dinsdag 11 mei 2010

Fiets.

Ik ben een Nederlander. Natuurlijk, ik doe soms als of het niet zo is. Vooral als mensen me een krantenabonnement willen aansmeren, de kindjes in weet-ik-veel-waar geld nodig hebben voor hun weeshuis of als men mij op een andere manier lastig valt. Dan maak ik heel handig gebruik van mijn in Tennessee opgedane “Southern accent”, zodat ze me met rust laten, maar over het algemeen ben ik een echte Nederlander. Ik houd van kaas, hagelslag en bitterballen.
Oh ja, en ik fiets. Mijn fiets en ik zijn goede maten. Ik dicht mijn fiets van nu geen persoonlijkheid meer toe, maar, het woordje “meer” verraadt het al, ik had vroeger namelijk een hele goede vriend. En dat was een fiets. Piet. Piet de fiets was mijn eerste fiets. Mijn eerste eigen fiets. Ik had daarvoor ook een fiets, maar die was vies oranje met zwarte handvaten. Maar Piet was tof. Piet was namelijk rood en had witte handvaten. Bovendien was het zadel en de kettingkast ook wit. Piet was mooi en Piet was van mij, zonder dat hij eerst van mijn broer geweest was. Ik weet nog dat wij altijd de wereld gingen redden. De wereld was op dat moment onze achtertuin. En al racend over de heuvels en door het mos bestreden wij de kwade monsters die de wereld wilden verwoesten, een arm stel kraaien dat naar wormen zocht. Maar elke keer slaagden Piet en ik erin de wereld te behoeden voor naderend onheil. Piet ging ook mee naar school en dat was geweldig, vooral als het geregend had. De strijd tegen de slechteriken ging er toen om zo hard mogelijk door de regenplassen te scheuren, want dan kwam het water in de bosjes terecht en zouden de planten niet uitdrogen. Piet was mijn held en mijn maat.
Ik heb nu geen flauw idee wat er met Piet is gebeurd. Ik kreeg een nieuwe fiets, waarschijnlijk omdat ik op zeker moment met mijn knieën tegen het stuur aankwam. Ik heb inmiddels in verschillende steden gewoond en ben tien fietsen verder. Mijn fiets van nu is degelijk en statig. Ik fiets elke dag naar het station en weer naar huis. Ik werk, ben volwassen en serieus. En met een rotgang scheur ik vandaag weer door een regenplas. Uit nagedachtenis aan Piet.

Ode aan iemand.

Het is waar. Ook ik heb mijn mindere dagen. Het komt niet heel vaak voor dat ik heel chagrijnig ben. Vandaag echter was ik dat wel. Ik was voor niets naar m'n werk gegaan omdat m'n teamleider niet had doorgegeven dat ik vrij was. Geen geld in t laatje vandaag, maar ook die heerlijke droom van vannacht was bruut door m'n wekker verstoord. In de trein terug sta ik, want er zijn geen zitplekken, hard te piekeren over hoe het nou moet met mijn toekomst, hoe ik nu rijk en beroemd word en wanneer ik nou eens begin met leven.
In mijn gepieker kijk ik de coupé rond. Niemand praat. Niemand kijkt elkaar aan. Niemand lacht. Men kijkt verveeld voor zich uit of naar z'n mobiel. Ik voel me nog triester worden dan ik al ben.
En dan...

BAM!!! een doffe knal vestoort de stilte en de trein vermindert heel snel vaart. Iemand heeft duidelijk aande noodrem getrokken. Dan staan we stil en mensen beginnen zacht tegen elkaar te fluisteren: "wat zal er eens gebeurd zijn?"
Het lijkt ineens alsof iedereen tegelijkertijd zijn eigen wereld terzijde schuift en meteen participeert in het gesprek van de dag. Ook ik ben snel een geanimeerd gesprek aan het voeren over de mogelijkheiden van de vertraging. Als ik naar buiten kijk en zie waar we zijn, net voorbij een verlaten perron van een klein stationnetje, is mijn conclusie: er moet iemand gesprongen zijn.
En ja hoor, kort na mijn constatering wordt er vermeld dat deze trein niet verder zal rijden door 'een aanrijding met een persoon'.

