maandag 13 februari 2012

Schuifelen

Whitney Houston is dood.
Ik beschouw mezelf absoluut niet als fan van haar, maar zij is toch onuitwisbaar verbonden met mijn jeugd. Ik associeer haar altijd met Vlieland. De oudste groepen van mijn lagere school gingen daar altijd naar toe op schoolreisje. In de Vliehorst, een langwerpig gebouw van één verdieping, waarin de jongenskamer en de meisjeskamer in de beide uitersten van het gebouw lagen en de middelste ruimte dienst deed als eetzaal en activiteitenruimte. Op de eerste dag schreven we daar standaard een kaart aan onze ouders, waarna we vrij hadden en buiten exact het zelfde deden als op het schoolplein: voetbal, tikkertje en schommelen. We maakten in dat lange weekend excursies over het eiland, we gingen wadlopen, we speelden levend stratego en ik vond het allemaal geweldig interessant.
Tot die gevreesde laatste avond; Bonte avond én Disco.
Door bonte avond kon ik me nog wel heen worstelen. Ik vond acteren leuk, en toen hoorde ik nog niet bij mezelf dat ik heel erg vals zong. Bovendien werd van iedereen verwacht dat er wel netjes voor elkaar geklapt werd.
De disco daarna vond ik echter verschrikkelijk. De veiligheid van een publiek dat beschaafd klapte viel weg, en lekker gek doen en dansen werd op eens vreemd. Alle jongens stoven naar de limonade en de meisjes naar de badkamers om de van moeder geleende make-up bij te werken. En ik wilde wel dansen, maar het liefst zonder aangestaard te worden, dus in mijn eentje op de dansvloer durfde ik niet. Heel langzaam kwam de sfeer een beetje los. En toen het net leuk en gezellig werd, kwam Whitney Houston's grootste hit: 'I will always love you'.
Mierzoet.
Schuifelen.
Met je vingers nog net de schouders van de jongen voor je aanraken en van links naar rechts waggelen. Uit de maat. Elkaar zo min mogelijk aankijken om te voorkomen dat een van de twee zou gaan blozen. Niet schuifelen en gewoon aan de kant staan was geen optie, want dat was niet cool. Het was vier en een halve minuut lang lijden of geleid worden.

En nu, negentien jaar later, is Whitney dood. Ik luister nog maar eens naar die hit waarop ik voor het eerst in mijn leven met een jongen danste.
Mierzoet en verschrikkelijk, maar ook... onvergetelijk.



woensdag 8 februari 2012

It giet net oân

Ik hou niet van schaatsen.
Dat zeg ik nu. Om de zelfde reden dat ik niet van valentijnsdag houd als ik geen kaartje krijg, ik niet van het Nederlands elftal houd als we tegen Spanje in de finale staan.
Van het woord 'elfstedentocht' kan gezegd worden dat het een van de meest uitgesproken, en opgeschreven woorden van deze week. En herhaling werkt. Vorige week was mijn enthousiasme over de tocht der tochten nog afwezig. Sterker nog, ik was eigenlijk blijer met de sneeuw, omdat sleeën en sneeuwballen gooien mij plezieriger voorkwam dan wankelend en stuntelend over die ijsvloer voortbewegen. Daarnaast heb ik een angst voor wakken die tegen het paranoide aanzit.
Toch, toen mijn buurman het speelplein naast ons huis besproeide, afgelopen woensdagavond, begon er iets te kriebelen.
Instant zwart ijs, met de veiligheid van asfalt en de vage belijning van wat voorheen een basketbalveld was. En donderdagmiddag stonden er ongeveer tien kinderen op. En zondagmiddag waagde ik het er ook maar op. Maandag was mijn angst zo geslonken dat ik op de Rijn en Schiekade heen en weer heb gerend, en zelfs heel even op de Witte Singel heb gestaan. Vandaag was ik er inmiddels van overtuigd. Ik ben geboren om te schaatsen. De schaatsen van mijn moeder, die gebruikt ze hoogst waarschijnlijk toch niet meer, worden uit het vet gehaald. Ze zitten als gegoten, niets afdoend aan het feit dat ze al vijftig jaar oud zijn.
Ik ben er klaar voor. Komend weekend ga ik naar Friesland. Om te kijken, van af het ijs.
Dan het nieuws. De elfstedentocht gaat niet door. Ik ben teleurgesteld. Een teleurstelling waar ik overmorgen wel weer overheen ben, maar het was toch mooi geweest. Het zou geweldig geweest zijn, net als ik dit jaar wel een valentijnskaart zou krijgen en het Nederlands elftal de EK-beker dit jaar mee naar huis zou nemen.

dinsdag 10 januari 2012

Dicht

Liever zeg ik opener.
Laat ik de sleutel buiten hangen
en zie met armen uitgespreid
hoe jij mijn luchtkasteel naar binnen klimt
en je van regel en dicht bevrijd.

