Als je wakker wordt na een operatie zijn er een paar dingen die meteen opvallen.
Het plafond is overal in het gebouw het zelfde.
Je weet niet precies meer waar je bent en wat je er ook al weer kwam doen.
Als je even knippert met je ogen ben je al weer een kwartier verder in de tijd.
Toen ik vorige week vrijdag wakker werd, was ik in goede doen. Ik zou vanaf nu appendixloos door het leven gaan en dat ik stijf stond van de pijnstillers had ik toen ook nog niet door. Als een kind van deze tijd zette ik snel en schaamteloos 'Alive en kicking' op Facebook. Dat 'kicking' was lichtelijk overdreven, want ik had nog niet echt een poging ondernomen om iemand of iets te schoppen en ik kwam er vrij snel achter dat schoppen, of elke andere willekeurige beweging, toch best lastig is met narcose in je lijf.
En dan bedenk je je iets. Dat gevoel dat je moet plassen. Van het katheter dat ik had, vroeg ik toen ik wakker werd direct of die eruit mocht, omdat dat slangetje vooral voelde als een blaasontsteking. Maar zo'n slangetje heeft dus wel nut. Aan de andere kant, was het meteen een uitdaging om een poging te doen uit m'n bed te komen.
Ik vroeg aan de verpleegster of ze kon vertellen waar de wc was.
"Wacht maar even," zei ze en ze liep weg.
"Eh, ja hallo! Maar ik moet plassen!" riep ik nog.
En binnen een minuut is ze terug met een rolpo, of een rolstoel met een pan er in. En dan frons je en denk je: ja dag! Dat gaan we niet doen!
Ik probeer op te staan. En dan zijn er een paar dingen die meteen opvallen:
De horizon gaat alle kanten op.
Je weet niet meer waarom je ook alweer ging staan en waarom alles pijn doet.
Tot slot dank je de hemel dat de zuster die rolpot heel snel onder je billen schuift.
zondag 9 februari 2014
donderdag 6 februari 2014
Ziek
Ik probeer mijn teksten altijd een beetje op te leuken. Het mooie en het speciale in kleine dingen te zien. Een simpele beschrijving van de feiten is nuttig, maar half de pret niet.
Een simpele beschrijving van een feit: ik heb kanker.
Die drie woorden klinken zo ontzettend veel heftiger dan dat het voelt. Het voelt namelijk eerlijk gezegd helemaal niet zo heftig. Misschien, dat heb ik wel vaker, ben ik nu gewoon een beetje aan het struisvogelen. Ik negeer de negativiteit.
Dat gezegd hebbend, de afgelopen dagen waren eigenlijk erg gezellig. Het leek af en toe wel een beetje alsof ik jarig was. Telefoontjes, berichtjes, en veel mensen op bezoek. Ik besef me wel dat ik het in de toekomst misschien moeilijk krijg, vooral als ik onderworpen word aan deze op een soort stoofschotel gelijkende operatie, maar ik voelde me de afgelopen dagen echt een ontzettend feestvarken. Ik merk wel dat niet iedereen het even makkelijk vind, of dat mensen ervan schrikken. Dat vind ik raar. Ik voel me dan haast schuldig dat ik ze vertel hoe het zit en dat het waarschijnlijk allemaal wel mee valt. Alsof ik mensen iets ergs vertel, maar dat de ernst een beetje een dooie mus is, of een springlevende.
Humor is in elk geval het beste medicijn. Zo kon ik zaterdag nog niet lekker lopen, maar heb ik wel met m'n zusje een rolstoelrally door het Diaconessenhuis kunnen houden. En dat ging ongeveer zo:
Niet super nuttig, noch een feit, maar wel dubbel de pret.
Een simpele beschrijving van een feit: ik heb kanker.
Die drie woorden klinken zo ontzettend veel heftiger dan dat het voelt. Het voelt namelijk eerlijk gezegd helemaal niet zo heftig. Misschien, dat heb ik wel vaker, ben ik nu gewoon een beetje aan het struisvogelen. Ik negeer de negativiteit.
