woensdag 4 maart 2015

Hechting


Als je ineens van nul naar drie kinderen gaat in een half jaar is dat best wel een beetje wennen. Mijn vorige stukje eindigde met huilende kinderen op de chipsafdeling van de Dirk. Ik kreeg de afgelopen weken vaak de vraag hoe het nou afgelopen is en of we nou wél of niet met patatje Joppie- chips naar huis gingen.

Ik heb in ieder geval de fijne mogelijkheid om etenswensen van kinderen af te wijzen op basis van het feit dat ik niet hun moeder ben. Dat klinkt een beetje laf, maar de woorden: "kijk maar of je die chips dit weekend bij je moeder los kan peuteren" geeft in ieder geval tijdelijk een oplossing. Het magere lange termijn geheugen van de jongste twee maakt die zin nu nog een erg fijne manier van conflictvermijding.
De oudste daarentegen, die weet helaas drie weken later nog steeds dat ik, ongeacht het weer, haar beloofd had om buiten te spelen of naar school zou brengen. Ik ben steeds royaler met het woordje misschien geworden, want kinderen lijken mogelijkheden zonder dat woord voor beloftes aan te zien. Voornamelijk bij leuke dingen zoals: We zouden naar het park kunnen gaan, we zouden ook kunnen vliegen naar de vakantie. Dat verandert al heel snel in: Maar we gingen naar het park! Maar we zouden gaan vliegen!

Ik heb gelukkig het idee dat ze mij nog niet zo verschrikkelijk vinden. Sterker nog, misschien raken ze nog een keer aan me gehecht.






Over hechting gesproken. Onlangs voelde ik overigens iets scherps aan mijn litteken. Ik ben dan zo'n idioot die daar aan gaat krabben en poeren, maar het resultaat gaf me toch enige voldoening. Uiteindelijk trok ik dwars door mijn huid nog drie centimeter hechting uit mijn lijf. Hoef ik me daar ook geen zorgen meer over te maken.

donderdag 18 december 2014

Inburgeringscursus 1

Wat is er gebeurd?
Waar ben ik beland?
Waar is de nooduitgang?

Het is een doordeweekse avond en ik sta ontredderd in de supermarkt. De houding die door mijn gezichtsspieren wordt aangenomen moet er wanhopig uitzien, want de andere mensen kijken me een beetje meewarig aan en schuifelen snel naar een ander gangpad.
Voor mijn voeten ligt een kleine jongen, op zijn rug, met een grote zak 'Patatje Joppie'-chips in zijn vuistjes. Zijn hoofd is rood aangelopen, en de explosie aan geluid dringt nu pas tot mijn oren door.
'Iihihiik wil chiihiihiipss!! Ik wiiihil naar pápá!!!! ', gilt het vanaf de tegels. Aan het eind van de gang staat een ander miniatuur te stampvoeten en roept dat ik stom ben.

Dit is er gebeurd.

Het is ongeveer een half jaar geleden dat ik, niet in de meest briljante periode van mijn leven, de liefste man ooit vond. Iemand die sindsdien met mij huilt, en met mij lacht, en met wie ik ongegeneerd hard van het leven geniet. Iemand waar ik me echt best wel oud mee zie worden. Iemand die naast mij, ook nog drie echte kinderen heeft.
Om de drie wat beter te leren kennen, leek het me handig om langzaam te integreren in het gezinsleven. Van school ophalen, duizend wassen draaien -echt, het is of die koters non stop door de modder rollen-, en met de twee oudsten boodschappen doen.
Natuurlijk wist ik dat kinderen een effect kunnen hebben op je leven, maar ik heb nooit een andere rol gehad dan een van een toffe tante die af en toe op komt passen en van wie kinderen laat op mogen blijven en computerspelletjes mogen spelen en wél snoep mogen eten. Nú besef ik me maar al te goed dat laat opblijven ten koste gaat van het humeur de volgende ochtend, computerspelletjes maar al te snel eindigen in een debâcle waarbij controllers door de lucht vliegen en moet ik nog beginnen over de ellende die suiker heet?

Hier ben ik beland.

Ik ben, vind ik zelf, geen ontzettende 'nee'-zegger, maar als ik dan nee zeg, kan ik uit principe geen ja meer zeggen. Hoe harder je dan om ja schreeuwt, hoe neeër het wordt.
En nu sta ik in het gangpad van de chips. Ik houd niet van Patatje Joppie, en nou doen die kinderen net alsof ik hun moeder ben. En dat ben ik niet. Ik sta gewoon toevallig met twee kinderen die niet van mij zijn in de supermarkt, die staan te schreeuwen om hun papa. En ik probeer mijn geduld te bewaren en de gedachte te bedwingen:

Waar is de nooduitgang?

