dinsdag 12 mei 2026

Jong



Mijn liefde gaat meedoen met de 10 km van Leiden, mijn studentenstadje. Ik ga mee om hem aan te moedigen. Zelf heb ik al bijna drie maanden niet meer hardgelopen, omdat ik met mijn val waarbij ik mijn hersenschudding kreeg ook iets met mijn knie heb gedaan, waardoor die twee keer zo dik is als 'vroeger'. 

Als ik mijn liefde uit de auto heb gezet om zelf ergens buiten de singel te parkeren, verras ik mijn pleegzusje bij haar thuis, net als vroeger. We drinken koffie en halen herinneringen op van toen we nog jong waren en ik nog in t Leidsche woonde. De epische avonden dansen, maar ook die dag dat we om 10.00 voor een koffie gingen, maar de baas van de koffietent had iets te vieren dus werd het wijn en champagne en stonden we gierende van de lach om 14.00 s middags al starnakel in de zon, op een boot rond voeren, gewoon omdat het kon. 
Over het WK dat we op het plein op de bar stonden en bier doorgaven aan de menigte en van Persie die fantastische goal maakte. Kortom, de fantastische voordelen van jong zijn.

Mijn zusje loopt mee naar de plek waar mijn liefde langs zal rennen. Ik heb een bordje met ludieke tekst om hem aan te moedigen. We staan aan de rand van het park waar mijn liefde en ik onze eerste date hadden, en waar nu allemaal jonge mensen uitgebreid in de zon liggen. 
Mijn liefde stuurt me zijn locatie door net voordat zal gaan rennen. Ik gok dat hij binnen vijf minuten langs rent, maar dat hangt natuurlijk af van waar hij start. 

Een kwartier later is zijn locatie nog altijd niet veranderd. Lucas belt en zegt dat het niet opschiet.
Dan horen we dat er iemand is overleden en dat de 10 kilometer loop is afgelast. 

Geleidelijk zakt het besef dat er dus niemand langs ons rustig stukje route komt lopen en moet ik mijn liefde gaan  zoeken in de chaos. Wij zijn allemaal een beetje kribbig. Hij omdat we al die moeite hebben genomen om in Leiden te komen, en omdat hij zo lang moest wachten bij de start. Ik omdat ik al een beetje mensenmoe ben. Een manier om de teleurstellingen te uiten is om grappen te maken. De algemene aanname van de grappen: het was vast weer zo'n oudje, vast ongetraind.

We besluiten de teleurstelling maar iets positiever van ons sf te zetten met een drankje, op kruip afstand van mijn oude kamer. Mijn liefde maakt grappen over mensen die met een 10km medaille rondlopen, omdat hij vindt dat het een sticker is op niet gemaakt huiswerk. 

Mijn zusje en de collega van mijn liefde, die de 21KM in de benen heeft,  praten over het fitter zijn dan toen ze jong waren, en ik benijd ze een beetje, omdat ik nu zo onfit en moe ben. 

Na een drankje gaan we allemaal weer onze eigen weg. Mijn liefde en ik lopen door het park waar we onze eerste date hebben. Bij de fontein waar we kusten staan nu zes jonge meisjes hysterisch te huilen. 

De hardloper die is overleden was hun vriendin.
Ze was pas vijftien.
Zo jong.

maandag 11 mei 2026

Alias

Toen ik viereneenhalf jaar geleden ging kijken bij een nest puppies in Noord Groningen dacht ik vooraf voor een vrouwtje te gaan, maar mijn kleine kameraad koos voor mij en het werd dus een mannetje. Ik had op de heenweg over vrouwtjesnamen zitten denken, maar toen ik die kleine dwerg in mn handen gedrukt kreeg, vroeg de dame van de boerderij hoe ik m zou noemen. 
Ik wilde haar niet teleurstellen en flapte de eerste naam waaraan ik dacht uit: Paco.
Ik had de avond ervoor een Spaanse film gekeken en ene Paco was de hoofdpersoon. 

En toen zat hij er aan vast, aan Paco. Althans, dat is zijn naam. Maar zoals het een echte Paco betaamt heeft hij meerdere aliassen. 
Pacito, el Capo, Al Pacino, Pacocino als variatie op zijn naam.
Later kwamen we achter zijn bijzonder reukvermogen, dat zijn wazig zicht meer dan goed maakt, en dat nodigt uit tot namen als 'de neus' en 'snifdog' en de grappen rond zijn 'kartel', de uitlaatservice, zijn nooit ver te zoeken.

