Heb je wel eens dat je op een plek komt die je denkt te kennen als je broekzak, en dat er dan, als je er weer een keer komt, de situatie helemaal veranderd lijkt te zijn?
Ik had dat vroeger altijd als ik thuis kwam van vakantie. Als ik dan, moe van urenlang in de auto zitten, thuis kwam en na het begroeten van de hond naar mijn kamer ging, dacht ik altijd dat ik een beetje gek geworden was. Mijn kamer was dan super netjes, terwijl ik hem misschien niet zo heel netjes had achtergelaten en er stond altijd iets anders. Mijn knuffels zaten in een andere volgorde op de bank. De radio stond in de vensterbank in plaats van op mijn bureau. Soms lagen er paarse sokken in mijn klerenkast, terwijl ik juist alleen maar roze en blauwe sokken had. Het grote mysterie van mijn uit zichzelf veranderende slaapkamer loste zich pas op toen ik een paar jaar ouder was. Ik besefde toen pas dat de mensen die op ons huis pasten, terwijl wij in het buitenland waren, hun kleinkinderen op bezoek hadden gehad en dat mijn speelgoed ook voor hen heel erg leuk geweest moet zijn.
Nu ik al tien jaar niet meer thuis woon, verbaas ik me eigenlijk niet meer over het veranderde interieur. Tot vandaag.
In mijn kamer ligt een pet. Ik kijk er naar met lichte verbazing en verwondering. Ik heb voor het eerst sinds mijn kindertijd een beetje het gevoel dat er iets niet helemaal klopt in mijn bovenkamer en dat komt door die pet. Ik kamer verbaas me niet over dát er een pet in mijn kamer ligt, maar meer wát voor pet mij vanaf mijn bureau aanstaart. Het is een pet van Ruthless Records Merchandize. Een pet van de NWA. En dáár verbaas ik me over.
De eigenaar van deze pet moet een fan zijn geweest, want het is echt een heel mooi exemplaar. Maar, in de ruimte in mijn hoofd is de mogelijkheid dat mijn ouders mensen kennen die bekend zijn met de NWA bijzonder klein. In deze wijk doen we Ice Cubes bij de cognac, en er wonen misschien wel veel dokters, maar weinig Dre's. In het dorp waar mijn ouders wonen, zijn überhaupt niet zoveel NWA, en het aantal WAWA (White Ass With Attitude) is ook niet zo erg groot.
Hoe komt die pet dan in mijn kamer? Wie ken ik die een grote fan is van aggressieve hiphop? Ik zet de pet op. Hij staat me best goed, maar het voelt ook een beetje raar, als of ik het type meisje zou kunnen zijn die plots in zo'n video sta te dansen. Ik vraag aan mijn ma of ze weet van wie hij is, en als ze zegt geen idee te hebben, besluit ik hem maar tijdelijk te houden. Misschien moet ik ook maar wat attitude kweken.
Ik besluit dat ik hem maar zal dragen zoals Nina Gordon. Gangster rap, maar dan iets liever...
maandag 2 juli 2012
zaterdag 30 juni 2012
Slapeloos
Het is 3.45. Ik ben wakker.
De mensen die mij kennen, weten dat ik vrij makkelijk en graag slaap. Ik ga meestal niet zo laat naar bed, ik knap wel eens een uiltje op de bank. Ook ben ik vaak niet de meest gezellige bijrijder in de auto omdat ik na drie rotondes al lig te tukken. Ik houd van slapen.
En nu ben ik wakker.
Het rare van midden in de nacht wakker zijn is dat, hoewel je moe bent, je je gedachten vaak alleen maar kunt richten op het feit dat je wakker bent. De grote vraag bij mij is: Waarom ben ik in hemelsnaam wakker? Ik heb vandaag hard gewerkt en volgens mij hoor ik dan moe te zijn. Maar, nu ik er over nadenk, ik ben ook moe. Ik ben onwijs moe! WAAROM BEN IK WAKKER??