zaterdag 1 november 2014

Geland

Eindelijk.
Mijn computer is aan. Ik kan weer normaal zitten. En bovenal, mijn hoofd doet weer een beetje mee. Na vier weken heb ik weer genoeg energie om een update te geven. En nu heb ik toch moeite om er een beetje een samenhangend verhaal van te maken.
Laat ik beginnen met het belangrijkste; de operatie is succesvol geweest. De hoeveelheid slijm in mijn buikholte viel mee, en op mijn eierstokken na was er niets aangetast en de chemotherapie in mijn buik schijnt goed werk te hebben gedaan. Ik werd wakker zonder stoma, wat me niet onaangenaam verraste, en hoewel ik erg moe was, viel het me mee hoe slecht ik me voelde.
Ja, natuurlijk heeft zo'n operatie z'n tegens. Het kotsen was bijvoorbeeld maar matig, hoewel ik al snel zou meemaken dat de hoeveelheid die ik regurgiteerde alleszins meeviel ten opzichte van andere patiënten op mijn afdeling, die het af en toe deden lijken op wat er doorgaans gebeurt na een gemiddeld schuurfeest.
Ook alle slangen die m'n lijf in en uitgingen waren ronduit onprettig. Gelukkig werd ik om de zoveel dagen van een slang ontdaan. Ik was voornamelijk blij om de slang die mijn voeding de eerste drie dagen verzorgde te lozen. Ik had erg veel geluk dat de sondevoeding niet door mijn keel ging, maar direct in mijn darmen werd geïnjecteerd, maar desondanks gaf het geheel een nogal smerige nasmaak.
Die slangen zijn vooral ook onhandig. Met een katheter en drie drains in je buik is je bewegingsvrijheid, voor zover die door de operatie zelf niet al verkloot was, ronduit kut. Opstaan uit bed was in het begin echt iets waar ik over na moest denken. Het 'met je verkeerde been uit bed stappen' was nu letterlijk toe te passen. Om het maar niet te hebben over de liters vocht die ik meesleurde. Natuurlijk werd ik van de medicatie kneitermelig, waardoor ik dagenlang de wereldhit 'Ik wil ook zo'n drain met van die zakken aan de zijkant' in mijn hoofd had.
Over medicatie gesproken. De meest wonderlijke ervaring had ik op een avond dat ik niet kon slapen en van de verpleegster een 'inslaapmiddel' kreeg. Het was het soort van inslaapmiddel wat waarschijnlijk ook bij het Amsterdam Dance Event werd verstrekt, want als het iets niet deed, was het mij doen inslapen. Totaal los van de aardkloot doen raken, daar leek het meer op. Ik lag dan wel in een ziekenhuis, maar alles werd plotseling paars, ik heb eekhoorns zien raven en hoewel ik elke zoveel minuten door schorpioenen werd geprikt, leken het me toch best leuke huisdieren. O ja, en alles was uiteindelijk te linken aan George Clooney. De verpleegster en ik waren het er om 5 uur 's nachts over eens dat ik die pil maar niet nog eens zou moeten proberen, maar als je toch met drugs experimenteert, waar beter dan in een uitzonderlijk goed ziekenhuis?
Want dat moet gezegd worden. Het Antoni van Leeuwenhoek is, als je de kanker niet meeneemt in het verhaal, best een fijne plek. Het benadert zelfs bijna een vakantiepark, compleet met activiteiten begeleiding, bibliotheek, en een restaurant dat behoorlijk veel keus heeft. En dan heb ik het nog niet eens over de helden van de verpleging. Het respect dat ik heb voor deze beroepsgroep is enorm, maar vooral in een ziekenhuis waar de zonnige kant niet bepaald vanzelfsprekend is, is de bijdrage van de verpleging van onschatbare waarde. Het maakt het extra vreemd om aan bij het naar huis gaan te zeggen: Hopelijk tot nooit meer.

En nu ben ik thuis. Nou ja, ik bedoel bij mijn ouders thuis. Ik kan weer redelijk normaal lopen. De 20 centimeter aan ritssluiting die over mijn torso loopt is bijna dicht. Ik heb nu pas het gevoel dat ik weer een beetje beter ben.
Eindelijk.

vrijdag 3 oktober 2014

Bijna tijd.

Het is niet helemaal stil in mijn kamer. Het tikken van mijn vingers op het toetsenbord wordt ritmisch bijgestaan door de secondewijzer van de klok.
Tik tak..
Het is vrijdagmiddag en zaterdagochtend lijkt zowel enorm ver weg, maar voelt toch bijna tastbaar.
De afgelopen dagen ben ik veel aan het nadenken over hoe ik het beste met de situatie om kan gaan.
Ik schok vorige week heel erg dat de operatie zo snel kwam. Het voelde alsof er een trein aan emotie op me afdonderde en me zou raken zoals in Anna Karenina (2012) (ja, de film. Het boek is ongetwijfeld beter, maar ik ben de laatste tijd niet meer van de lange adem qua lezen). Ik was lichtelijk in paniek. 
Maar al snel voelde het alsof ik, net als Ulysses in die andere geweldige film, O Brother, Where Art Thou? (2000),  geketend en al in die rijdende trein moest proberen te komen.
Je schrikt van het geweld dat op je afkomt, en dan zet je alles op alles om toch maar met die wind mee te waaien. Uiteindelijk hoef je dan slechts te vertrouwen op de goede golfstroom, zoals Thor Heyerdahl in Kon Tiki (2012), de avonturier die op een balsahouten vlot over de Pacific naar Polynesië voer.

