Het is niet niks. Als iemand je verteld dat naast de grappen die je maakt, de knuffels die je geeft en het luisterend oor dat je biedt, je onmisbaar bent om het volgende:
"Marie, jij maakt echt de allerlekkerste chocolademelk".
En dat is nou net het makkelijkste van alles, en tegelijkertijd niet geheel onbelangrijk.
Misschien heb je zelf een knuffel nodig. Omdat het regent, en je een uur tegen de wind hebt ingefietst. Omdat je baas jouw inbreng niet geniaal vond. Omdat je liefste grootmoeder er niet meer is. Of omdat je nog steeds niet bent teruggebeld.
Maar misschien lig je juist lekker op de bank met een goed boek, of geniet je van je favoriete serie. Dan is het ook wel een goed excuus. Wil je echt het goede van de winter voelen?
Pak dan:
1 kopje koude melk (halfvol of vol. Magere melk is zonde)
1 thee-ei (of leeg theezakje) met lavendel
Gooi de lavendel in een pannetje, giet de melk eroverheen en laat langzaam warm worden.
In je nu lege maar vochtige kopje gooi je:
2 theelepels cacao.
2 theelepels honing.
3 theelepels bruine rum
en roer met een lepel tot dit een papje is.
Als de melk warm is (niet laten koken) vuur uitzetten, lavendel eruit halen en in je kopje gooien.
En dan moet je eerst gaan zitten. Bij voorkeur in je meest relaxte stoel, en dan een slok nemen...
En geef voor de verandering dan ook maar eens een complimentje aan je zelf.
donderdag 5 januari 2012
dinsdag 3 januari 2012
Supermarkt
Dan sta je in de supermarkt, op de eerste maandag-eind-van-de-middag van het jaar. Hoewel de supermarkt maar een dag dicht is geweest dit weekend, lijkt het alsof iedereen zijn voorraadkast heeft leeggegeten en per direct zo veel mogelijk moet kopen om toch nog wat binnen te krijgen deze week. Ik heb niet zoveel nodig. Althans, ik weet dat er op het whiteboard in mijn keuken minstens acht items staan die op zijn en ik eigenlijk dringend moet kopen, maar van die acht heb ik alleen 'afwasmiddel' en 'vuilniszakken' onthouden.
Die hebben namelijk direct te maken met mijn goede voornemens: vaker afwassen en meer opruimen. Achteraf had het voornemen -vaker naar mijn whiteboard kijken- ervoor kunnen zorgen dat ik straks niet mijn tube tandpasta had hoeven open te knippen om het laatste restje eruit te wringen.
Tandpasta zit helaas niet in mijn gedachten. Wel het vinden van het begin van de rij van de kassa. Of zal ik toch even wachten tot de grootste drukte voorbij is?
Zo loop ik een beetje besluiteloos rond langs de huishoudelijke producten, de chips, de drank en land bij de tijdschriften. Net als ik een tijdschrift wil pakken word mijn aandacht getrokken door iets moois. Door iemand. Een meisje. Ik denk dat ze een jaar of vijf is en ze staat alleen, op twee meter van mij vandaan. De drukte aan mensen verstild als ik naar haar kijk, en naar hoe zij, heel langzaam een stuiterbal, die ze uit het schap gepakt heeft, heen en weer rolt over de vloer. Om vervolgens achter de bal aan te lopen en te kijken naar de glitters die er inzitten en door de lichtinval telkens anders kleuren. Het meisje volgt de bal, en mijn ogen het meisje. De stilheid die het gebeuren met zich meebrengt is enorm, enkel benadrukt door de snelle en ruwe afkapping van haar spel door een overhaaste moeder.
Het meisje wordt meegetrokken naar een nieuw geopende kassa, en de bal ligt in het gangpad van een overvolle supermarkt.
Die hebben namelijk direct te maken met mijn goede voornemens: vaker afwassen en meer opruimen. Achteraf had het voornemen -vaker naar mijn whiteboard kijken- ervoor kunnen zorgen dat ik straks niet mijn tube tandpasta had hoeven open te knippen om het laatste restje eruit te wringen.
Tandpasta zit helaas niet in mijn gedachten. Wel het vinden van het begin van de rij van de kassa. Of zal ik toch even wachten tot de grootste drukte voorbij is?