Ik ben niet aan het piekeren. Dat doe ik ook wel eens, dus ik zou het meteen herkennen als ik dat zou doen. Dan zou ik namelijk wel in slaap vallen, maar na een half uur door een nachtmerrie wakker worden. En nu pieker ik niet, want ik heb geen angst nachtmerries. Ik slaap niet eens.
Ik denk erover na of ik honger heb. Ik heb niet super goed gegeten tijdens m'n werk, maar mijn maag rammelt niet, dus dat kan het ook niet zijn. Ik heb ook niet echt dorst of zo. Heb ik misschien te laat nog koffie gedronken? Of cola? Ik weet het niet.
Ik kijk op mijn wekker en ik zie dat ik al twee uur en 45 minuten geleden naar bed ben gegaan en dat ik nog steeds wakker ben. En dat ik het liefst over 5 uur weer wakker word om leuke dingen te doen met mijn leven. Maar dan denk ik: vijf uur slaap. Dat is toch veel te kort? Ik moet nu slapen! Dan mis ik niets van morgen!
Ik merk dat ik een beetje kribbig word. Ook omdat er plots in mijn hoofd opkomt, dat, als ik toch wakker ben, ik net zo goed een stukje kan schrijven. Maar om echt op te staan en mijn laptop uit de andere kamer te halen, dat is me toch ook te gek. Bovendien geef ik dan toe dat ik niet kan slapen.
Na tien minuten geef ik de strijd met mezelf op. Ik werk mezelf uit bed, sleep me naar de woonkamer en ga even later weer liggen met mijn notebook op schoot...
...Om tien uur 's ochtends word ik wakker, met pijn in mn nek van mijn halve zithouding en met een laptop, in slaapstand.
De mensen die mij kennen, weten dat ik vrij makkelijk en graag slaap. Ik ga meestal niet zo laat naar bed, ik knap wel eens een uiltje op de bank. Ook ben ik vaak niet de meest gezellige bijrijder in de auto omdat ik na drie rotondes al lig te tukken. Ik houd van slapen.
En nu ben ik wakker.
Het rare van midden in de nacht wakker zijn is dat, hoewel je moe bent, je je gedachten vaak alleen maar kunt richten op het feit dat je wakker bent. De grote vraag bij mij is: Waarom ben ik in hemelsnaam wakker? Ik heb vandaag hard gewerkt en volgens mij hoor ik dan moe te zijn. Maar, nu ik er over nadenk, ik ben ook moe. Ik ben onwijs moe! WAAROM BEN IK WAKKER??
Ik ben niet aan het piekeren. Dat doe ik ook wel eens, dus ik zou het meteen herkennen als ik dat zou doen. Dan zou ik namelijk wel in slaap vallen, maar na een half uur door een nachtmerrie wakker worden. En nu pieker ik niet, want ik heb geen angst nachtmerries. Ik slaap niet eens.
Ik denk erover na of ik honger heb. Ik heb niet super goed gegeten tijdens m'n werk, maar mijn maag rammelt niet, dus dat kan het ook niet zijn. Ik heb ook niet echt dorst of zo. Heb ik misschien te laat nog koffie gedronken? Of cola? Ik weet het niet.
Ik kijk op mijn wekker en ik zie dat ik al twee uur en 45 minuten geleden naar bed ben gegaan en dat ik nog steeds wakker ben. En dat ik het liefst over 5 uur weer wakker word om leuke dingen te doen met mijn leven. Maar dan denk ik: vijf uur slaap. Dat is toch veel te kort? Ik moet nu slapen! Dan mis ik niets van morgen!
Ik merk dat ik een beetje kribbig word. Ook omdat er plots in mijn hoofd opkomt, dat, als ik toch wakker ben, ik net zo goed een stukje kan schrijven. Maar om echt op te staan en mijn laptop uit de andere kamer te halen, dat is me toch ook te gek. Bovendien geef ik dan toe dat ik niet kan slapen.
Na tien minuten geef ik de strijd met mezelf op. Ik werk mezelf uit bed, sleep me naar de woonkamer en ga even later weer liggen met mijn notebook op schoot...
...Om tien uur 's ochtends word ik wakker, met pijn in mn nek van mijn halve zithouding en met een laptop, in slaapstand.
donderdag 28 juni 2012
Bon bon
Ik was vandaag in Leonidas. Hoewel het filiaal in Leiden al een paar jaar geleden is geopend, ben ik er nog maar één keer eerder binnen geweest. En dat terwijl één van mijn favoriete koffietentjes er rest tegenover zit. Ik loop er meestal strak langs en doe net als of de winkel niet bestaat, want de enige reden dat ik daar eigenlijk niet naar binnen wil is: zelfbehoud.
Toen ik daar, voor eens in een lange tijd, toch naar binnenliep om naar die duizenden, perfect gevormde chocolaatjes te kijken, bedacht ik me dat de naam Leonidas eigenlijk een hele vreemde naam was voor een handelaar in lekkernij.
Voor de mensen die niet bekend zijn van de Griekse mythologie en ook niet toevallig fan zijn van Gerard Butler in de film '300', Leonidas (I) was de koning van Sparta rond vijf eeuwen voor onze jaartelling. Hoewel deze vent zeer waarschijnlijk wel een lekkernij was, was hij absoluut niet van suiker. Met slechts 300 Spartanen vocht hij tegen een wereldmacht. Zijn ruggengraat weerhield de perzen ervan Griekenland in te nemen.
Mijn ruggengraat is beduidend zwakker. Nog geen kwartier later sta ik met een doosje verleiding op straat en heeft het, net als de spartanen, thuis nooit gehaald.
Toen ik daar, voor eens in een lange tijd, toch naar binnenliep om naar die duizenden, perfect gevormde chocolaatjes te kijken, bedacht ik me dat de naam Leonidas eigenlijk een hele vreemde naam was voor een handelaar in lekkernij.
Voor de mensen die niet bekend zijn van de Griekse mythologie en ook niet toevallig fan zijn van Gerard Butler in de film '300', Leonidas (I) was de koning van Sparta rond vijf eeuwen voor onze jaartelling. Hoewel deze vent zeer waarschijnlijk wel een lekkernij was, was hij absoluut niet van suiker. Met slechts 300 Spartanen vocht hij tegen een wereldmacht. Zijn ruggengraat weerhield de perzen ervan Griekenland in te nemen.
Mijn ruggengraat is beduidend zwakker. Nog geen kwartier later sta ik met een doosje verleiding op straat en heeft het, net als de spartanen, thuis nooit gehaald.
donderdag 21 juni 2012
Afkick
Het is heerlijk weer.
Als je moe van een geweldige week en tot op je bilnaad toe bent verbrand en met duizend indrukken in je hoofd bezig bent. Als het ene verhaal het andere verhaal in je herleving doorkruist en je voeten aan schoenen moeten wennen en dat je lievelingsvest toch maar in de was zit, omdat je het na een week Oerol bijna echtop kon zetten.
Als je verliefd bent geworden op het eiland en op de wind die nooit stopte en je het eigenlijk wel fijn vind om thuis te zijn, maar toch ook nog meer had willen zien en mee had willen maken.
Ik ga staan in de stromende regen als een koude douche. Met mijn ogen dicht verdwijnt de stad en ben ik nog heel even op vakantie.
Als je moe van een geweldige week en tot op je bilnaad toe bent verbrand en met duizend indrukken in je hoofd bezig bent. Als het ene verhaal het andere verhaal in je herleving doorkruist en je voeten aan schoenen moeten wennen en dat je lievelingsvest toch maar in de was zit, omdat je het na een week Oerol bijna echtop kon zetten.
Als je verliefd bent geworden op het eiland en op de wind die nooit stopte en je het eigenlijk wel fijn vind om thuis te zijn, maar toch ook nog meer had willen zien en mee had willen maken.
Ik ga staan in de stromende regen als een koude douche. Met mijn ogen dicht verdwijnt de stad en ben ik nog heel even op vakantie.
dinsdag 19 juni 2012
Oerol (5)
Waar ik gisteren dreigde mijn tent uit te regenen, werden we vandaag om half acht uitgekookt door de brandende zon. Het beloofde een iets rustiger dag te worden, met een frisse duik in het vennetje om de lange rij bij de douche te omzeilen, een lekkere brunch op het strand en voor 's middags hadden we kaarten voor het stuk "Vanaf nu heet je Pjotr".
Ik had me nog niet helemaal ingelezen waarover het zou gaan, maar ik werd snel bijgepraat. In het Rusland tijdens de tweede wereldoorlog werken zes vrouwen van verschillende achtergrond in een naaiatelier. Ze repareren de uniforms van gestorven soldaten door simpele gaten te dichten en de namen van het jasje af te halen.
De uitzichtloosheid wordt fantastisch weergegeven en, emotioneel als ik ben, houd ik het ook deze voorstelling niet droog als de hoofdrolspeelster gek wordt tussen een nieuwe lading kapotgeschoten uniformen en ze uit pure wanhoop alle namen begint voor te lezen. De voorstelling was redelijk zwaar voor zo'n mooie zomerdag met brandende zon, maar zeer de moeite waard.
De rest van de middag hebben we aan de rand van het vennetje doorgebracht. Even geen optredens en straattoneel, maar barbecuen, kampvuren bouwen en samen zingen. Morgenochtend gaan we terug naar huis, gevuld met duizend ideëen en ervaringen en de overtuiging dat we sowieso volgend jaar weer op Oerol staan.
Ik had me nog niet helemaal ingelezen waarover het zou gaan, maar ik werd snel bijgepraat. In het Rusland tijdens de tweede wereldoorlog werken zes vrouwen van verschillende achtergrond in een naaiatelier. Ze repareren de uniforms van gestorven soldaten door simpele gaten te dichten en de namen van het jasje af te halen.
De uitzichtloosheid wordt fantastisch weergegeven en, emotioneel als ik ben, houd ik het ook deze voorstelling niet droog als de hoofdrolspeelster gek wordt tussen een nieuwe lading kapotgeschoten uniformen en ze uit pure wanhoop alle namen begint voor te lezen. De voorstelling was redelijk zwaar voor zo'n mooie zomerdag met brandende zon, maar zeer de moeite waard.
De rest van de middag hebben we aan de rand van het vennetje doorgebracht. Even geen optredens en straattoneel, maar barbecuen, kampvuren bouwen en samen zingen. Morgenochtend gaan we terug naar huis, gevuld met duizend ideëen en ervaringen en de overtuiging dat we sowieso volgend jaar weer op Oerol staan.
Oerol (4)
Na de overwinning van gisteren kan Oerol eigenlijk niet meer stuk. Ook het feit dat het de eerste vier wakkere uren van mijn dag giet als de moesson. Ik lig tot redelijk laat in mijn bed en ik hoop dat mijn tent dit lot goed doorstaat. Als ik dan om half elf toch besluit maar te gaan douchen loop ik, met wc-rol en douchespullen in de hand richting de lange rij van dames die het liefst schoon en proper aan de dag beginnen. Ik verbaas me een beetje over wat sommige dames uit de kast halen. Krulspelden, föhns, haarlak, make-up, nagellak. Je zou bijna denken dat we voor de spiegelstaan in de coulissen van een modeshow, in plaats van op een simpele camping op een doorweekt eiland.
Wat de eigenaren van de camping niet zo zuinig hebben gedaan zijn de douches zelf. Ze kosten een euro, maar daarvoor kan je wel een exorbitant lange tijd douchen. En ik houd op zich wel van lang douchen, maar als er een rij wachtenden achter je staat die alsmaar langer wordt, voel ik toch de druk om iets sneller te zijn dan normaal, waardoor de kraan nog een paar minuten lang warm water verspilt. Liever betaal ik twintig cent en douche dan voor twintig cent.
Onze middag activiteit bestaat uit het fietsen naar Kaap Hoorn, waar expeditie Nieuw Schitterum plaatsvind. Ik vind de koeien mooier dan de Friese poezie, maar dat komt omdat ik koeien zelf een beetje zie als zwart-witte poezie. Op een andere plek vonden we geweldige koepels waarin twee schrijvers hun verhaal deden over hoe het is om schrijver te zijn. Een andere tent herbergde een zangeres met begeleiding die zo'n mooi liedje zong, dat zelfs grote stoere mannen er bij stonden te grienen, laat staan zo'n emotioneel persoon die alles van deze week al geweldig vind.
De volgende stop was wederom het groene strand in West, waar Blauzjun optrad. Hoewel we tamelijk laat waren konden we nog net een paar nummers meepakken. Bij mij leek toch de vermoeidheid toe te slaan en besloot tot een rustig avondje in de tent.
Cadeautjes komen het mooist onverwacht, en tewijl ik rustig aan het typen ben, komen de mensen van het uitverkochte Zur, zingend en spelend langs. Hun muziek is hemels, ultiem om bij in slaap te vallen en de avonturen verder te laten gaan in mijn hoofd.
Wat de eigenaren van de camping niet zo zuinig hebben gedaan zijn de douches zelf. Ze kosten een euro, maar daarvoor kan je wel een exorbitant lange tijd douchen. En ik houd op zich wel van lang douchen, maar als er een rij wachtenden achter je staat die alsmaar langer wordt, voel ik toch de druk om iets sneller te zijn dan normaal, waardoor de kraan nog een paar minuten lang warm water verspilt. Liever betaal ik twintig cent en douche dan voor twintig cent.
Onze middag activiteit bestaat uit het fietsen naar Kaap Hoorn, waar expeditie Nieuw Schitterum plaatsvind. Ik vind de koeien mooier dan de Friese poezie, maar dat komt omdat ik koeien zelf een beetje zie als zwart-witte poezie. Op een andere plek vonden we geweldige koepels waarin twee schrijvers hun verhaal deden over hoe het is om schrijver te zijn. Een andere tent herbergde een zangeres met begeleiding die zo'n mooi liedje zong, dat zelfs grote stoere mannen er bij stonden te grienen, laat staan zo'n emotioneel persoon die alles van deze week al geweldig vind.
De volgende stop was wederom het groene strand in West, waar Blauzjun optrad. Hoewel we tamelijk laat waren konden we nog net een paar nummers meepakken. Bij mij leek toch de vermoeidheid toe te slaan en besloot tot een rustig avondje in de tent.
Cadeautjes komen het mooist onverwacht, en tewijl ik rustig aan het typen ben, komen de mensen van het uitverkochte Zur, zingend en spelend langs. Hun muziek is hemels, ultiem om bij in slaap te vallen en de avonturen verder te laten gaan in mijn hoofd.
maandag 18 juni 2012
Oerol (3)
Toen ik een paar weken geleden besloot om naar Oerol te gaan, bedacht ik me voor het eerst dat een gedicht voordragen wel een goede stap uit mijn comfort zone zou kunnen zijn. Ik wil namelijk altijd heel graag weten wat mensen van mijn verhalen en gedichten vinden en of het mensen raakt, maar het zomaar voorlezen van een gedicht op een feestje of partijtje vind ik een beetje gek. Heel vaak hoor ik van mensen: “Ja, leuk hoor, maar ik snap eigenlijk nooit zoveel van gedichten”. En dat begrijp ik ook wel. Ik begrijp bijvoorbeeld ook niets van algebra of economische systemen, en als ik iemand daar een heel enthousiast verhaal over hoor uiteenzetten, knik ik ook maar een beetje met de verteller mee.
Maar dan Oerol. Als er daar iemand is die me kan vertellen of wat ik produceer goed is of bagger, dan ben ik al een heel stuk verder.
De grote uitdaging is hoe je mensen bereikt. Het liefst lift ik een beetje mee op het succes van anderen, zodat ik niet de hele menigte zelf bij elkaar moet sprokkelen. Het is een geweldig geluk als ik erachter kom dat toevallig 'the poetry circle' uit Amsterdam gedichten voordraagt bij de boomhutten van boomhuttenfest.com. Als ik het bos inloop waar de vele geweldige boomhutten staan, hangen en ronddraaien, zakt de moed me weer in de schoenen. Bij een van mijn favoriete hutten staan een donkere jongen die met zoveel passie de meest geweldige poezie voordraagt en verhalen vertelt, kijk ik naar mn eigen kladje. Met open mond staar ik naar deze jongen, die bijna zingt, zijn verhaal als een gospel de wereld inslingert. En ik. Ik heb één gedicht op papier. En nog een in m'n telefoon. En een warboel in mijn hoofd.
Omdat ik het een aantal mensen beloofd heb om het gewoon te proberen, sluip ik langs de jongen om in een accordeon-achtige hut te klimmen. Ik staar nog steeds naar de dichter, die zijn laatste woorden spreekt, en dan naar de mensen die voor hem klappen.
En dan. Uit het niets draag ik mijn gedicht voor. Uiteraard het gedicht 'Boomhut', omdat dat de meest toepasselijke is. Mensen luisteren, en er komen er zelfs een aantal mijn kant op. Als ik klaar ben wordt er tot mijn grote verbazing geklapt. De donkere jongen vraagt of ik nog meer heb en stamelend, bijna stotterend lees ik 'Dichter' voor. Het gedicht wordt even enthousiast ontvangen en als ik op dat moment uit die boomhut zou vallen zou ik als een veertje naar beneden dwarrelen.
Een jongen, die ik herken als performer van het straattoneel wat ik eerder heb zien optreden, vraagt of ik vaker heb voorgedragen.
De rest van mijn dag is geweldig. Ik vlieg met de vleugels die ik net gevonden heb. De zon schijnt op haar best en vanaf het duin aan het groene strand kijk ik naar het optreden van Spinvis. Het leven kan volgens mij bijna niet meer beter dan dit. De zon boven me, Spinvis onder me, de zee voor me en mijn vrienden achter me. En een persoonlijke overwinning in mijn hoofd.
Maar dan Oerol. Als er daar iemand is die me kan vertellen of wat ik produceer goed is of bagger, dan ben ik al een heel stuk verder.
De grote uitdaging is hoe je mensen bereikt. Het liefst lift ik een beetje mee op het succes van anderen, zodat ik niet de hele menigte zelf bij elkaar moet sprokkelen. Het is een geweldig geluk als ik erachter kom dat toevallig 'the poetry circle' uit Amsterdam gedichten voordraagt bij de boomhutten van boomhuttenfest.com. Als ik het bos inloop waar de vele geweldige boomhutten staan, hangen en ronddraaien, zakt de moed me weer in de schoenen. Bij een van mijn favoriete hutten staan een donkere jongen die met zoveel passie de meest geweldige poezie voordraagt en verhalen vertelt, kijk ik naar mn eigen kladje. Met open mond staar ik naar deze jongen, die bijna zingt, zijn verhaal als een gospel de wereld inslingert. En ik. Ik heb één gedicht op papier. En nog een in m'n telefoon. En een warboel in mijn hoofd.
Omdat ik het een aantal mensen beloofd heb om het gewoon te proberen, sluip ik langs de jongen om in een accordeon-achtige hut te klimmen. Ik staar nog steeds naar de dichter, die zijn laatste woorden spreekt, en dan naar de mensen die voor hem klappen.
En dan. Uit het niets draag ik mijn gedicht voor. Uiteraard het gedicht 'Boomhut', omdat dat de meest toepasselijke is. Mensen luisteren, en er komen er zelfs een aantal mijn kant op. Als ik klaar ben wordt er tot mijn grote verbazing geklapt. De donkere jongen vraagt of ik nog meer heb en stamelend, bijna stotterend lees ik 'Dichter' voor. Het gedicht wordt even enthousiast ontvangen en als ik op dat moment uit die boomhut zou vallen zou ik als een veertje naar beneden dwarrelen.
Een jongen, die ik herken als performer van het straattoneel wat ik eerder heb zien optreden, vraagt of ik vaker heb voorgedragen.
De rest van mijn dag is geweldig. Ik vlieg met de vleugels die ik net gevonden heb. De zon schijnt op haar best en vanaf het duin aan het groene strand kijk ik naar het optreden van Spinvis. Het leven kan volgens mij bijna niet meer beter dan dit. De zon boven me, Spinvis onder me, de zee voor me en mijn vrienden achter me. En een persoonlijke overwinning in mijn hoofd.
Abonneren op:
Posts (Atom)