Dat gezegd hebbend, de afgelopen dagen waren eigenlijk erg gezellig. Het leek af en toe wel een beetje alsof ik jarig was. Telefoontjes, berichtjes, en veel mensen op bezoek. Ik besef me wel dat ik het in de toekomst misschien moeilijk krijg, vooral als ik onderworpen word aan deze op een soort stoofschotel gelijkende operatie, maar ik voelde me de afgelopen dagen echt een ontzettend feestvarken. Ik merk wel dat niet iedereen het even makkelijk vind, of dat mensen ervan schrikken. Dat vind ik raar. Ik voel me dan haast schuldig dat ik ze vertel hoe het zit en dat het waarschijnlijk allemaal wel mee valt. Alsof ik mensen iets ergs vertel, maar dat de ernst een beetje een dooie mus is, of een springlevende.
Humor is in elk geval het beste medicijn. Zo kon ik zaterdag nog niet lekker lopen, maar heb ik wel met m'n zusje een rolstoelrally door het Diaconessenhuis kunnen houden. En dat ging ongeveer zo:
Niet super nuttig, noch een feit, maar wel dubbel de pret.
dinsdag 14 januari 2014
Wol
Het lijkt me wat surrealistisch.
Het is midden op een regenachtige middag en ik sta in een wolwinkel.
Dat gegeven zou best normaal kunnen zijn, maar zo zie ik het niet. Ik sta midden in een winkel die vol gepropt is met vrouwen van pensioensgerechtigde leeftijd en ze praten. Over iets. Over wol. En door mijn brein suist de gedachte: hoe creatief ik ook mag zijn, ik begrijp er helemaal niets van. Van al die draden die hier verspreidt liggen ben ik er minstens evenveel kwijt. De pluizige regenboog die mij aanstaart vanuit de metershoge kasten bestaat niet alleen uit duizend kleuren, maar in gedachten wuiven mij ook vestjes, jurken, sokken, sjaals en mutsen tegemoet. Beren en poppen. Alles wat die wollen bollen zouden kunnen worden, alleen weten ze het zelf nog niet.
En ik trouwens ook niet.
De winkel intrigeert me. Het is er warm en kleurrijk, zacht, en toch voel ik me een tikkeltje claustrofobisch. Er is hier zo ontzettend veel wol waar ik helemaal niets mee kan. Ik weet überhaupt niet welke houding ik hier aan moet nemen. Ik wiebel ongemakkelijk heen en weer als de verkoopster zich door de meute wurmt. Ik voel mij als een kaal persoon bij een kapper. Of misschien beter nog: als een dove in een platenzaak. Hij weet dat er mensen zijn die glimmende ronde schijven kopen, om ze in een machine te stoppen. Deze mensen raken verrukt en vervuld en maken ritmische, of zeer a-ritmische bewegingen.
De magie van zo'n schijfje vind ik in zo'n bol met wol. Ik zie dat mensen er iets mee doen, en dat het iets met hen doet. Maar hoe zo'n draad ineens uitrolt en insteekt tot een trui is voor mij een mysterie.
Nu zou je natuurlijk kunnen zeggen, dat waar een kaal mens weinig kans heeft op haargroei, en een dove nog minder kans op geluid, ik nog altijd kan leren hoe dat nou eigenlijk werkt. Ik kan de haas uit de hoed trekken en ontdekken dat er een simpel trucje voor gebruikt wordt. Dat het na lang oefenen mijn tweede natuur wordt en dat ik met liefde en trots mijn eigen maaksel kan dragen. Dat zou natuurlijk kunnen.
Of -en dat is me na tien minuten dromen, terwijl het gepraat onvermoeid verder gaat, wel duidelijk- ik kan gewoon accepteren dat breien me vrij weinig interesseerd, en dat ik de dames hier liever tot kunstenaars maak.
Ja, dat lijkt me wel zo realistisch.
Het is midden op een regenachtige middag en ik sta in een wolwinkel.