Zo loop ik een beetje besluiteloos rond langs de huishoudelijke producten, de chips, de drank en land bij de tijdschriften. Net als ik een tijdschrift wil pakken word mijn aandacht getrokken door iets moois. Door iemand. Een meisje. Ik denk dat ze een jaar of vijf is en ze staat alleen, op twee meter van mij vandaan. De drukte aan mensen verstild als ik naar haar kijk, en naar hoe zij, heel langzaam een stuiterbal, die ze uit het schap gepakt heeft, heen en weer rolt over de vloer. Om vervolgens achter de bal aan te lopen en te kijken naar de glitters die er inzitten en door de lichtinval telkens anders kleuren. Het meisje volgt de bal, en mijn ogen het meisje. De stilheid die het gebeuren met zich meebrengt is enorm, enkel benadrukt door de snelle en ruwe afkapping van haar spel door een overhaaste moeder.
Het meisje wordt meegetrokken naar een nieuw geopende kassa, en de bal ligt in het gangpad van een overvolle supermarkt.
zaterdag 3 december 2011
Sint en Troika's
Het heerlijk avondje is gekomen en ik kijk er naar uit om met hond op schoot voor de open haard te zitten. De hapjes en drankjes gaan rond, net als de cadeautjes, die met een dobbelsteen elke paar seconden van eigenaar verwisselen.
Het mooiste van sinterklaas blijven voor mij de gedichten. Vaak zijn ze erg simpel en soms heel slecht. Ik herinner me van vroeger dat mijn vader altijd het minste zin had in het schrijven van gedichten, maar toch altijd juweeltjes schreef. Omdat je een goed team nooit moet vervangen schreef hij ze altijd op het zelfde metrum; de dodemansrit van drs p.
En altijd eindigde zijn geniale creatie met: troika hier, troika daar, dit gedicht is ook weer klaar.
Goed gestolen is altijd beter dan slecht bedacht.
Het mooiste van sinterklaas blijven voor mij de gedichten. Vaak zijn ze erg simpel en soms heel slecht. Ik herinner me van vroeger dat mijn vader altijd het minste zin had in het schrijven van gedichten, maar toch altijd juweeltjes schreef. Omdat je een goed team nooit moet vervangen schreef hij ze altijd op het zelfde metrum; de dodemansrit van drs p.
En altijd eindigde zijn geniale creatie met: troika hier, troika daar, dit gedicht is ook weer klaar.
Goed gestolen is altijd beter dan slecht bedacht.
dinsdag 25 oktober 2011
Inbreken (2)
Mijn zusje komt net aanfietsen als ik de politie aan de telefoon heb...
Ik moet eerst vertellen over mijn zusje. Afgezien dat we allebei blond haar hebben, en blauwe ogen, en een goed figuur trouwens, zijn er een aantal verschillen in ons karakter. Om ons karakter in taal uit te drukken zou je bij mij het best gebruik kunnen maken van de twijfelachtige, licht verlegen, stoffige en overpijnzende drie puntjes...
Mijn zusje is een uitroepteken. Een highly fashionable, snel levend hart van goud met een temperamentvol en knallend enthousiast uitroepteken!
"Zusje!"
"...Hey zusje," zeg ik met een half huilerige glimlach.
Ik leg haar uit wat er gebeurd is en ik maak voor mezelf een inventaris op hoe brak de situatie is. Mijn laptop is niet mijn leven, maar toch wel een groot onderdeel ervan.
"Dit is zó kut! Wat de fuck! Het is bijna net zo erg als toen ik bijna iemand aanreed waardoor mijn auto kapot is!" vat zus kort samen.
We zitten op de leuning van de bank naar buiten te kijken terwijl we een sigaretje roken voor de schrik en stiekem bedenken we welke van de hangjongeren op straat er nu anders bij staat dan normaal. Zal een van hen iets weten?
Wachten op de politie is heel vreemd. Ik kom nooit zo vaak in aanraking met de politie, en ik weet nooit wat ik moet verwachten. Of ze streng zijn. Of grappig.
Als er twee agenten mijn kamer binnenstappen en zich voorstellen als hoofdagent I. en agent J. ontsteekt zich achter mij een spontane geluidssensatie.