Een aanrijding met een persoon. Ik vind ´t maar een vreemde term. Onemotioneel, terwijl het natuurlijk voor de hele inhoud van de trein emoties oproept. Ook wordt er omgeroepen dat de vertraging nog even kan duren.
Natuurlijk is niet iedereen daar gelukkig mee, maar de stille, chagrijnige stemming in de coupé is compleet omgeslagen naar een gezellige knusse omgeving. Iedereen begint spontaan over waar ze naar toegaan, wat voor werk ze hebben, wie ze straks van het station ophaalt en vooral ook wat ze nou van zo'n ongeluk vinden. Twee gereformeerde vrouwtjes zijn op weg naar een museum in Amsterdam, en vertellen vol enthousiasme aan iedereen die het maar horen wil over hun kinderen en kleinkinderen. De politie is ter plaatse en de ambulancedienst en technische recherche lopen in en om de trein waarop iemand de vraag stelt: De ambulance? Is hij nog te redden dan? Gelach stijgt op in de coupe als het antwoord is: "Nee. De persoon in kwestie moet toch echt van het spoor geschraapt worden."

Als we uiteindelijk na twee uur wachten in een andere trein stappen om onze weg naar Leiden te vervolgen is het overgrote deel van de passagiers in een uitgelaten en melige stemming. De nieuwe trein komt in beweging en terwijl mensen praten en lachen rijden we langs de voorkant van onze oude trein, die besmeurd is met bloed.
Iemand had er vandaag geen zin meer in. Iemand was te wanhopig om hulp te zoeken. Iemand heeft er voor gezorgd dat honderden mensen te laat op hun plaats van bestemming kwamen. Iemand heeft een machinist een trauma of in ieder geval een kleine hartverzakking gegeven. Iemand heeft ook een hele groep mensen met elkaar aan de praat gekregen. Iemand heeft mijn zorgen van de dag even een ochtend weggenomen.

donderdag 29 oktober 2009

Spiegel

Ik houd van spiegels. Noem me ijdel, noem me obsessief, maar ik houd gewoon heel erg van spiegels. Toen ik nog een kind was kon ik al uren voor een spiegel staan. Of zitten. Ik keek natuurlijk naar hoe ik er zelf uitzag, maar ik kon me nog beter verliezen in die fantasiewereld die achter die spiegel plaats vond.
Als je nou eens door die spiegel heen kon stappen, naar die wereld waarin alles precies tegenovergesteld was? Als de deur van je kamer naar links open ging in plaats van naar rechts? En wat als je dan ook in de rest van je huis alles tegenovergesteld zou vinden? Als de trap andersom zou draaien? En wat als je geen schaduw meer zou hebben, omdat je schaduw altijd naar de zon gedraaid zou staan?
In een spiegel vallen al je vreemdheden je veel beter op. Mijn neus staat in de spiegel iets naar rechts en ik schrijf veel beter met links :) De zon schijnt vanuit het noorden en draait langzaam naar het oosten, waardoor het oranje herfstlicht mijn kamer toverachtig mooi maakt. Ik loop door mijn spiegelkamer en alles klopt toch niet. Want niets is te lezen en mijn tekeningen zijn lang niet zo mooi. Buiten zou ik niet meer kunnen fietsen omdat ik niet meer weet hoe ik op moet stappen en met welke voet ik eerst moet trappen. De zee ruist in het oosten, waar ik niet zou willen zijn en mijn orientatie is compleet verdwenen. Stopt de auto op het kruispunt wel? Of gelden voorangsregels nu niet meer? Ik kwam van rechts! Of, nee! Links!! Of.. Als ik me omkeer om naar huis te gaan: is mijn huis aan de linker of de rechter kant van de straat? Een vaag beeld van herkenning, want een piano speelt van hoog naar laag van links naar rechts. Mijn kamer is de andere maar steeds de zelfde en de spiegel leidt me terug naar mij.
Zo ging mijn spiegelwereld als een droom voorbij.

woensdag 30 september 2009

Bad.