Dat gegeven zou best normaal kunnen zijn, maar zo zie ik het niet. Ik sta midden in een winkel die vol gepropt is met vrouwen van pensioensgerechtigde leeftijd en ze praten. Over iets. Over wol. En door mijn brein suist de gedachte: hoe creatief ik ook mag zijn, ik begrijp er helemaal niets van. Van al die draden die hier verspreidt liggen ben ik er minstens evenveel kwijt. De pluizige regenboog die mij aanstaart vanuit de metershoge kasten bestaat niet alleen uit duizend kleuren, maar in gedachten wuiven mij ook vestjes, jurken, sokken, sjaals en mutsen tegemoet. Beren en poppen. Alles wat die wollen bollen zouden kunnen worden, alleen weten ze het zelf nog niet.
En ik trouwens ook niet.
De winkel intrigeert me. Het is er warm en kleurrijk, zacht, en toch voel ik me een tikkeltje claustrofobisch. Er is hier zo ontzettend veel wol waar ik helemaal niets mee kan. Ik weet überhaupt niet welke houding ik hier aan moet nemen. Ik wiebel ongemakkelijk heen en weer als de verkoopster zich door de meute wurmt. Ik voel mij als een kaal persoon bij een kapper. Of misschien beter nog: als een dove in een platenzaak. Hij weet dat er mensen zijn die glimmende ronde schijven kopen, om ze in een machine te stoppen. Deze mensen raken verrukt en vervuld en maken ritmische, of zeer a-ritmische bewegingen.
De magie van zo'n schijfje vind ik in zo'n bol met wol. Ik zie dat mensen er iets mee doen, en dat het iets met hen doet. Maar hoe zo'n draad ineens uitrolt en insteekt tot een trui is voor mij een mysterie.
Nu zou je natuurlijk kunnen zeggen, dat waar een kaal mens weinig kans heeft op haargroei, en een dove nog minder kans op geluid, ik nog altijd kan leren hoe dat nou eigenlijk werkt. Ik kan de haas uit de hoed trekken en ontdekken dat er een simpel trucje voor gebruikt wordt. Dat het na lang oefenen mijn tweede natuur wordt en dat ik met liefde en trots mijn eigen maaksel kan dragen. Dat zou natuurlijk kunnen.
Of -en dat is me na tien minuten dromen, terwijl het gepraat onvermoeid verder gaat, wel duidelijk- ik kan gewoon accepteren dat breien me vrij weinig interesseerd, en dat ik de dames hier liever tot kunstenaars maak.
Ja, dat lijkt me wel zo realistisch.
vrijdag 25 oktober 2013
Herfst
ik kan het eigenlijk niet rijmen
alles wat ik zeggen wil
te koud, te fout
te regenachtig
te onmachtig
prachtig,
te wasverzachtig
wollen truien in m'n hoofd
het verstopte in mn neus
ik kan het jammerlijk niet rijmen
kan het niet lachend
of zingend
genadeloos dwingend
drinkend
verzinkend
in een borrel te veel
dat is beter voor m'n keel
en verschrijnend uit mn brein
ik wil het heimelijk niet rijmen
niet naar 't donker, het licht,
niet het grijzige grauw,
naar het hemelse blauw,
oranje
kastanje-
bruin haar geeft het hem
ik wil het niet rijmen naar m'n stem
ik zou het sowieso niet rijmen
Om maar niets teniet te doen
onverschrokken,
teruggetrokken,
in de zakken van mijn jas
beukennootjes
eikeblaadjes
schaamteloze verzameldrang.
aan de storm die ik verwacht, verlang
Ik kan, ik wil, ik zou niet rijmen
omdat het begrip geen rijmwoord heeft
en, beter nog, het zelf liefst onbesproken
maar des te intenser wordt beleefd.
alles wat ik zeggen wil
te koud, te fout
te regenachtig
te onmachtig
prachtig,
te wasverzachtig
wollen truien in m'n hoofd
het verstopte in mn neus
ik kan het jammerlijk niet rijmen
kan het niet lachend
of zingend
genadeloos dwingend
drinkend
verzinkend
in een borrel te veel
dat is beter voor m'n keel
en verschrijnend uit mn brein
ik wil het heimelijk niet rijmen
niet naar 't donker, het licht,
niet het grijzige grauw,
naar het hemelse blauw,
oranje
kastanje-
bruin haar geeft het hem
ik wil het niet rijmen naar m'n stem
ik zou het sowieso niet rijmen
Om maar niets teniet te doen
onverschrokken,
teruggetrokken,
in de zakken van mijn jas
beukennootjes
eikeblaadjes
schaamteloze verzameldrang.
aan de storm die ik verwacht, verlang
Ik kan, ik wil, ik zou niet rijmen
omdat het begrip geen rijmwoord heeft
en, beter nog, het zelf liefst onbesproken
maar des te intenser wordt beleefd.
donderdag 24 oktober 2013
Open brief van Piet
Beste Nederlanders,
Nog even genietend van het Madrileense zonnetje voordat bij ons de drukte losbarst, lees ik met een cappucino in de hand het laatste nieuws online. Alweer een artikel waarin ik het onderwerp ben van een flinke bekvechtsessie. Iedereen lijkt er inmiddels over aan het woord te komen, behalve mijn collega's en ik. Om die reden leek het me goed idee om zelf eens het woord te doen.
Ik zal beginnen om eerst het duidelijke te benoemen. Ik ben zwart. Ik had inderdaad blank kunnen zijn, of Aziatisch. Er schijnt zelfs een school te zijn die mijn helpende collega's blauw verft om niemand tegen de schenen te schoppen. Ik vind dat heel lief bedoeld, maar ook een gemiste kans.
Als je er over nadenkt, besef je je dan dat Klaas zonder zijn pieten vrij hulpeloos is? Sint is natuurlijk heilig verklaard en een heilige kan kleine wonderen veroorzaken, maar zonder hulp van alle ouders die hem steunen, kinderen die geloven in zijn kunnen en al zijn Pieten is hij toch echt alleen maar een hele oude man met een baard. Eentje die net zo goed een marketingstunt van Coca Cola had kunnen zijn.
Klaas zelf is zich er zeer van bewust dat zonder hulp van zijn Pieten de viering van zijn naamdag minder charme heeft.
Zoals ik het ervaar, ben ik een onmisbare hulp van Klaas, maar ik voel me niet zijn mindere. Ik sta dankzij mijn jeugdige natuur dichter bij de kinderen dan Klaas. Waar Klaas serieuzer is, ben ik sociaal voelender. In dit aspect vullen Klaas en ik elkaar perfect aan.
Het valt niet te ontkennen dat mijn oudcollega Pieten in het verleden een meer afschrikwekkende rol speelden ter correctie van het gedrag van kinderen. Daar valt enkel tegen in te brengen dat vroeger kinderen ook werden geslagen door hun ouders en leraren. Maar deze manier van opvoeden is tegenwoordig toch helemaal niet meer aan de orde?
De discussie of mijn voorgangers ooit slaven zijn geweest vind ik ook jammer. Zover ik weet lijkt het dat mijn oudste collega's vrijgekochte slaven waren. In een tijd waarin hierarchie veel meer betekenis had dan nu, waren mijn collega's knechten. In principe waren ze vrij om te gaan en staan, maar om hun trouw blijvend verbonden aan Klaas. Ik betreur het dat zo'n relatie tegenwoordig nog steeds op basis van kleur veroordeeld wordt.
Ik kan tegenwoordig in mijn functie als helper van Klaas gewoon mezelf zijn. Ik houd van kinderen. Ik maak graag grapjes. Ik doe soms gekke dingen om kinderen, en hun ouders aan het lachen te maken. Als ik al die kinderen zie, blank en donker, denk ik er geen moment aan dat ze, als ze zich verkleden als mij, er ook maar enig rasistisch idee bij hebben. Sterker nog, ik vind dat een beetje pervers. Kinderen houden van mij, of ik nu zwart, wit of pimpelpaars ben.