De labradormix van mijn vriendin heet Dexter. Mijn vriendin noemt hem Dex, maar deze vrolijke stuiterbal krijgt al snel de alias  Dexam, de afkorting voor het ADHD medicijn Dexamphetamine. 

Vanndaag liggen Paco en ik er op de bank, als ik ineens heftig geraas hoor. Ik ren naar het balkon en zie dat er niet een, maar twee politie helicopters rond onze wijk circelen. Ze lijken ergens naar te speuren.
Ik maak een filmpje van het imposant gebeuren en stuur het naar mijn kinderen.

Mijn zoon antwoordt met: "Waarschijnlijk een drugsLab"

vrijdag 8 mei 2026

Fazant

Kru kru

En weer stil. 

Ik loop met Paco door het bos. 
En onregelmatig hoor ik vanuit het struikgewas de kenmerkende kru ku van meneer Fazant. Als vogels mensen waren was de fazant een dandy. Mooie, kleurrijke jas aan, kop chique gemodelleerd. En als je echt er over nadenkt zijn kru kru zo schoor alsof hij net van t corps kwam.

Meneer Fazant zit in het hoge gras, en af en toe zie je alleen zijn staart. Ik Google of je ook fazanten in de tuin kan houden (dat kan, maar niet zonder volière) en als ik dicht bij genoeg kan komen en nu goed zicht heb, maak ik een fotootje, als herinnering aan deze majesteit.

Ik stuur de foto naar mijn man.

"Lekker" zegt hij, "Fazant eten?"

"Nou..,"denk ik: "dat is wel een beetje cru cru"

donderdag 7 mei 2026

French press

"Schatje, er is stroomstoring.. kan jij...en.. ..."
Ik drijf net weer naar boven na een diepe droom vol met de zin en onzin van mijn hersenen. Iets met tanks en oorlog (het is net 5 mei geweest) en eekhoorns die het voortouw nemen in de strijd en sigaren roken. 

Aan deze kant van Morpheus' oever is er ook wat reuring.
Mijn liefde dribbelt zijn ochtend ritueel, met zijn telefoon met zaklamp functie in zijn linkerhand en een tandenborstel in zijn andere hand loopt hij in en uit de slaapkamer op zoek naar de oorzaak van een nog niet duidelijk probleem.

"Wil je dat doen?", herhaalt mijn liefde, en ik mompel bevestigend.

Als ik iets later echt wakker ben, kijk op mijn telefoon. 6.50, en nog 8 procent batterij. Ik zoek mijn oplader, die ik ooit, om te voorkomen dat ik in mijn bed op mijn telefoon zou zitten, verplaatst naar mijn werkplek, met het ongewilde resultaat dat ik dus regelmatig met een bijna lege batterij wakker word. 

Als ik mijn telefoon in de lader stop, klinkt er niet de vertrouwde 'bloeb' die opladen betekent.

O ja, stroomstoring dus. 

Ik app mijn vriendin in de straat of ze ook zonder stroom zit. Ze bevestigt dit en meldt ze nu al de koffie mist. 

Ik heb een French press, zeg ik.

Wat is dat? 

Een koffie kan, maar dan druk je de koffie door het water in plaats van het water door de koffie. 

Ok, ik kom er nu aan.

Een kwartier later tettert de fluitketel en met een kan koffie ankeren we in de tuin.

Best lekker die french press, zegt mijn vriendin.

Als de stroom weer aangaat, bedenk ik dat mijn liefde me iets gevraagd had vanmorgen. Ik app m niet om te vragen wat, maar bedenk dat nu de stroom weer aan is, het wel mee zal vallen. 

Mijn -korte- werkdag gaat goed. Ik krijg minder snel hoofdpijn van mijn scherm,  en s'avonds kan ik zelfs mijn boek uit lezen. De bastard uit Istanbul, over de nasleep van de Armeense genocide. 

Dan zie ik, als ik in bed lig, en mijn telefoon alweer niet aan de lader heb gehangen, het filmpje van Emmanuel Macron die la Boheme zingt met de Armeense president en ik denk: 

Best lekker, die French Pres.


woensdag 6 mei 2026

Hersens schudden

 Ik heb een berg van dicht bij bekeken, de piste proberen te koppen. 