Dokter Vic kwam net langs. Morgen om 8:00, als het gros van Leiden lallend naar huis gaat na een machtig mooi 3 oktoberfeest, begint hij met zijn team aan een operatie van acht uur.
Hij vroeg of ik nog vragen had, maar ik kon niets anders verzinnen dan of hij wat foto's wilde maken van het geheel en of hij van muziek hield, wat hij beide beaamde. Om sfeer te proeven van de OK kunt u morgen dus luisteren naar dit jazzy muziekstation.

Ik wilde iedereen vragen om morgen positiviteit naar me te sturen. Misschien door aan me te denken, of een kaarsje te branden, maar nog fijner zou ik het vinden als je de naam van een nummer of een leuke film in het commentaar zet waarvan je denkt dat ik beter word.
Wat ik denk dat iets meer ritme nodig heb dan alleen het tikken van de klok.

woensdag 24 september 2014

I can't move

De hele zomer had ik dingen om naar uit te kijken. Sinds de tweede punctie, waarbij drie embryo's gelukt zijn, heb ik een heerlijke vakantie achter de rug, is mijn broertje getrouwd met zijn Bientje, heb ik gefeest, gehockeyd, gedanst, gezongen, gelachen, geleefd.
En nu heb ik een operatie datum. 4 oktober. Brody zei gisteren aan de telefoon: de struisvogel wordt hard uit de grond gerukt.
En met een opkomende operatie die op je afstormt, reageer ik als een hert die op een snelweg recht in de koplampen van de aankomende auto kijkt. Ik blokkeer volledig.

Afgelopen maandag had ik een screeningsdag in het ziekenhuis. Ik leek me goed te redden. Goed luisteren, vragen stellen. Maar na zeven uur met dertien verschillende mensen praten voelde ik me alleen maar leeg en ongelukkig. Met elke mogelijkheid op complicaties denk je toch na over hoe dat je leven beïnvloed. Zal een tekort aan hormonen mijn karakter beïnvloeden? Ik ben al ooit depressief geweest, wat als dat terugkomt? Wat als ik nou nooit meer zin heb in seks? Hoe ga ik hockeyen in het geval dat ik een stoma krijg? Ben ik oppervlakkig als ik twijfel dat mijn "quality of life" ooit gaat verbeteren met zo'n ding?

Ik merk dat ik op 'uit' sta. Na het ziekenhuis word ik op het station gedropt, en ik zombie naar het perron. Er rijden geen treinen door een lijnbreuk en alles dat beweegt, doet het onopgemerkt.
Ik sta.

I can't move.




dinsdag 29 juli 2014

Punctie (2)

Het goede nieuws. De punctie is volbracht. De immense pijn die ik de eerste keer had bleef gelukkig achterwege en afgezien van de stress die ik alsnog had verliep het allemaal iets soepeler. De extra pijnstillers die ik die ochtend nam bleken goed te werken.

Minder nieuws. Vooral in vergelijking met de vorige 'oogst' heb ik maar matig geproduceerd. Ik durf nog niet echt te zeggen hoeveel. Ik wil eerst afwachten tot het bericht hoeveel er in de vriezer belanden.

Dank iedereen voor alle lieve berichten!

Romance

Misschien een half uur na mijn post over mijn aankomende punctie kreeg ik een berichtje van eerder genoemde romance:



Ik steiger een beetje. Is de term romance niet goed? Is die status te min? Het is in ieder geval beter dan:
je scharrel;
je neukertje;
Of de vangst van de dag;

Dat is dan allemaal nog veel vrijblijvender.

Je kan ook kiezen voor:
je verkering, maar dan denk ik aan middelbare scholen of aan hockeytournooien, waarvan de ongeschreven regel geldt dat ze tongend wordt ingeleid in het fietsenhok;
je vriend, maar dat kan terminologisch eigenlijk iedereen zijn en is evengoed erg gendertypisch;
je partner... jeugh.. Ik zie unisex regenpakken en broodjes pindakaas voor de lunch. Of iemand die je louter meeneemt naar een borrel om desperaat te laten zien dat ze echt wel een sexleven hebben.

Dan heb je ook nog de categorie 'Nou Lopen We Een Beetje Op De Zaken Vooruit' met:
de liefde van je leven;
de parel in je oester;
de vader van je kinderen;

Dat zijn allemaal gedachten die je best wel mag hebben, maar beter niet te veel kan delen. Vooral als je elkaar op de kop af twee maanden kent. Leuk hoor, maar als je elkaars wederzijdse ouders en andere familieleden alleen van de verhalen kent, komen dat soort termen eerder psychopatisch dan liefhebbend over.

Het nichtje van mijn aanstaande schoonzuster herintroduceerde bij mij de term romance en die bleef eigenlijk meteen hangen. Het klinkt liefdevol en impliceert dat er meer speelt dan sex, meer dan vriendschap, meer dan gewoon gezellig. Niet geheel onvrijblijvend, maar we hebben het over twee maanden speelplezier.. En ik heb die mojito's nog niet gezien...