Er zit olie in 't bad. Op de rand een leeg flesje. Blauw-groen water ruikt naar lavendel, en de kraan maakt bubbels op het oppervlak. De klassieke muziek hoor ik niet, alleen maar zacht geruis. Als ik nu een vis zou zijn zou ik voor altijd onderwater blijven. Mijn haar gaat door de war en drijft als zeewier om me heen. De belletjes op m'n gezicht rollen over m'n wangen naar boven. Ze klinken als koude cassis met een ijsblokje op een frans terras, terwijl de zon net ondergaat.
Adembenemend. Een grote bel stijgt op. Blub!
Mijn tenen worden koud, dus ik draai me maar weer om.

woensdag 23 september 2009

Overpeinzing

Wat is jouw inspiratie?
Wat laat jouw hart sneller kloppen?
Ik peins...

Al een paar dagen ben ik redelijk onafscheidelijk met mijn nieuwste aankoop qua boeken. Mijn overvolle tas is de tijdelijke, nog overvollere behuizing van het boek "the Element" van Sir Ken Robinson. Dat is een professor die vindt dat school creativiteit afkapt en kinderen door de manier waarop onze kenniseconomie is opgebouwd, emotioneel en cultureel worden afgestompt.
Ik moet eerlijk zijn. Het boek raakt me. Langzaam kom ik tot het besef dat mijn eigen volharding in het willen passen in de kenniseconomie ook mij heeft gelimiteerd. Ik wilde ook altijd de beste zijn. Sterker nog, ik vond mijzelf altijd de beste. Maar op een één of andere manier hadden ze dat op mijn middelbare school nooit zo door. Ik vond mijzelf een briljant verhalen verteller. Maar omdat ik mijn spelling en grammatica niet onder controle had, stond ik het eerste half jaar van mijn brugklas een 3 voor Nederlands. Langzaam begon ik het nog logisch te vinden ook. Mijn docent kon namelijk nog veel beter verhalen vertellen dan ik, en hij maakte er ook geen spelfouten bij :) Het vervelende van kind zijn is dat je dan ook maar gelooft dat je niet goed bent in Nederlands.
Uiteindelijk heb ik me volgens de kenniseconomische ladder toch tot de bovenkant van de maatschappij weten te werken. Bijna klaar met de studie, vooruitzichten op een leuke baan. En schrijven doe ik er maar bij als hobby. De bestseller die ik schrijf blijft voorlopig veilig opgeslagen. Maar waarom? Alleen omdat de kans dat ik veel centen ga verdienen groter is als werknemer bij een groot bedrijf dan dat ik rondkom met een boek wat ik met liefde heb geschreven, maar waarschijnlijk met een 3 wordt afgekapt op m'n spelling:)

Kortom, ben je uit op een mooie confrontatie met je zelf en je eigen talenten, dan is "the Element" een aanrader.

PS. zie ook "do schools kill creativity?" at www.ted.com

maandag 31 augustus 2009

Keuzes

Chaotisch is de éénwoordelijke beschrijving van de planeet die Marie heet. Als ADD een werkwoord was zou het om de gesproken zin uit mijn mond kunnen komen. Ik zal nog even nader uitleggen waarom.
Ik ben al een jaar bijna klaar met mijn studie, en in dat jaar is het voor niemand in mijn omgeving duidelijk wat bijna is, including me.
Mijn grootste probleem is dat ik geen besef van tijd heb. Ik kan dagen voor me uit kijken in de bibliotheek totdat er wordt omgeroepen: De bibliotheek gaat over enkele minuten sluiten, wilt u uw gebruikte boeken terug zetten en de zaal verlaten. Waarna ik besef dat ik alleen heb lopen piekeren over wat ik allemaal nog precies moet doen, maar zonder enige vooruitgang in wat ik had kunnen doen. En dat is precies waar ik nog meer moeite mee heb. Keuzes maken. Ik kan onmogelijk zelf bedenken welke opdracht ik eerst wil doen, wie van mijn gemiste oproepen ik eerst terug moet bellen. Ik betrap mijzelf er zelfs op dat ik een minuut kan piekeren over het antwoord op de vraag of ik een tasje wil. Wil ik een tasje? Misschien is het wel handig. Maar niet goed voor het milieu. Het kan ook wel in m'n rugzak. Of ik kan het gewoon vasthouden. Zouden ze papieren zakjes hebben?
Nog erger is als je voor de bouwput van het fsw staat en geen idee hebt of je nou linksom of rechtsom naar het station wil fietsen.
Al deze vragen zorgen ervoor dat ik nog meer pieker. Als ik over zulke simpele dingen al moeite heb om te bedenken wat ik moet doen, hoe moet ik dan in hemelsnaam bedenken wat ik later wil worden? En hoe? En wanneer?
Ik studeer, ben nu echt bijna klaar, whatever that means, en nu moet ik bedenken.. Wil ik een Master doen?
Een master maakt een Bachelor tot een geheel. Tot nu toe werd ik bij de solicitaties die ik deed nog net niet uitgehoond, maar een "sorry, we zoeken eigenlijk iemand met stageervaring" is wel een algemene strekking van het verhaal. En dan bedoelen ze een echte stage.
Een Master geeft me ook de gelegenheid om me verder te verdiepen in mijn vak. Er is echter een verschil tussen verdiepen en verdrinken en ik ben bang dat ik dat laatste doe. Want nog een jaar afhankelijk, niet zelf werkend, geen eigen woonruimte hebbend, daar word ik heel ongelukkig van.
Mijn keuze bestaat nu uit.. met een 'onaffe' studie aan het werk, of nog minimaal een jaar (want mezelf kennende red ik 't niet in een jaar) beunen voor de betere baan, een interessanter papiertje, en vooral het idee dat ik me er doorheen geslagen heb.
Wat te doen?
Het antwoord valt te verwachten. Waar ik 10 minuten kan piekeren of ik links óf rechtsom fiets, met óf zonder papieren óf plastic tasje, doe ik over mijn masterkeuze ook nog eens kwadratisch lang, naast het feit dat ik m'n bachelor eerst nog moet afronden. En met te lang geen keuze maken, wordt de keuze gemaakt.

Ik ben te laat. Geen master dit jaar, maar op zoek naar een baan. En nu nog kiezen welke....

dinsdag 25 augustus 2009

Gelijk

Soms, maar echt heel soms, denk ik wel eens dat ik misschien toch rechten had kunnen studeren. Ik heb het altijd glashard ontkent. Rechten, dat was niets voor mij. Toen ik nog jong en onbezonnen was, leek in mijn puberale opstandigheid de advocatuur me een suffe, brallerige bezigheid en een studie voor mensen die maar wat kozen omdat ze niet wisten wat ze anders moesten doen. Mijn vooroordelen van het juristenleven bestonden voornamelijk uit het idee dat grote zakenlieden en andere zichzelf belangrijk-vindende mannen zouden lopen bekvechten over geld, macht en status. En dat soort onzin kon mijn a-commerciele instelling gewoon niet zo goed aan.
Natuurlijk zag ik mijn pa ook goede dingen doen, maar het voorkomen van massaontslagen kwam toen nog niet op mijn lijstje van hemelse deugden.

Maar langzaamaan moet ik toegeven dat knutselen met het recht erg vermakelijk kan zijn. Het naleven van rechtvaardigheid stijgt in mijn achting, maar toch geniet mijn voorkeur vooral het plagen en provoceren van het systeem. Geen parkeerbon in onze familie wordt niet meer tot hoger beroep uitgevochten. Ik begrijp langzaam aan dat je gewoon een heel sneaky, gna-gna goed gevoel krijgt als je de boel licht bedonderd, maar er compleet legitieme argumenten voor geeft en, het allerbelangrijkste, een schoorvoetend gelijk krijgt van de tegenpartij.