En daar ligt de gemiste kans. Ik zal absoluut niet ontkennen dat rasisme, en natuurlijk elke andere vorm van discriminatie, een dagelijkse barriere is voor velen in ons land. Ik krijg er de overige 11 maanden van het jaar ook mee te maken dat ik eerder beoordeeld word om mijn uiterlijk dan om mijn ideeën. Maar als de media ons Pieten meer laat zien in de heldenrol die wij bekleden, vaker achter de schermen laat zien hoe vaak we Klaas uit de brand helpen, kunnen wij naast grappenmakers ook een rolmodel worden, voor alle kinderen, ongeacht hun kleur of achtergrond.
Ik kan tot slot alleen nog maar oproepen tot het volgende. Teken die petities vóór Pieten niet omdat je vind dat donkere mensen niet mogen zeuren over het ontstaan van zwarte Piet, of over het feit dat zij gediscrimineerd worden. Sta boven discriminatie en teken de petitie omdat je trots bent dat Nederland een zwarte held heeft, die Piet heet.
Veel groeten en tot over drie weken!
Piet
Nog even genietend van het Madrileense zonnetje voordat bij ons de drukte losbarst, lees ik met een cappucino in de hand het laatste nieuws online. Alweer een artikel waarin ik het onderwerp ben van een flinke bekvechtsessie. Iedereen lijkt er inmiddels over aan het woord te komen, behalve mijn collega's en ik. Om die reden leek het me goed idee om zelf eens het woord te doen.
Ik zal beginnen om eerst het duidelijke te benoemen. Ik ben zwart. Ik had inderdaad blank kunnen zijn, of Aziatisch. Er schijnt zelfs een school te zijn die mijn helpende collega's blauw verft om niemand tegen de schenen te schoppen. Ik vind dat heel lief bedoeld, maar ook een gemiste kans.
Als je er over nadenkt, besef je je dan dat Klaas zonder zijn pieten vrij hulpeloos is? Sint is natuurlijk heilig verklaard en een heilige kan kleine wonderen veroorzaken, maar zonder hulp van alle ouders die hem steunen, kinderen die geloven in zijn kunnen en al zijn Pieten is hij toch echt alleen maar een hele oude man met een baard. Eentje die net zo goed een marketingstunt van Coca Cola had kunnen zijn.
Klaas zelf is zich er zeer van bewust dat zonder hulp van zijn Pieten de viering van zijn naamdag minder charme heeft.
Zoals ik het ervaar, ben ik een onmisbare hulp van Klaas, maar ik voel me niet zijn mindere. Ik sta dankzij mijn jeugdige natuur dichter bij de kinderen dan Klaas. Waar Klaas serieuzer is, ben ik sociaal voelender. In dit aspect vullen Klaas en ik elkaar perfect aan.
Het valt niet te ontkennen dat mijn oudcollega Pieten in het verleden een meer afschrikwekkende rol speelden ter correctie van het gedrag van kinderen. Daar valt enkel tegen in te brengen dat vroeger kinderen ook werden geslagen door hun ouders en leraren. Maar deze manier van opvoeden is tegenwoordig toch helemaal niet meer aan de orde?
De discussie of mijn voorgangers ooit slaven zijn geweest vind ik ook jammer. Zover ik weet lijkt het dat mijn oudste collega's vrijgekochte slaven waren. In een tijd waarin hierarchie veel meer betekenis had dan nu, waren mijn collega's knechten. In principe waren ze vrij om te gaan en staan, maar om hun trouw blijvend verbonden aan Klaas. Ik betreur het dat zo'n relatie tegenwoordig nog steeds op basis van kleur veroordeeld wordt.
Ik kan tegenwoordig in mijn functie als helper van Klaas gewoon mezelf zijn. Ik houd van kinderen. Ik maak graag grapjes. Ik doe soms gekke dingen om kinderen, en hun ouders aan het lachen te maken. Als ik al die kinderen zie, blank en donker, denk ik er geen moment aan dat ze, als ze zich verkleden als mij, er ook maar enig rasistisch idee bij hebben. Sterker nog, ik vind dat een beetje pervers. Kinderen houden van mij, of ik nu zwart, wit of pimpelpaars ben.
En daar ligt de gemiste kans. Ik zal absoluut niet ontkennen dat rasisme, en natuurlijk elke andere vorm van discriminatie, een dagelijkse barriere is voor velen in ons land. Ik krijg er de overige 11 maanden van het jaar ook mee te maken dat ik eerder beoordeeld word om mijn uiterlijk dan om mijn ideeën. Maar als de media ons Pieten meer laat zien in de heldenrol die wij bekleden, vaker achter de schermen laat zien hoe vaak we Klaas uit de brand helpen, kunnen wij naast grappenmakers ook een rolmodel worden, voor alle kinderen, ongeacht hun kleur of achtergrond.
Ik kan tot slot alleen nog maar oproepen tot het volgende. Teken die petities vóór Pieten niet omdat je vind dat donkere mensen niet mogen zeuren over het ontstaan van zwarte Piet, of over het feit dat zij gediscrimineerd worden. Sta boven discriminatie en teken de petitie omdat je trots bent dat Nederland een zwarte held heeft, die Piet heet.
Veel groeten en tot over drie weken!
Piet
zaterdag 19 oktober 2013
Herfstblues playlist (7)
Maar wat als het gewoon even niet gaat?
Wat als je ruzie gemaakt hebt? Als je probeert feedback te geven die totaal verkeerd wordt opgepikt? Als je verwachtingen niet tegemoet worden gekomen, maar dat je goede bedoelingen de knuppel blijkt te zijn die tegen je eigen hoofd slaat?
Wat als je ruzie gemaakt hebt? Als je probeert feedback te geven die totaal verkeerd wordt opgepikt? Als je verwachtingen niet tegemoet worden gekomen, maar dat je goede bedoelingen de knuppel blijkt te zijn die tegen je eigen hoofd slaat?
De herfst is inmiddels zodanig losgebarsten, dat er niets meer met Nederland te beginnen valt. Dat ik desondanks met m'n koppige hoofd wil hockeyen, is alleen maar de goden verzoeken. Ik deed nog een goede poging om naar de tegenpartij te rijden, maar om dat te doen in een half defecte auto zou wellicht problemen op kunnen leveren.
Na 20 minuten bleek de half defecte auto het op te geven en belandde ik naast de weg. De andere spelers werden gelukkig opgehaald, maar uit verantwoordelijkheidsgevoel besloot ik bij de auto te blijven.
De ANWB drukte me op het hart vooral niet in de auto te gaan zitten. En brave burger die ik ben, gehoorzaam ik maar. Het vervelende van verwachtingen is dat je ervan uitgaat dat je binnen vijf minuten geholpen wordt, en dat je na een kwartier denkt: any minute now...
En.. Als je dan na een half uur beseft dat er bijna niets meer droog is aan je lijf, en je dan pas gebeld word dat je eerst lid moet worden van de ANWB, dan blijkt het bij mij te gebeuren dat m'n stoppen doorslaan.
Als je uiteindelijk de wedstrijd verliest, je vijf en een half uur na je eerste telefoontje pas de ANWB verlaat, je schoenen er een week over doen om weer enigszins droog aan te voelen, kan je twee dingen doen. Je kan nog dagen zitten kniezen over alle pech die je hebt gehad, en je kan ook daarna gewoon dankbaar zijn voor alle hulp die je hebt gehad. Voor de ANWB die duidelijk meer te doen had die dag, maar mij toch kosteloos hielp. Voor de goede bedoelingen die de eigenaar van de auto had door deze aan mij uit te lenen, hoe ongelukkig de uitkomst ook. Voor de vriend die naast je komt staan in de regen, of de vriend die je teamgenoten in veiligheid brengt en voor een verzekeringspasje zorgt. Voor je teamgenoten die ondanks je afwezigheid knokken voor de wedstrijd en na afloop je spullen veiligstellen. Voor je manager die nog dagen daarna voor mentale steun zorgt.
Niemand is perfect, er is slechts goede wil.
En omdat deze dramatische zondag uiteindelijk perfect past in mijn herfstblues thema, kan ik alleen maar besluiten met het mooie nummer van Dido.
Niemand is perfect, er is slechts goede wil.
En omdat deze dramatische zondag uiteindelijk perfect past in mijn herfstblues thema, kan ik alleen maar besluiten met het mooie nummer van Dido.
vrijdag 4 oktober 2013
Herfstblues playlist (6)
Blegh..
Er zijn een paar dagen in het jaar waaraan ik de pest heb. De dag na mijn verjaardag bijvoorbeeld, of 1 januari, sowieso de laatste dag van vakantie, of elke dat dat dierbare vrienden uit het buitenland weer naar huis gaan. De kater van het voorgaande feestje maakt het allemaal natuurlijk nog zwaarder.
Nu is het 4 oktober, in Leiden ook een depressieve dag. Ik ben niet een heel overtuigd 3 oktober vierder, maar drinken of niet drinken, het lawaai van cafe de Pelikaan achter mijn huis heb ik toch wel meegepakt. Het is bijna niet te geloven dat ik twee jaar in Amsterdam gewoond heb zonder ook maar een André Hazes nummer voorbij heb horen komen, terwijl ik, nu ik weer in Leiden woon, zijn complete repertoire uit mijn hoofd ken.
Mijn goede vriendinnetje I. heeft het wellicht nog zwaarder vandaag. Ik ben geen echte Leienaar, dus ik ben eigenlijk wel blij dat al die shenanigans in de sleutelstad voorbij zijn, maar zij moet nu weer 364 dagen wachten. Gelukkig komt zij de dagen zingend door.
Ik kan niet bijster goed zingen, maar ik geniet des te meer van mensen die dat wel kunnen. En er zijn twee momenten dat ik nog meer fan ben van I. dan normaal. Dat is als ze weer een popmpoen-pecannoottaart uit de oven trekt, of als ze ongegeneerd die stem op zet als we aan het afwassen zijn. En laat het nummer dat zij nu zingt met zangles nu perfect in mijn herfstblues thema vallen. Oorspronkelijk gezongen door Rihanna.
Er zijn een paar dagen in het jaar waaraan ik de pest heb. De dag na mijn verjaardag bijvoorbeeld, of 1 januari, sowieso de laatste dag van vakantie, of elke dat dat dierbare vrienden uit het buitenland weer naar huis gaan. De kater van het voorgaande feestje maakt het allemaal natuurlijk nog zwaarder.
Nu is het 4 oktober, in Leiden ook een depressieve dag. Ik ben niet een heel overtuigd 3 oktober vierder, maar drinken of niet drinken, het lawaai van cafe de Pelikaan achter mijn huis heb ik toch wel meegepakt. Het is bijna niet te geloven dat ik twee jaar in Amsterdam gewoond heb zonder ook maar een André Hazes nummer voorbij heb horen komen, terwijl ik, nu ik weer in Leiden woon, zijn complete repertoire uit mijn hoofd ken.
Mijn goede vriendinnetje I. heeft het wellicht nog zwaarder vandaag. Ik ben geen echte Leienaar, dus ik ben eigenlijk wel blij dat al die shenanigans in de sleutelstad voorbij zijn, maar zij moet nu weer 364 dagen wachten. Gelukkig komt zij de dagen zingend door.
Ik kan niet bijster goed zingen, maar ik geniet des te meer van mensen die dat wel kunnen. En er zijn twee momenten dat ik nog meer fan ben van I. dan normaal. Dat is als ze weer een popmpoen-pecannoottaart uit de oven trekt, of als ze ongegeneerd die stem op zet als we aan het afwassen zijn. En laat het nummer dat zij nu zingt met zangles nu perfect in mijn herfstblues thema vallen. Oorspronkelijk gezongen door Rihanna.
Abonneren op:
Posts (Atom)