Liever laat ik woorden
het licht naar binnen schijnen,
en toon je hoe je zinnen kneed.
Om ze dan op dromen te laten drijven
of te laten plonzen op het tafelkleed.

Liever zie ik ideeen
dansen met de onwaarschijnlijkheid
jou horen zingen met een pennenstreek
een lijn die plots een landschap leek
het papierwit als een zonnige weide

Ja opener vind ik toch iets lichter.
Dan het dicht van het zware dichter

donderdag 5 januari 2012

Compliment

Het is niet niks. Als iemand je verteld dat naast de grappen die je maakt, de knuffels die je geeft en het luisterend oor dat je biedt, je onmisbaar bent om het volgende:
"Marie, jij maakt echt de allerlekkerste chocolademelk".

En dat is nou net het makkelijkste van alles, en tegelijkertijd niet geheel onbelangrijk.

Misschien heb je zelf een knuffel nodig. Omdat het regent, en je een uur tegen de wind hebt ingefietst. Omdat je baas jouw inbreng niet geniaal vond. Omdat je liefste grootmoeder er niet meer is. Of omdat je nog steeds niet bent teruggebeld.
Maar misschien lig je juist lekker op de bank met een goed boek, of geniet je van je favoriete serie. Dan is het ook wel een goed excuus. Wil je echt het goede van de winter voelen?
Pak dan:
1 kopje koude melk (halfvol of vol. Magere melk is zonde)
1 thee-ei (of leeg theezakje) met lavendel
Gooi de lavendel in een pannetje, giet de melk eroverheen en laat langzaam warm worden.
In je nu lege maar vochtige kopje gooi je:
2 theelepels cacao.
2 theelepels honing.
3 theelepels bruine rum
en roer met een lepel tot dit een papje is.
Als de melk warm is (niet laten koken) vuur uitzetten, lavendel eruit halen en in je kopje gooien.

En dan moet je eerst gaan zitten. Bij voorkeur in je meest relaxte stoel, en dan een slok nemen...

En geef voor de verandering dan ook maar eens een complimentje aan je zelf.

dinsdag 3 januari 2012

Supermarkt

Dan sta je in de supermarkt, op de eerste maandag-eind-van-de-middag van het jaar. Hoewel de supermarkt maar een dag dicht is geweest dit weekend, lijkt het alsof iedereen zijn voorraadkast heeft leeggegeten en per direct zo veel mogelijk moet kopen om toch nog wat binnen te krijgen deze week. Ik heb niet zoveel nodig. Althans, ik weet dat er op het whiteboard in mijn keuken minstens acht items staan die op zijn en ik eigenlijk dringend moet kopen, maar van die acht heb ik alleen 'afwasmiddel' en 'vuilniszakken' onthouden.
Die hebben namelijk direct te maken met mijn goede voornemens: vaker afwassen en meer opruimen. Achteraf had het voornemen -vaker naar mijn whiteboard kijken- ervoor kunnen zorgen dat ik straks niet mijn tube tandpasta had hoeven open te knippen om het laatste restje eruit te wringen.
Tandpasta zit helaas niet in mijn gedachten. Wel het vinden van het begin van de rij van de kassa. Of zal ik toch even wachten tot de grootste drukte voorbij is?
Zo loop ik een beetje besluiteloos rond langs de huishoudelijke producten, de chips, de drank en land bij de tijdschriften. Net als ik een tijdschrift wil pakken word mijn aandacht getrokken door iets moois. Door iemand. Een meisje. Ik denk dat ze een jaar of vijf is en ze staat alleen, op twee meter van mij vandaan. De drukte aan mensen verstild als ik naar haar kijk, en naar hoe zij, heel langzaam een stuiterbal, die ze uit het schap gepakt heeft, heen en weer rolt over de vloer. Om vervolgens achter de bal aan te lopen en te kijken naar de glitters die er inzitten en door de lichtinval telkens anders kleuren. Het meisje volgt de bal, en mijn ogen het meisje. De stilheid die het gebeuren met zich meebrengt is enorm, enkel benadrukt door de snelle en ruwe afkapping van haar spel door een overhaaste moeder.
Het meisje wordt meegetrokken naar een nieuw geopende kassa, en de bal ligt in het gangpad van een overvolle supermarkt.

zaterdag 3 december 2011

Sint en Troika's

Het heerlijk avondje is gekomen en ik kijk er naar uit om met hond op schoot voor de open haard te zitten. De hapjes en drankjes gaan rond, net als de cadeautjes, die met een dobbelsteen elke paar seconden van eigenaar verwisselen.