"Hallo! Wat goed dat jullie er zijn! Ik ken u!"
De linker spiermassa kijkt even en knikt alsof er heel ver weg een peertje gaat branden.
"U heeft mij geholpen met mijn auto-ongeluk vorige week!!! U was zo aardig en vriendelijk!"
"...jee, toevallig..."
Ik vind het heel erg dat haar auto kapot is, maar ik ben op het moment meer geïnteresseerd in het oplossen van mijn eigen zaak. Ik probeer er tussen te komen, maar het is hopeloos. Eerst moet het auto verhaal verteld.
Mijn zusje moest werken terwijl er een hutspotfeest bij haar in de straat werd gehouden. Door een blokkade moest ze in de achteruitversnelling dronken mensen ontwijken, wat resulteerde in een gemolesteerde achterkant van een auto en een verdrietig zusje.
Ik droom en beetje en ik zie de twee agenten het ratelende verhaal in zich op nemen.
"Helaas klopte het wat u zei! Mijn auto is totaal los! Niets meer aan te doen! Hopelijk krijg ik een nieuwe!"
Ik probeer tussen de enthousiaste explosies van zus door mijn verhaal te doen. Agent J. maakt foto's en praat met de buren en hoofdagent I. vraagt of ik mijn laptop kan beschrijven, voor als ze er een terug vinden.
Ik noem het merk. "... en er zaten stickers op, en een toets deed het niet zo goed meer..."
De hoofdagent knikt bemoedigend: "En, stonden er speciale programma's op?"
"...Gewoon Office XP, en zo..."
"Heb je backup's gemaakt?"
"...Ja..." en dan dringt de ernst plotseling door... "Behalve van mijn gedichten en verhalen..."
"NEEEEE!!!! Je verhalen!!". Zus is op dreef. "U MOET weten agent: Míjn zus is de allerbeste schrijfster in de omgeving. Zij is zó goed. Ze wordt later beroemd!"
Ik heb een kop waarmee je op een mistige dag nog best een haven zou kunnen vinden. "...Eh... ik probeer weleens wat..."
Blijkbaar heeft zus nog niet beklemtoond in hoeverre zij een fan is en wijst terstond naar het straatnaambord dat aan mijn muur hangt. "Later is ze beroemd en krijgt ze ook haar eigen straatnaam!!!"
Ik zak door de grond, geeft zus een tik en kreun: "...illegaal, muts"
en tegen de agent:"... Tja, eh, dat was een cadeautje.. Ik heb m echt niet zelf gestolen"
De hoofdagent schud lachend zijn hoofd: "Ach, mevrouw, dat houd ons ook weer aan het werk. Bovendien, u zult kunnen bewijzen dat het van u is, uw naam staat erop!"
Ik moet eerst vertellen over mijn zusje. Afgezien dat we allebei blond haar hebben, en blauwe ogen, en een goed figuur trouwens, zijn er een aantal verschillen in ons karakter. Om ons karakter in taal uit te drukken zou je bij mij het best gebruik kunnen maken van de twijfelachtige, licht verlegen, stoffige en overpijnzende drie puntjes...
Mijn zusje is een uitroepteken. Een highly fashionable, snel levend hart van goud met een temperamentvol en knallend enthousiast uitroepteken!
"Zusje!"
"...Hey zusje," zeg ik met een half huilerige glimlach.
Ik leg haar uit wat er gebeurd is en ik maak voor mezelf een inventaris op hoe brak de situatie is. Mijn laptop is niet mijn leven, maar toch wel een groot onderdeel ervan.
"Dit is zó kut! Wat de fuck! Het is bijna net zo erg als toen ik bijna iemand aanreed waardoor mijn auto kapot is!" vat zus kort samen.
We zitten op de leuning van de bank naar buiten te kijken terwijl we een sigaretje roken voor de schrik en stiekem bedenken we welke van de hangjongeren op straat er nu anders bij staat dan normaal. Zal een van hen iets weten?
Wachten op de politie is heel vreemd. Ik kom nooit zo vaak in aanraking met de politie, en ik weet nooit wat ik moet verwachten. Of ze streng zijn. Of grappig.
Als er twee agenten mijn kamer binnenstappen en zich voorstellen als hoofdagent I. en agent J. ontsteekt zich achter mij een spontane geluidssensatie.
"Hallo! Wat goed dat jullie er zijn! Ik ken u!"
De linker spiermassa kijkt even en knikt alsof er heel ver weg een peertje gaat branden.
"U heeft mij geholpen met mijn auto-ongeluk vorige week!!! U was zo aardig en vriendelijk!"
"...jee, toevallig..."
Ik vind het heel erg dat haar auto kapot is, maar ik ben op het moment meer geïnteresseerd in het oplossen van mijn eigen zaak. Ik probeer er tussen te komen, maar het is hopeloos. Eerst moet het auto verhaal verteld.
Mijn zusje moest werken terwijl er een hutspotfeest bij haar in de straat werd gehouden. Door een blokkade moest ze in de achteruitversnelling dronken mensen ontwijken, wat resulteerde in een gemolesteerde achterkant van een auto en een verdrietig zusje.
Ik droom en beetje en ik zie de twee agenten het ratelende verhaal in zich op nemen.
"Helaas klopte het wat u zei! Mijn auto is totaal los! Niets meer aan te doen! Hopelijk krijg ik een nieuwe!"
Ik probeer tussen de enthousiaste explosies van zus door mijn verhaal te doen. Agent J. maakt foto's en praat met de buren en hoofdagent I. vraagt of ik mijn laptop kan beschrijven, voor als ze er een terug vinden.
Ik noem het merk. "... en er zaten stickers op, en een toets deed het niet zo goed meer..."
De hoofdagent knikt bemoedigend: "En, stonden er speciale programma's op?"
"...Gewoon Office XP, en zo..."
"Heb je backup's gemaakt?"
"...Ja..." en dan dringt de ernst plotseling door... "Behalve van mijn gedichten en verhalen..."
"NEEEEE!!!! Je verhalen!!". Zus is op dreef. "U MOET weten agent: Míjn zus is de allerbeste schrijfster in de omgeving. Zij is zó goed. Ze wordt later beroemd!"
Ik heb een kop waarmee je op een mistige dag nog best een haven zou kunnen vinden. "...Eh... ik probeer weleens wat..."
Blijkbaar heeft zus nog niet beklemtoond in hoeverre zij een fan is en wijst terstond naar het straatnaambord dat aan mijn muur hangt. "Later is ze beroemd en krijgt ze ook haar eigen straatnaam!!!"
Ik zak door de grond, geeft zus een tik en kreun: "...illegaal, muts"
en tegen de agent:"... Tja, eh, dat was een cadeautje.. Ik heb m echt niet zelf gestolen"
De hoofdagent schud lachend zijn hoofd: "Ach, mevrouw, dat houd ons ook weer aan het werk. Bovendien, u zult kunnen bewijzen dat het van u is, uw naam staat erop!"
dinsdag 18 oktober 2011
Inbreken (1)
Soms gaat het even allemaal niet volgens plan. Het is woensdag middag tegen een uur of drie. Ik lig in bed. Het is niet echt een normale tijd om in bed te liggen, maar omdat ik de hele voorgaande nacht en de hele dag koppijn heb, is het zo. De bouwvakkers bij de buren zijn hard aan het werk en het lijkt alsof de mannen zagen en hameren op de maat van de hartslag in mijn hersenpan. Als ik m'n linkeroog even open doe, zie ik door een kier in het gordijn dat het weer niet verschrikkelijk is, maar ik heb het koud en blijf lekker liggen.
Dan schreeuwt mijn telefoon. Het is mijn zusje met de vraag of ik koffie wil drinken en de opmerking dat ik frisse lucht moet hebben. Dan zakt de pijn vast.
Ik grom. Moet ik er dan echt uit? De batterij van mijn telefoon is leeg en met een twijfelachtig ronddraaiend figuur om mijn scherm geeft hij aan dat hij honger heeft en weigert meteen daarna elke dienst. Om onder de afspraak uit te komen moet ik alsnog uit mijn bed, want mijn lader ligt in de woonkamer.
Mijn tenen steken even onder de dekens door en ik besluit: Als ik wil opstaan, moet ik het nu doen. Heel snel. Rennend naar de douche. Ik zet een beetje een mentale aanloop en... ik waag het maar.
