijden met de kar, bedenken we dat de bak te groot en te zwaar is om hem op ons stoepje te zetten. Maar waar dan?
We zetten m tijdelijk even bij de garage, bedenkt mijn lief en ontkoppeld het wagentje, die door het gewicht naar achter rijdt. Tegen mijn brakke knie.
Ik geef een schreeuw en mijn lief schrikt. De frustratie over mijn slecht werkende hoofd en mijn knieën richten zich kwaad tot de aanhanger.
Baggerbak.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten