donderdag 4 juni 2026

Postzegels uit Frankrijk

Die ene kaart 
die ik zou sturen 
Om te vragen hoe het gaat. 

Of je je nu weer beter voelt.
Of je leven lichter is
Of de schaduwen in je hoofd
nu het zomers gefluister
van de bomen is

Die ene kaart
die ik zou sturen
om te vragen hoe het gaat

Ligt naast mijn postzegels uit Frankrijk
ooit gekocht om op vakantie verstuurd te worden.

Helaas te laat.

maandag 25 mei 2026

Dingen die ik anderen hoorde zeggen

"Ja, hij heeft wel werk, maar ik geloof dat hij z'n collega's nogal dom vindt."
- "Allemaal?"
"Ja, dat zei hij."
- "Nou ja, dat is wel lekker overzichtelijk..."

vrijdag 22 mei 2026

Onderbroekenlol

Weet je wat ik wel eens zou willen?
Nooit meer een string tussen mn billen.
Hoewel het blijkbaar chic mag staan
Vind ik er echt geen donder aan

Waarom zijn die dingen eigenlijk hip?
Een string zaagt zo vreeslijk in mijn bip
Waarom vrouwen erin moesten trappen 
Daarvoor hun oerwoud te moeten kappen

Nee liever ben ik maar suf
Dan met zo'n sierlint in mn fluf
Ik verwelkom liever mijn bezoek 
Gewoon met omaonderbroek

woensdag 20 mei 2026

Baggerbak

Mijn liefde en ik hebben de gewoonte te dag met koffie te beginnen in mijn werkkamer. Het is een klein kamertje dat in de ochtend het snelst warm is als de verwarming aanspringt en we hebben een prachtig uitzicht op de tuin, die door de stortbuien van de afgelopen dagen almaar groener lijkt te worden. 

We nemen soms de dagplanning door, of we lezen het nieuws, de krant, de instaberichten. Of we hebben het over onze verbouwing die, aangezien ons huis een monument is, nogal wat vergunningen vergt.
Ons huis is een monument omdat het eigendom is geweest van één van de families die Nederland, en daarmee ook ons dorp, groot heeft gemaakt in de baggerindustrie, dit jaar honderd vijfenvijftig jaar geleden. 

"Weet je wat onze tuin nog nodig heeft?", mijmert mijn liefde. "Een mooie baggerbak".

Wat hij bedoelt is een baggermolenemmer en ons dorp staat er vol mee, tegenwoordig vaak dienst doende als plantenbak.

"Ja, leuk", reageer ik, terwijl ik eigenlijk  een puzzel aan het maken ben.

"Mooi, zo. Ik heb er al een gekocht. We kunnen hem vanochtend nog ophalen".

Ik kijk naar buiten. Het is grijs en de regen striemt in lange halen over de ramen. Mijn mond pruilt onwillekeurig, maar ik ga akkoord voor het verhaal en zet mezelf in beweging om me om te kleden naar mijn kluskleren.

Als ik in mn brakkepak de trap afstrompel, - naast mijn hersenen zijn mijn knieën ook niet beter uit de strijd gekomen na mijn val-, is mijn liefde al bezig om ons oude aanhangwagentje aan de auto koppelen. 

We komen aan bij het huis van een vrouwtje dat de oorlog nog bewust heeft meegemaakt. Ze leunt op een bezem en wordt vergezeld door haar dochter en kleindochter. Ik kijk naar de bak en bedenk. Die is geen 30 kilo. Het vrouwtje verteld over haar man die al 20 jaar dood is en over zijn werk in de baggerindustrie en dat hij hem toen een keer meekreeg en de bak was sindsdien niet meer van zijn plaats geweest. 

Wij vertellen haar over de bestemming en ze vind het fantastisch dat de emmer 'weer terug naar de bron' gaat.
Ik trek mijn handschoenen aan en ik wil  de baggeremmer een beetje verschuiven richting ons wagentje.

Neen. 

Geen beweging..

Iets meer kracht zetten. 

Ik zou net zo goed een treinwagon kunnen duwen. De emmer komt absoluut niet in beweging. 

Mijn liefde zucht en neemt het over. Hij verplaatst de emmer wel iets, al kost het ook hem moeite. 

Verschuiven is een ding, hem optillen om op de kar te krijgen is zijn eigen spel. Met de dochter en kleinkind strategisch gestationeerd klappen we de bak schuin tegen de onderkant van de emmer, en nu komt het aan op duwen, trekken, sleuren en als de emmer over het middelpunt is, klapt ons karretje in eens weer in horizontale stand, en bonkt de inspanning tegen mijn binnenhoofd.

We bedanken iedereen voor de prettige overdracht en mooie verhalen en rijden naar huis. 

Als we onze oprit oprijden met de kar, bedenken we dat de bak te groot en te zwaar is om hem op ons stoepje te zetten. Maar waar dan? 

We zetten m tijdelijk even bij de garage, bedenkt mijn lief en ontkoppeld het wagentje, die door het gewicht naar achter rijdt. Tegen mijn brakke knie. 

Ik geef een schreeuw en mijn lief schrikt. De frustratie over mijn slecht werkende hoofd en mijn knieën richten zich kwaad tot de aanhanger.

Baggerbak. 

donderdag 14 mei 2026

Hemelvaart

Een regenachtige loop door duingebied
Waar honds gedol en kinderlach 
Strijdt tegen het wolks verdriet 
En het maakt tot een perfecte dag

Thuis wacht de dampende thee
En de haard knabbelt aan zijn houtjes 
Komen we knussig bij mijn oude oudjes
En nemen wat verhalen mee.

In de avond dineren we aan het strand 
Het is de hele wereld waard. 
Negenenzeventig schrijven we in het zand

Dan mijn pa die naar het water staart 
En ons wijst lachend met zijn oude hand 
Kijk een schip dat schijnt ter hemel vaart 

woensdag 13 mei 2026

Parfum

Mijn lieve tante is al een aantal jaar overleden en mijn nichtjes en ik hebben een paar spulletjes te verdelen, voornamelijk sieraden en kleine snuisterijen. Om dat te doen spreken we af om te lunchen bij een van mijn nichtjes thuis in de zon. 

Mijn nichtje woon prachtig en heeft een mooie tuin met een kasje en vrolijk geurende planten. Het is altijd gezellig om mijn nichtjes weer te zien ook omdat we alle vier in een andere uithoek van Nederland wonen.

Onze tante was eigenzinnig en had een eigen smaak, dus we denken er allemaal even over na wat er voor ons ligt.
Een voorwerp vind ik echt mooi, en dat is een ouderwets parfumflesje, met inhoud. Ik denk niet dat de geur nog goed is, want het flesje is een beetje vuil aan de binnenkant. Maar, het heeft een snoezig bewerkt dopje en het kristal is prachtig geslepen. Mijn nichtjes hebben voorkeur voor iets anders. Ik maak het open en de ouderwetse, overheersende geur van Chanel 5 wasemt door de lucht. Een iets bedorven geur trouwens, maar grappig genoeg is dat juist hoe Chanel 5 echt zou moeten ruiken. Naar oude dametjes die door de jaren heen heel zuinig zijn geweest op hun flesje.
De geur is de (groot) moederlijke geborgenheid om je in te wentelen. Ik word er altijd gelukkig van.

We lunchen en halen onze mooie herinneringen op aan onze lieve tante, het kamperen bij haar op de boerderij, de kunst die door haar en ons aller leven liep en hoe onze oudjes, en haar broers en zussen, nu echt ook heel oud zijn en dat we hopen dat we elkaar weerzien vóór dat een van hen wegvalt.

Net voor ik wegrijd, houd ik het flesje nog eens in de hand. Iets tastbaars, iets ruikbaars. Wil ik het flesje schoonmaken en zelf gebruiken? Of het een sterk geurend testament laten zijn van de verleden tijd?

Ik kies voor het laatste. 

Als ik thuis kom heeft mijn liefde ons grasveld ingezaaid en bemest. 
En Paco is uit de keuken ontsnapt om zich uitgebreid te in de geur van de boerderij te wentelen. 
Als een parfum.

dinsdag 12 mei 2026

Jong



Mijn liefde gaat meedoen met de 10 km van Leiden, mijn studentenstadje. Ik ga mee om hem aan te moedigen. Zelf heb ik al bijna drie maanden niet meer hardgelopen, omdat ik met mijn val waarbij ik mijn hersenschudding kreeg ook iets met mijn knie heb gedaan, waardoor die twee keer zo dik is als 'vroeger'. 

Als ik mijn liefde uit de auto heb gezet om zelf ergens buiten de singel te parkeren, verras ik mijn pleegzusje bij haar thuis, net als vroeger. We drinken koffie en halen herinneringen op van toen we nog jong waren en ik nog in t Leidsche woonde. De epische avonden dansen, maar ook die dag dat we om 10.00 voor een koffie gingen, maar de baas van de koffietent had iets te vieren dus werd het wijn en champagne en stonden we gierende van de lach om 14.00 s middags al starnakel in de zon, op een boot rond voeren, gewoon omdat het kon. 
Over het WK dat we op het plein op de bar stonden en bier doorgaven aan de menigte en van Persie die fantastische goal maakte. Kortom, de fantastische voordelen van jong zijn.

Mijn zusje loopt mee naar de plek waar mijn liefde langs zal rennen. Ik heb een bordje met ludieke tekst om hem aan te moedigen. We staan aan de rand van het park waar mijn liefde en ik onze eerste date hadden, en waar nu allemaal jonge mensen uitgebreid in de zon liggen. 
Mijn liefde stuurt me zijn locatie door net voordat zal gaan rennen. Ik gok dat hij binnen vijf minuten langs rent, maar dat hangt natuurlijk af van waar hij start. 

Een kwartier later is zijn locatie nog altijd niet veranderd. Lucas belt en zegt dat het niet opschiet.
Dan horen we dat er iemand is overleden en dat de 10 kilometer loop is afgelast. 

Geleidelijk zakt het besef dat er dus niemand langs ons rustig stukje route komt lopen en moet ik mijn liefde gaan  zoeken in de chaos. Wij zijn allemaal een beetje kribbig. Hij omdat we al die moeite hebben genomen om in Leiden te komen, en omdat hij zo lang moest wachten bij de start. Ik omdat ik al een beetje mensenmoe ben. Een manier om de teleurstellingen te uiten is om grappen te maken. De algemene aanname van de grappen: het was vast weer zo'n oudje, vast ongetraind.

We besluiten de teleurstelling maar iets positiever van ons sf te zetten met een drankje, op kruip afstand van mijn oude kamer. Mijn liefde maakt grappen over mensen die met een 10km medaille rondlopen, omdat hij vindt dat het een sticker is op niet gemaakt huiswerk. 

Mijn zusje en de collega van mijn liefde, die de 21KM in de benen heeft,  praten over het fitter zijn dan toen ze jong waren, en ik benijd ze een beetje, omdat ik nu zo onfit en moe ben. 

Na een drankje gaan we allemaal weer onze eigen weg. Mijn liefde en ik lopen door het park waar we onze eerste date hebben. Bij de fontein waar we kusten staan nu zes jonge meisjes hysterisch te huilen. 

De hardloper die is overleden was hun vriendin.
Ze was pas vijftien.
Zo jong.

maandag 11 mei 2026

Alias

Toen ik viereneenhalf jaar geleden ging kijken bij een nest puppies in Noord Groningen dacht ik vooraf voor een vrouwtje te gaan, maar mijn kleine kameraad koos voor mij en het werd dus een mannetje. Ik had op de heenweg over vrouwtjesnamen zitten denken, maar toen ik die kleine dwerg in mn handen gedrukt kreeg, vroeg de dame van de boerderij hoe ik m zou noemen. 
Ik wilde haar niet teleurstellen en flapte de eerste naam waaraan ik dacht uit: Paco.
Ik had de avond ervoor een Spaanse film gekeken en ene Paco was de hoofdpersoon. 

En toen zat hij er aan vast, aan Paco. Althans, dat is zijn naam. Maar zoals het een echte Paco betaamt heeft hij meerdere aliassen. 
Pacito, el Capo, Al Pacino, Pacocino als variatie op zijn naam.
Later kwamen we achter zijn bijzonder reukvermogen, dat zijn wazig zicht meer dan goed maakt, en dat nodigt uit tot namen als 'de neus' en 'snifdog' en de grappen rond zijn 'kartel', de uitlaatservice, zijn nooit ver te zoeken.

De labradormix van mijn vriendin heet Dexter. Mijn vriendin noemt hem Dex, maar deze vrolijke stuiterbal krijgt al snel de alias  Dexam, de afkorting voor het ADHD medicijn Dexamphetamine. 

Vanndaag liggen Paco en ik er op de bank, als ik ineens heftig geraas hoor. Ik ren naar het balkon en zie dat er niet een, maar twee politie helicopters rond onze wijk circelen. Ze lijken ergens naar te speuren.
Ik maak een filmpje van het imposant gebeuren en stuur het naar mijn kinderen.

Mijn zoon antwoordt met: "Waarschijnlijk een drugsLab"

vrijdag 8 mei 2026

Fazant

Kru kru

En weer stil. 

Ik loop met Paco door het bos. 
En onregelmatig hoor ik vanuit het struikgewas de kenmerkende kru ku van meneer Fazant. Als vogels mensen waren was de fazant een dandy. Mooie, kleurrijke jas aan, kop chique gemodelleerd. En als je echt er over nadenkt zijn kru kru zo schoor alsof hij net van t corps kwam.

Meneer Fazant zit in het hoge gras, en af en toe zie je alleen zijn staart. Ik Google of je ook fazanten in de tuin kan houden (dat kan, maar niet zonder volière) en als ik dicht bij genoeg kan komen en nu goed zicht heb, maak ik een fotootje, als herinnering aan deze majesteit.

Ik stuur de foto naar mijn man.

"Lekker" zegt hij, "Fazant eten?"

"Nou..,"denk ik: "dat is wel een beetje cru cru"

donderdag 7 mei 2026

French press

"Schatje, er is stroomstoring.. kan jij...en.. ..."
Ik drijf net weer naar boven na een diepe droom vol met de zin en onzin van mijn hersenen. Iets met tanks en oorlog (het is net 5 mei geweest) en eekhoorns die het voortouw nemen in de strijd en sigaren roken. 

Aan deze kant van Morpheus' oever is er ook wat reuring.
Mijn liefde dribbelt zijn ochtend ritueel, met zijn telefoon met zaklamp functie in zijn linkerhand en een tandenborstel in zijn andere hand loopt hij in en uit de slaapkamer op zoek naar de oorzaak van een nog niet duidelijk probleem.

"Wil je dat doen?", herhaalt mijn liefde, en ik mompel bevestigend.

Als ik iets later echt wakker ben, kijk op mijn telefoon. 6.50, en nog 8 procent batterij. Ik zoek mijn oplader, die ik ooit, om te voorkomen dat ik in mijn bed op mijn telefoon zou zitten, verplaatst naar mijn werkplek, met het ongewilde resultaat dat ik dus regelmatig met een bijna lege batterij wakker word. 

Als ik mijn telefoon in de lader stop, klinkt er niet de vertrouwde 'bloeb' die opladen betekent.

O ja, stroomstoring dus. 

Ik app mijn vriendin in de straat of ze ook zonder stroom zit. Ze bevestigt dit en meldt ze nu al de koffie mist. 

Ik heb een French press, zeg ik.

Wat is dat? 

Een koffie kan, maar dan druk je de koffie door het water in plaats van het water door de koffie. 

Ok, ik kom er nu aan.

Een kwartier later tettert de fluitketel en met een kan koffie ankeren we in de tuin.

Best lekker die french press, zegt mijn vriendin.

Als de stroom weer aangaat, bedenk ik dat mijn liefde me iets gevraagd had vanmorgen. Ik app m niet om te vragen wat, maar bedenk dat nu de stroom weer aan is, het wel mee zal vallen. 

Mijn -korte- werkdag gaat goed. Ik krijg minder snel hoofdpijn van mijn scherm,  en s'avonds kan ik zelfs mijn boek uit lezen. De bastard uit Istanbul, over de nasleep van de Armeense genocide. 

Dan zie ik, als ik in bed lig, en mijn telefoon alweer niet aan de lader heb gehangen, het filmpje van Emmanuel Macron die la Boheme zingt met de Armeense president en ik denk: 

Best lekker, die French Pres.


woensdag 6 mei 2026

Hersens schudden

 Ik heb een berg van dicht bij bekeken, de piste proberen te koppen. 

Nu loop ik al maanden rond als Jack Sparrow over de kade, maar er valt geen schip te commanderen, geen schatten te vinden. Hopelijk alleen weer mezelf.

Als verbeteringsproces ga ik weer schrijven, en ik houd het klein. 

Weer op zoek naar (mooie) woorden. 


Bakfiets

Ik wil een bakfiets.

Nee, ik heb geen kleine kinderen meer, 

En ben ook geen leverancier.

Ik woon niet aan de grachtengordel.

Ben ook geen kruidenier

Maar

Ik wil een bakfiets

Waar mijn hond de kop uitsteekt

Zijn oren waaiend in de wind.

Want met mijn nieuwe bakfiets 

Voel ik me als een kind,.

vrijdag 27 oktober 2023

Mohamed maakt het niet meer mee


Ik stap de keuken binnen en zie de formica tafel met plastic stoelen. Een stoel bezet en eentje leeg. In het midden een fles whiskey. En Mohamed's vriend Mourad.

Ik vraag hoe het gaat.

"Hmph" schokschouderd hij, "Mohamed heeft het niet meer mee hoeven maken...." 


De zin die ik de afgelopen jaren al zo vaak gehoord heb.


Onze vriend Mohamed.


Gevlucht uit Palestina in 1967. Hij herinnerde het zich nog zo goed. De totale  angst. Het niet weten wanneer hij zijn huis weer zou zien. Als tienjarige opgroeien in een tentenkamp in Syrië. De staatloze. Een vechtende voor geluk en voor de lach. Een die niet zou vechten, maar zou leren. 

Een beurs liet hem studeren in Rusland waar hij zijn geliefde tegenkwam. Na het uiteenvallen van de Sovjet bouwden ze hun huis op in Damascus. Van niets naar iets. Werk, leven, liefde. En de hoop ooit het huis waar hij was geboren te bezoeken. Het huis van zijn ouders te laten zien aan zijn Irina. 

En toen kwam de oorlog in Syrië. Alles wat hij had, verbrokkelde als vochtig zand uiteen.


In Nederland vond ik hem. Abu Tarek noemde ik hem, papa van Tarek. Zo als je dat met de ouders van je vrienden doet.

Hij zocht het lied en goed eten. Hij kookte, en lachtte, en zong.. En het leed sijpelde in de diepte zijn ogen.

Vluchteling te zijn uit Palestina,

Vluchteling te zijn uit Syrie.


De IND vroeg hem bij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning waarom hij geen asiel aanvroeg in Rusland. Zijn vrouw was tenslotte Russisch en vocht daar nog tegen kanker. 

Zijn antwoord was simpel: ik ben al twee keer vluchteling. Wie vertelt mij dat die onzin niet in Rusland losbreekt. Ik heb niets. Ik blijf hier en mijn vrouw zal met mij zijn. 


Ze kwam. Op humanitaire gronden mocht zij naar Nederland. Het AZC had een ziekenhuis bed geregeld, waar zijn liefde uitgemergeld en fragiel bij haar man kon zijn. Voor één maand slechts, ze stierf binnen een maand in een land dat ze niet anders kende dan als de beige binnenkant van een oud belastingkantoor, in een grijs en regenachtig stadje dat protesteerde tegen haar komst. 


Mohamed kreeg een verblijfsvergunning, een woning in een buitenwijk, een leegte in hart en ziel. Ik bezocht hem te weinig en hij noemde mij Zehbi, een scheldwoord met een grinnik. HIj haatte de eenzaamheid, en vond mij een slechte bezoeker, want ik was er zo weinig, vooral nu hij zo ver weg woonde. 


Een paar dagen voor hij doodging stuurde hij een foto. Hij had zijn familie voor het eerst bij elkaar, sinds de oorlog in Syrië. Althans, de mensen die er nog waren. Zijn broers, zijn zuster, en alle neefjes en nichtjes. 

De tekst die hij schreef bij de foto:

Zehbi, beter dan dit gaat het nooit worden. 


1 januari 2020 overleed hij, door onduidelijke oorzaak. 


De eenzaamheid van Corona isolatie. Mohamed heeft het nooit mee hoeven maken. 


De oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Mohamed heeft het nooit mee hoeven maken. 


De genocide van Gaza.

Mohamed heeft het nooit mee hoeven maken. 



dinsdag 30 november 2021

Storm

de nieuwe ziekte is een stormram

een ramstorm die huizen, families omver blaast

onvermoeibaar scheurt en schuurt 

en mij kaalgeslagen achterlaat. 

Meningen razen rond, de brokstukken

van voors en tegens, 

wanen jegens wetenschap

desillusies en dansontspringers

grijpen zich vast aan hoop en wanhoop en  

ontkennen een ieder anders strohalm 

Ja, maar jij- Ja, maar toen- Ja, maar toch!

Een storm die nooit meer lijkt te gaan liggen


Ik doe het dan maar wel 

en wens mij in een zwitsers landschap

een weiland als een koe

wiens bel de zomer doet inluiden

dinsdag 19 maart 2019

Een rustige dag


Dat je een rustige dag hebt,
Waarin alles op rolletjes loopt.
Er niets kapot gaat
Ze de vaatwasser opruimen
En lekker buiten spelen
Maar dan plotseling
Slaat de een de ander
Om een knikker
Die niet voor t echie was
Om een snoepje
dat nog in z’n zak zat.
Maar hij begon toch en zij speelde vals.

Dat je een rustige dag hebt,
Waarin alles op rolletjes loopt
En er niets kapot gaat
Ze helpen met de boodschappen
En lekker knutselen
En dan plotseling
Valt het verfwater om
Zit er lijm aan de lamp
en marker op de bank
Want hij plaagde eerst en zij plaagde terug

Dat je een rustige dag hebt,
Waarin alles op rolletjes loopt.
En er niets kapot gaat
Ze helpen met de was vouwen
En zo zoet aan het legoën zijn
En dan plotseling
Moet er een rennen
mist net de wc
En met poep aan z’n handen
Langs de witte muur.
En de vloer
En de deur
En alles zit onder
"Marie, wil je alsjeblieft m’n billen afvegen?”
Vraagt ie je zo lief.

Dat je een rustige dag hebt.
En er niets kapot gaat.
Maar wel vies wordt
Zo ontzettend vies
En dat ze dan 's avonds in bed liggen
En zeggen: 
Het was een mooie dag

Dan was het een mooie dag
Waarin alles op rolletjes liep

vrijdag 17 november 2017

Hoofdstuk

Een jaar geleden zat ik aan mijn bureau en keek uit over de rivier op een druilerige dag. Am westen nichts neues, dacht ik vorig jaar. Er gebeurde van alles, maar er gebeurde niets.
Melancholisch las ik Remarques laatste hoofdstuk.


Ook nu is het herfst, ook nu zit ik aan mijn bureau en kijk uit over die rivier die er ongeveer 955 kilometer over heeft gedaan om mij dit spectatulair uitzicht te bieden. Ook nu komt er een bus langs die boeggolven maakt. Ook nu drink ik thee en vraag ik me af wat de kinderen nu aan het doen zijn.


Maar wat maakt het verschil? Misschien is het dat het nu niet regent, maar de vrijdagmiddagzon naar binnen schijnt. Misschien is het de thee die koud naast me staat, omdat ik de hele dag leuke dingen aan het doen ben. Misschien is het de bus, welke geen gewone bus is, maar de waterbus die voor de deur stopt. Misschien zit het verschil in de vijf kilometer stroomafwaarts, waar ik nu aan mijn bureau zit op mijn werk. Misschien omdat het zo weekend is en ik zo verstoppertje mag spelen met de kids.


 Alles is hetzelfde, maar alles is anders. Dit is mijn nieuw hoofdstuk.

donderdag 29 september 2016

(Geen) nieuws

Im westen nichts neues...

Een prachtig boek van Erich Maria Remarque met een geweldige titel. Terwijl hoofdpersoon Paul de uitzichtloosheid van het leven omarmd heeft en ten slotte zinloos sterft in de loopgraven van de eerste wereldoorlog, bericht het journaal van die dag: er is vandaag niets gebeurd.

En zo is het ook hier. Er gebeurt tegelijk een heleboel en niets.
De herfst is begonnen en dat is toch wel mijn favoriete jaargetijde. De kinderen zitten op school en spelen daarna met hun kameraden in een geheime hut waarvan ik ook daadwerkelijk geen flauw idee heb waar die zich bevindt, wat vrij onpraktisch is, gezien het aantal items speelgoed dat er naar toe gesleept is.
Ik begroet de mensen op straat die ik ken, waarbij het werkwoord 'kennen' zoveel betekent dat ik weet van wie het de ouders zijn, waar ze achter de kassa zitten of dat ik ze de vorige keer op de fiets ook al tegen kwam en ook begroet heb.
Als ik thuis kom drink ik thee en kijk naar het rijke aanbod van vacatures en probeer in mijn brieven de inspiratie uit mijn tenen te halen omdat ik 'zo enthousiast ben om voor uw bedrijf aan de slag te gaan'. Misschien bellen ze deze keer wel een keer terug. Maar dat gebeurt niet.