De douche is koud, dan warm, dan precies goed. Misschien kan ik toch gewoon vandaag in ieder geval een paar uur van de dag meepakken.
Als ik me afdroog denk ik na over wat ik aan moet. Mijn stemming is voor wijde trainingsbroeken en capuchontruien, maar ergens vind ik dat ik dan niet over straat kan met mijn over-fashionable sister. Zij zou t prima vinden, maar ergens zit het idee in mijn hoofd dat je er beter alleen of met z'n tweeen brak uit kan zien dan dat je als een soort lady and the tramp over straat loopt. Ik kies voor de middenweg. Comfortabel en stijl.
Als ik mezelf enigszins tot iets heb vermand wat er niet meer uitziet als een levende dode, loop ik mijn woonkamer in, op zoek naar de lader van mijn telefoon.
Mijn kamer is altijd licht chaotisch. Er ligt altijd wel iets op de plek waar het niet hoort. Ik vind het soms bijna kunst. Een afstandsbediening die op een plantenbak ligt, of mijn haarborstel die tussen de kussens van mijn bank steekt. Potjes nagellak in mijn boekenkast. De lader van mijn telefoon die over de verwarming hangt. De woonkamerdeur die wagenwijd openstaat.
He?...
De woonkamerdeur die wagenwijd openstaat was gisteravond nog dicht. Wat vreemd? Zou mijn huisbaas onverwacht langs geweest zijn? Ik wil de deur dichtdoen, maar ik sta stil. Ik kijk verbaasd mijn kamer rond en dan zie ik het.
Verdorie! Mijn laptop is weg!
(Voor de lezer: Verdorie is niet letterlijk wat ik dacht. Het is een gekuisde versie van een rijkelijk repertoire aan krachttermen en oerkreten.)
Mijn zusje komt net aanrijden als ik de politie aan de telefoon heb...
Dan schreeuwt mijn telefoon. Het is mijn zusje met de vraag of ik koffie wil drinken en de opmerking dat ik frisse lucht moet hebben. Dan zakt de pijn vast.
Ik grom. Moet ik er dan echt uit? De batterij van mijn telefoon is leeg en met een twijfelachtig ronddraaiend figuur om mijn scherm geeft hij aan dat hij honger heeft en weigert meteen daarna elke dienst. Om onder de afspraak uit te komen moet ik alsnog uit mijn bed, want mijn lader ligt in de woonkamer.
Mijn tenen steken even onder de dekens door en ik besluit: Als ik wil opstaan, moet ik het nu doen. Heel snel. Rennend naar de douche. Ik zet een beetje een mentale aanloop en... ik waag het maar.
De douche is koud, dan warm, dan precies goed. Misschien kan ik toch gewoon vandaag in ieder geval een paar uur van de dag meepakken.
Als ik me afdroog denk ik na over wat ik aan moet. Mijn stemming is voor wijde trainingsbroeken en capuchontruien, maar ergens vind ik dat ik dan niet over straat kan met mijn over-fashionable sister. Zij zou t prima vinden, maar ergens zit het idee in mijn hoofd dat je er beter alleen of met z'n tweeen brak uit kan zien dan dat je als een soort lady and the tramp over straat loopt. Ik kies voor de middenweg. Comfortabel en stijl.
Als ik mezelf enigszins tot iets heb vermand wat er niet meer uitziet als een levende dode, loop ik mijn woonkamer in, op zoek naar de lader van mijn telefoon.
Mijn kamer is altijd licht chaotisch. Er ligt altijd wel iets op de plek waar het niet hoort. Ik vind het soms bijna kunst. Een afstandsbediening die op een plantenbak ligt, of mijn haarborstel die tussen de kussens van mijn bank steekt. Potjes nagellak in mijn boekenkast. De lader van mijn telefoon die over de verwarming hangt. De woonkamerdeur die wagenwijd openstaat.
He?...
De woonkamerdeur die wagenwijd openstaat was gisteravond nog dicht. Wat vreemd? Zou mijn huisbaas onverwacht langs geweest zijn? Ik wil de deur dichtdoen, maar ik sta stil. Ik kijk verbaasd mijn kamer rond en dan zie ik het.
Verdorie! Mijn laptop is weg!
(Voor de lezer: Verdorie is niet letterlijk wat ik dacht. Het is een gekuisde versie van een rijkelijk repertoire aan krachttermen en oerkreten.)
