vrijdag 29 mei 2026
maandag 25 mei 2026
Dingen die ik anderen hoorde zeggen
"Ja, hij heeft wel werk, maar ik geloof dat hij z'n collega's nogal dom vindt."
- "Allemaal?"
"Ja, dat zei hij."
- "Nou ja, dat is wel lekker overzichtelijk..."
vrijdag 22 mei 2026
Onderbroekenlol
Weet je wat ik wel eens zou willen?
Nooit meer een string tussen mn billen.
Hoewel het blijkbaar chic mag staan
Vind ik er echt geen donder aan
Waarom zijn die dingen eigenlijk hip?
Een string zaagt zo vreeslijk in mijn bip
Waarom vrouwen erin moesten trappen
Daarvoor hun oerwoud te moeten kappen
Nee liever ben ik maar suf
Dan met zo'n sierlint in mn fluf
Ik verwelkom liever mijn bezoek
Gewoon met omaonderbroek
woensdag 20 mei 2026
Baggerbak
Mijn liefde en ik hebben de gewoonte te dag met koffie te beginnen in mijn werkkamer. Het is een klein kamertje dat in de ochtend het snelst warm is als de verwarming aanspringt en we hebben een prachtig uitzicht op de tuin, die door de stortbuien van de afgelopen dagen almaar groener lijkt te worden.
We nemen soms de dagplanning door, of we lezen het nieuws, de krant, de instaberichten. Of we hebben het over onze verbouwing die, aangezien ons huis een monument is, nogal wat vergunningen vergt.
Ons huis is een monument omdat het eigendom is geweest van één van de families die Nederland, en daarmee ook ons dorp, groot heeft gemaakt in de baggerindustrie, dit jaar honderd vijfenvijftig jaar geleden.
"Weet je wat onze tuin nog nodig heeft?", mijmert mijn liefde. "Een mooie baggerbak".
Wat hij bedoelt is een baggermolenemmer en ons dorp staat er vol mee, tegenwoordig vaak dienst doende als plantenbak.
"Ja, leuk", reageer ik, terwijl ik eigenlijk een puzzel aan het maken ben.
"Mooi, zo. Ik heb er al een gekocht. We kunnen hem vanochtend nog ophalen".
Ik kijk naar buiten. Het is grijs en de regen striemt in lange halen over de ramen. Mijn mond pruilt onwillekeurig, maar ik ga akkoord voor het verhaal en zet mezelf in beweging om me om te kleden naar mijn kluskleren.
Als ik in mn brakkepak de trap afstrompel, - naast mijn hersenen zijn mijn knieën ook niet beter uit de strijd gekomen na mijn val-, is mijn liefde al bezig om ons oude aanhangwagentje aan de auto koppelen.
We komen aan bij het huis van een vrouwtje dat de oorlog nog bewust heeft meegemaakt. Ze leunt op een bezem en wordt vergezeld door haar dochter en kleindochter. Ik kijk naar de bak en bedenk. Die is geen 30 kilo. Het vrouwtje verteld over haar man die al 20 jaar dood is en over zijn werk in de baggerindustrie en dat hij hem toen een keer meekreeg en de bak was sindsdien niet meer van zijn plaats geweest.
Wij vertellen haar over de bestemming en ze vind het fantastisch dat de emmer 'weer terug naar de bron' gaat.
Ik trek mijn handschoenen aan en ik wil de baggeremmer een beetje verschuiven richting ons wagentje.
Neen.
Geen beweging..
Iets meer kracht zetten.
Ik zou net zo goed een treinwagon kunnen duwen. De emmer komt absoluut niet in beweging.
Mijn liefde zucht en neemt het over. Hij verplaatst de emmer wel iets, al kost het ook hem moeite.
Verschuiven is een ding, hem optillen om op de kar te krijgen is zijn eigen spel. Met de dochter en kleinkind strategisch gestationeerd klappen we de bak schuin tegen de onderkant van de emmer, en nu komt het aan op duwen, trekken, sleuren en als de emmer over het middelpunt is, klapt ons karretje in eens weer in horizontale stand, en bonkt de inspanning tegen mijn binnenhoofd.
We bedanken iedereen voor de prettige overdracht en mooie verhalen en rijden naar huis.
Als we onze oprit oprijden met de kar, bedenken we dat de bak te groot en te zwaar is om hem op ons stoepje te zetten. Maar waar dan?
We zetten m tijdelijk even bij de garage, bedenkt mijn lief en ontkoppeld het wagentje, die door het gewicht naar achter rijdt. Tegen mijn brakke knie.
Ik geef een schreeuw en mijn lief schrikt. De frustratie over mijn slecht werkende hoofd en mijn knieën richten zich kwaad tot de aanhanger.
Baggerbak.
donderdag 14 mei 2026
Hemelvaart
Een regenachtige loop door duingebied
Waar honds gedol en kinderlach
Strijdt tegen het wolks verdriet
En het maakt tot een perfecte dag
Thuis wacht de dampende thee
En de haard knabbelt aan zijn houtjes
Komen we knussig bij mijn oude oudjes
En nemen wat verhalen mee.
In de avond dineren we aan het strand
Het is de hele wereld waard.
Negenenzeventig schrijven we in het zand
Dan mijn pa die naar het water staart
En ons wijst lachend met zijn oude hand
Kijk een schip dat schijnt ter hemel vaart
woensdag 13 mei 2026
Parfum
Mijn lieve tante is al een aantal jaar overleden en mijn nichtjes en ik hebben een paar spulletjes te verdelen, voornamelijk sieraden en kleine snuisterijen. Om dat te doen spreken we af om te lunchen bij een van mijn nichtjes thuis in de zon.