Het mooiste van sinterklaas blijven voor mij de gedichten. Vaak zijn ze erg simpel en soms heel slecht. Ik herinner me van vroeger dat mijn vader altijd het minste zin had in het schrijven van gedichten, maar toch altijd juweeltjes schreef. Omdat je een goed team nooit moet vervangen schreef hij ze altijd op het zelfde metrum; de dodemansrit van drs p.
En altijd eindigde zijn geniale creatie met: troika hier, troika daar, dit gedicht is ook weer klaar.

Goed gestolen is altijd beter dan slecht bedacht.

dinsdag 25 oktober 2011

Inbreken (2)

Mijn zusje komt net aanfietsen als ik de politie aan de telefoon heb...

Ik moet eerst vertellen over mijn zusje. Afgezien dat we allebei blond haar hebben, en blauwe ogen, en een goed figuur trouwens, zijn er een aantal verschillen in ons karakter. Om ons karakter in taal uit te drukken zou je bij mij het best gebruik kunnen maken van de twijfelachtige, licht verlegen, stoffige en overpijnzende drie puntjes...
Mijn zusje is een uitroepteken. Een highly fashionable, snel levend hart van goud met een temperamentvol en knallend enthousiast uitroepteken!

"Zusje!"
"...Hey zusje," zeg ik met een half huilerige glimlach.
Ik leg haar uit wat er gebeurd is en ik maak voor mezelf een inventaris op hoe brak de situatie is. Mijn laptop is niet mijn leven, maar toch wel een groot onderdeel ervan.
"Dit is zó kut! Wat de fuck! Het is bijna net zo erg als toen ik bijna iemand aanreed waardoor mijn auto kapot is!" vat zus kort samen.
We zitten op de leuning van de bank naar buiten te kijken terwijl we een sigaretje roken voor de schrik en stiekem bedenken we welke van de hangjongeren op straat er nu anders bij staat dan normaal. Zal een van hen iets weten?

Wachten op de politie is heel vreemd. Ik kom nooit zo vaak in aanraking met de politie, en ik weet nooit wat ik moet verwachten. Of ze streng zijn. Of grappig.
Als er twee agenten mijn kamer binnenstappen en zich voorstellen als hoofdagent I. en agent J. ontsteekt zich achter mij een spontane geluidssensatie.
"Hallo! Wat goed dat jullie er zijn! Ik ken u!"
De linker spiermassa kijkt even en knikt alsof er heel ver weg een peertje gaat branden.
"U heeft mij geholpen met mijn auto-ongeluk vorige week!!! U was zo aardig en vriendelijk!"
"...jee, toevallig..."
Ik vind het heel erg dat haar auto kapot is, maar ik ben op het moment meer geïnteresseerd in het oplossen van mijn eigen zaak. Ik probeer er tussen te komen, maar het is hopeloos. Eerst moet het auto verhaal verteld.
Mijn zusje moest werken terwijl er een hutspotfeest bij haar in de straat werd gehouden. Door een blokkade moest ze in de achteruitversnelling dronken mensen ontwijken, wat resulteerde in een gemolesteerde achterkant van een auto en een verdrietig zusje.
Ik droom en beetje en ik zie de twee agenten het ratelende verhaal in zich op nemen.
"Helaas klopte het wat u zei! Mijn auto is totaal los! Niets meer aan te doen! Hopelijk krijg ik een nieuwe!"
Ik probeer tussen de enthousiaste explosies van zus door mijn verhaal te doen. Agent J. maakt foto's en praat met de buren en hoofdagent I. vraagt of ik mijn laptop kan beschrijven, voor als ze er een terug vinden.
Ik noem het merk. "... en er zaten stickers op, en een toets deed het niet zo goed meer..."
De hoofdagent knikt bemoedigend: "En, stonden er speciale programma's op?"
"...Gewoon Office XP, en zo..."
"Heb je backup's gemaakt?"
"...Ja..." en dan dringt de ernst plotseling door... "Behalve van mijn gedichten en verhalen..."
"NEEEEE!!!! Je verhalen!!". Zus is op dreef. "U MOET weten agent: Míjn zus is de allerbeste schrijfster in de omgeving. Zij is zó goed. Ze wordt later beroemd!"
Ik heb een kop waarmee je op een mistige dag nog best een haven zou kunnen vinden. "...Eh... ik probeer weleens wat..."
Blijkbaar heeft zus nog niet beklemtoond in hoeverre zij een fan is en wijst terstond naar het straatnaambord dat aan mijn muur hangt. "Later is ze beroemd en krijgt ze ook haar eigen straatnaam!!!"

Ik zak door de grond, geeft zus een tik en kreun: "...illegaal, muts"
en tegen de agent:"... Tja, eh, dat was een cadeautje.. Ik heb m echt niet zelf gestolen"
De hoofdagent schud lachend zijn hoofd: "Ach, mevrouw, dat houd ons ook weer aan het werk. Bovendien, u zult kunnen bewijzen dat het van u is, uw naam staat erop!"