Mijn zusje komt net aanrijden als ik de politie aan de telefoon heb...
maandag 26 september 2011
Taalgebruik
Schrijf ik nou zus of zuster?
Wie houdt van of lust er?
Maakt iets af of komt klaar?
Laat maar koken in z'n sopgaar.
Wie houdt van of lust er?
Maakt iets af of komt klaar?
Laat maar koken in z'n sopgaar.
maandag 5 september 2011
Verjaardag
Huis schoonmaken slingers ophangen taarten maken broodjes halen sapjes kopen bier inslaan.
Hoi dankjewel hoe is het jawel goed met mij wil je taart iets te drinken ga lekker zitten hoi gezellig dankjewel mooi cadeau neem een stoel. Hee wat een verrassing leuk dank je wel smak dikke kus en de kleine ook meegebracht zie ik wat is ze groot geworden wil je iets te drinken. en de kleine?
nee ik heb niet echt speelgoed hier maar ik heb ook kleurpotloden als ze dat wil Hee wat leuk dat je ook gekomen bent ik ga even nieuw brood halen en soep opwarmen.
Rennende kinderen door de keuken die wil ik eigenlijk ook wel voor ik te oud ben oven opwarmen stokbrood erin champagne is koud en knallen maar wat een gezellige drukte.
Hoe is het met jou? en je nieuwe baan wat goed van je heel terecht oh de deurbel gaat een momentje Hee lang niet gezien dankjewel wat een leuk presentje glaasje wijn? de borrelnootjes op hoe komt dat zo snel heb jij er van zitten snoepen? nog maar wat bijvullen dan maar en dan ook maar een hapje salade eten. Iedereen staat op oh nee gaan ze dit nu echt doen?
Lang zal ze leven in de gloria beetje vals toch ook wel weer leuk proost en nog vele jaren kaarsjes uitblazen een wens doen maar niet vertellen anders komt hij niet uit.
Gaan jullie alweer jammer tot de volgende keer erg gezellig vond ik ook gaan jullie nu ook al ja die kleine wordt snel moe natuurlijk tot snel weer he jammer dat we niet echt bij hebben kunnen kletsen bel je snel bedankt voor je gezelligheid.
jullie ook naar huis het is ook al laat morgen weer vroeg aan het werk fijne avond nog!
Deur dicht.
Puinhoop... Afwas?... Tukken...
Hoi dankjewel hoe is het jawel goed met mij wil je taart iets te drinken ga lekker zitten hoi gezellig dankjewel mooi cadeau neem een stoel. Hee wat een verrassing leuk dank je wel smak dikke kus en de kleine ook meegebracht zie ik wat is ze groot geworden wil je iets te drinken. en de kleine?
nee ik heb niet echt speelgoed hier maar ik heb ook kleurpotloden als ze dat wil Hee wat leuk dat je ook gekomen bent ik ga even nieuw brood halen en soep opwarmen.
Rennende kinderen door de keuken die wil ik eigenlijk ook wel voor ik te oud ben oven opwarmen stokbrood erin champagne is koud en knallen maar wat een gezellige drukte.
Hoe is het met jou? en je nieuwe baan wat goed van je heel terecht oh de deurbel gaat een momentje Hee lang niet gezien dankjewel wat een leuk presentje glaasje wijn? de borrelnootjes op hoe komt dat zo snel heb jij er van zitten snoepen? nog maar wat bijvullen dan maar en dan ook maar een hapje salade eten. Iedereen staat op oh nee gaan ze dit nu echt doen?
Lang zal ze leven in de gloria beetje vals toch ook wel weer leuk proost en nog vele jaren kaarsjes uitblazen een wens doen maar niet vertellen anders komt hij niet uit.
Gaan jullie alweer jammer tot de volgende keer erg gezellig vond ik ook gaan jullie nu ook al ja die kleine wordt snel moe natuurlijk tot snel weer he jammer dat we niet echt bij hebben kunnen kletsen bel je snel bedankt voor je gezelligheid.
jullie ook naar huis het is ook al laat morgen weer vroeg aan het werk fijne avond nog!
Deur dicht.
Puinhoop... Afwas?... Tukken...
Abonneren op:
Posts (Atom)