Mijn bureau kijkt uit naar de straat met daarachter de rivier waarvan het water er ongeveer 950 kilometer over gedaan heeft om mij dit spectaculair regenachtig uitzicht te geven, terwijl de auto's als kleine kinderen het water op doen spatten en ik hoop op een fietser die zich een weg tegen de wind baant, de boeggolf van bus 13 over zich heen krijgt. Maar dat gebeurt niet.



Dan denk ik na over die nieuwe reclame van een zeker merk maandverband, welke over stoere vrouwen gaat die een beetje bloed wel aankunnen en ik denk aan verwijfde voetballers met een tampon in hun neus als ze tegen iemand opgebotst zijn. Ik vraag me af waarom meiden in deodorant reclames altijd met hun armen in de lucht lopen, dansen en rennen en ik vind het er eigenlijk maar suf uitzien en denk er aan om reclamebureaus er op te wijzen dat ik vaker zweet omdat ik met mijn armen omlaag op een laptop aan het typen ben dan dat ik zweet terwijl ik als een chimpansee met m'n armen in de lucht achter bus 13 aanren. Zeker met dit weer, dat gebeurt niet.

Paul ligt die laatste bladzijde met zijn hoofd naar beneden in de modder, en als hij gestorven is en ik het boek net uit heb, belt de dokter met het bericht dat ik ook twee jaar na mijn operatie nog steeds helemaal gezond ben, en ik ga weer door waar ik mee bezig ben. Als of er niets gebeurd is.






PS. Uit het westen niets nieuws, van Erich Maria Remarque is uiteraard op bol.com te bestellen, of als PDF te downloaden. Gewoon even googelen of klikken voor een versie in het Engels

dinsdag 26 januari 2016

het roosje en de zwavelstokjes.


het is een uur of elf
geen hout meer op het vuur
geen thee meer in de pot
en alle hoop vervlogen

buiten zie ik struiken, rozen
in een strakke vriesnacht staan.
kalm, verstild, nu nog mooi,
al staan de kopjes wat verbogen.

in het donker overvallen
door koning Winter's glimmend zwaard
nadat de judaszon van januari
de lente had gelogen.


En binnen voelt een oude zwavelstok
op het randje van de schouw,
na theelicht en gestookte haard
zich in zijn ware taak bedrogen

zondag 10 januari 2016

Perceptie

"Do I look like a good muslim?
De donkere ogen van de bebaarde Syriër kijken me doordringend aan, terwijl hij een mes uit mijn messenblok pakt, en de scherpte inspecteert.
"It all depends on your perception" antwoord ik.

Een paar weken terug kwam ik hem tegen. Hij sprak me aan in het Engels.  In de stad is dat niet zo opzienbarend, maar in het dorp waar ik nu woon, betekent dat zoiets als: Hoi! Ik ben net als jij niet in dit dorp opgegroeid! Ik heb meer van de wereld gezien dan een radius van 30 kilometer!
Engelstaligheid schept in mijn ogen direct een band.
Die band leidt ertoe dat ik al snel een uur met hem zit te praten. Eerst in het Engels, daarna probeert hij ook wat gebrabbel wat Nederlands moet betekenen. Ik help hem met de uitspraak, en durf nauwelijks te vragen naar zijn odyssee van de grote stad Damascus naar het kleine Sliedrecht.
De Syriër, de vluchteling, vraagt honderd uit over Nederlandse termen.  Hij verwondert zich over de woorden ‘pantoffels’ en  ‘erwtensoep ‘ en als het onderwerp dan naar eten verandert, nodig ik hem spontaan uit een keer te komen eten.

Eenmaal thuis is mijn lief een beetje sceptisch over de invitatie. Ik vertrouw mensen te snel, wat weten we nou eigenlijk van zijn bedoelingen? Wie weet wat hij heeft meegemaakt?

En nu staat de bebaarde moslim in mijn keuken. Hij kijkt geïnteresseerd naar mijn koksmessen. Mijn lief en ik kijken elkaar licht gespannen aan.
“Would you like some tea or juice?” vraag ik.

“Do I look like a good muslim?” grinnikt de man.
“It all depends on your perception” antwoord ik.

Hij hakt als een ervaren kok de uien klein,  en maakt een heerlijk Syrisch kipgerecht. We wisselen recepten uit en ik trek een fles Sauvignon open.
De man knikt en ik schenk hem in. De Syriër, de vluchteling, toast op mij,  mijn lief en onze gastvrijheid.


Does he look like a good muslim?
I don’t know, but he seems like a decent human being.