Mijn nichtje woon prachtig en heeft een mooie tuin met een kasje en vrolijk geurende planten. Het is altijd gezellig om mijn nichtjes weer te zien ook omdat we alle vier in een andere uithoek van Nederland wonen.
Onze tante was eigenzinnig en had een eigen smaak, dus we denken er allemaal even over na wat er voor ons ligt.
Een voorwerp vind ik echt mooi, en dat is een ouderwets parfumflesje, met inhoud. Ik denk niet dat de geur nog goed is, want het flesje is een beetje vuil aan de binnenkant. Maar, het heeft een snoezig bewerkt dopje en het kristal is prachtig geslepen. Mijn nichtjes hebben voorkeur voor iets anders. Ik maak het open en de ouderwetse, overheersende geur van Chanel 5 wasemt door de lucht. Een iets bedorven geur trouwens, maar grappig genoeg is dat juist hoe Chanel 5 echt zou moeten ruiken. Naar oude dametjes die door de jaren heen heel zuinig zijn geweest op hun flesje.
De geur is de (groot) moederlijke geborgenheid om je in te wentelen. Ik word er altijd gelukkig van.
We lunchen en halen onze mooie herinneringen op aan onze lieve tante, het kamperen bij haar op de boerderij, de kunst die door haar en ons aller leven liep en hoe onze oudjes, en haar broers en zussen, nu echt ook heel oud zijn en dat we hopen dat we elkaar weerzien vóór dat een van hen wegvalt.
Net voor ik wegrijd, houd ik het flesje nog eens in de hand. Iets tastbaars, iets ruikbaars. Wil ik het flesje schoonmaken en zelf gebruiken? Of het een sterk geurend testament laten zijn van de verleden tijd?
Ik kies voor het laatste.
Als ik thuis kom heeft mijn liefde ons grasveld ingezaaid en bemest.
En Paco is uit de keuken ontsnapt om zich uitgebreid te in de geur van de boerderij te wentelen.
Als een parfum.
dinsdag 12 mei 2026
Jong
Mijn liefde gaat meedoen met de 10 km van Leiden, mijn studentenstadje. Ik ga mee om hem aan te moedigen. Zelf heb ik al bijna drie maanden niet meer hardgelopen, omdat ik met mijn val waarbij ik mijn hersenschudding kreeg ook iets met mijn knie heb gedaan, waardoor die twee keer zo dik is als 'vroeger'.
Als ik mijn liefde uit de auto heb gezet om zelf ergens buiten de singel te parkeren, verras ik mijn pleegzusje bij haar thuis, net als vroeger. We drinken koffie en halen herinneringen op van toen we nog jong waren en ik nog in t Leidsche woonde. De epische avonden dansen, maar ook die dag dat we om 10.00 voor een koffie gingen, maar de baas van de koffietent had iets te vieren dus werd het wijn en champagne en stonden we gierende van de lach om 14.00 s middags al starnakel in de zon, op een boot rond voeren, gewoon omdat het kon.
Over het WK dat we op het plein op de bar stonden en bier doorgaven aan de menigte en van Persie die fantastische goal maakte. Kortom, de fantastische voordelen van jong zijn.
Mijn zusje loopt mee naar de plek waar mijn liefde langs zal rennen. Ik heb een bordje met ludieke tekst om hem aan te moedigen. We staan aan de rand van het park waar mijn liefde en ik onze eerste date hadden, en waar nu allemaal jonge mensen uitgebreid in de zon liggen.
Mijn liefde stuurt me zijn locatie door net voordat zal gaan rennen. Ik gok dat hij binnen vijf minuten langs rent, maar dat hangt natuurlijk af van waar hij start.
Een kwartier later is zijn locatie nog altijd niet veranderd. Lucas belt en zegt dat het niet opschiet.
Dan horen we dat er iemand is overleden en dat de 10 kilometer loop is afgelast.
Geleidelijk zakt het besef dat er dus niemand langs ons rustig stukje route komt lopen en moet ik mijn liefde gaan zoeken in de chaos. Wij zijn allemaal een beetje kribbig. Hij omdat we al die moeite hebben genomen om in Leiden te komen, en omdat hij zo lang moest wachten bij de start. Ik omdat ik al een beetje mensenmoe ben. Een manier om de teleurstellingen te uiten is om grappen te maken. De algemene aanname van de grappen: het was vast weer zo'n oudje, vast ongetraind.
We besluiten de teleurstelling maar iets positiever van ons sf te zetten met een drankje, op kruip afstand van mijn oude kamer. Mijn liefde maakt grappen over mensen die met een 10km medaille rondlopen, omdat hij vindt dat het een sticker is op niet gemaakt huiswerk.
Mijn zusje en de collega van mijn liefde, die de 21KM in de benen heeft, praten over het fitter zijn dan toen ze jong waren, en ik benijd ze een beetje, omdat ik nu zo onfit en moe ben.
Na een drankje gaan we allemaal weer onze eigen weg. Mijn liefde en ik lopen door het park waar we onze eerste date hebben. Bij de fontein waar we kusten staan nu zes jonge meisjes hysterisch te huilen.
De hardloper die is overleden was hun vriendin.
Ze was pas vijftien.
Zo jong.
Abonneren op:
Posts (Atom)