Nu loop ik al maanden rond als Jack Sparrow over de kade, maar er valt geen schip te commanderen, geen schatten te vinden. Hopelijk alleen weer mezelf.

Als verbeteringsproces ga ik weer schrijven, en ik houd het klein. 

Weer op zoek naar (mooie) woorden. 


Bakfiets

Ik wil een bakfiets.

Nee, ik heb geen kleine kinderen meer, 

En ben ook geen leverancier.

Ik woon niet aan de grachtengordel.

Ben ook geen kruidenier

Maar

Ik wil een bakfiets

Waar mijn hond de kop uitsteekt

Zijn oren waaiend in de wind.

Want met mijn nieuwe bakfiets 

Voel ik me als een kind,.

vrijdag 27 oktober 2023

Mohamed maakt het niet meer mee


Ik stap de keuken binnen en zie de formica tafel met plastic stoelen. Een stoel bezet en eentje leeg. In het midden een fles whiskey. En Mohamed's vriend Mourad.

Ik vraag hoe het gaat.

"Hmph" schokschouderd hij, "Mohamed heeft het niet meer mee hoeven maken...." 


De zin die ik de afgelopen jaren al zo vaak gehoord heb.


Onze vriend Mohamed.


Gevlucht uit Palestina in 1967. Hij herinnerde het zich nog zo goed. De totale  angst. Het niet weten wanneer hij zijn huis weer zou zien. Als tienjarige opgroeien in een tentenkamp in Syrië. De staatloze. Een vechtende voor geluk en voor de lach. Een die niet zou vechten, maar zou leren. 

Een beurs liet hem studeren in Rusland waar hij zijn geliefde tegenkwam. Na het uiteenvallen van de Sovjet bouwden ze hun huis op in Damascus. Van niets naar iets. Werk, leven, liefde. En de hoop ooit het huis waar hij was geboren te bezoeken. Het huis van zijn ouders te laten zien aan zijn Irina. 

En toen kwam de oorlog in Syrië. Alles wat hij had, verbrokkelde als vochtig zand uiteen.


In Nederland vond ik hem. Abu Tarek noemde ik hem, papa van Tarek. Zo als je dat met de ouders van je vrienden doet.

Hij zocht het lied en goed eten. Hij kookte, en lachtte, en zong.. En het leed sijpelde in de diepte zijn ogen.

Vluchteling te zijn uit Palestina,

Vluchteling te zijn uit Syrie.


De IND vroeg hem bij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning waarom hij geen asiel aanvroeg in Rusland. Zijn vrouw was tenslotte Russisch en vocht daar nog tegen kanker. 

Zijn antwoord was simpel: ik ben al twee keer vluchteling. Wie vertelt mij dat die onzin niet in Rusland losbreekt. Ik heb niets. Ik blijf hier en mijn vrouw zal met mij zijn. 


Ze kwam. Op humanitaire gronden mocht zij naar Nederland. Het AZC had een ziekenhuis bed geregeld, waar zijn liefde uitgemergeld en fragiel bij haar man kon zijn. Voor één maand slechts, ze stierf binnen een maand in een land dat ze niet anders kende dan als de beige binnenkant van een oud belastingkantoor, in een grijs en regenachtig stadje dat protesteerde tegen haar komst. 


Mohamed kreeg een verblijfsvergunning, een woning in een buitenwijk, een leegte in hart en ziel. Ik bezocht hem te weinig en hij noemde mij Zehbi, een scheldwoord met een grinnik. HIj haatte de eenzaamheid, en vond mij een slechte bezoeker, want ik was er zo weinig, vooral nu hij zo ver weg woonde. 


Een paar dagen voor hij doodging stuurde hij een foto. Hij had zijn familie voor het eerst bij elkaar, sinds de oorlog in Syrië. Althans, de mensen die er nog waren. Zijn broers, zijn zuster, en alle neefjes en nichtjes. 

De tekst die hij schreef bij de foto:

Zehbi, beter dan dit gaat het nooit worden. 


1 januari 2020 overleed hij, door onduidelijke oorzaak. 


De eenzaamheid van Corona isolatie. Mohamed heeft het nooit mee hoeven maken. 


De oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Mohamed heeft het nooit mee hoeven maken. 


De genocide van Gaza.

Mohamed heeft het nooit mee hoeven maken.