(English below)
Zo voelt dat dus.
Hopeloos.
Ik wil de televisie eigenlijk niet meer aanzetten, ik wil niet meer op Facebook kijken, of twitter. Ik krijg een beetje genoeg van de media. Al dat verdriet. En al de discussies er omheen.
Ik voelde mij altijd bevoorrecht om als kind mee te gaan met CISV. Een organisatie die tot doel heeft kinderen van verschillende culturen bijeen te brengen, waarna die kinderen later als volwassenen beseffen dat alle mensen het zelfde zijn. Het is een beetje naief, maar wel een heel mooi beeld.
Als ik nu het nieuws lees denk ik aan de vrienden die ik gemaakt heb.
Vrienden in Oekraine, wiens ouders alle hoop op vrede opgegeven hebben.
Vrienden in Georgië, die zich verscheurd voelen door corruptie en de wurggreep die de Russen economisch gezien op hen hebben
Vrienden in Rusland, wie stilletjes kritiek hebben op hun eigen
regering, maar ook niet zien hoe zij de situatie kunnen verbeteren.
Vrienden in Jordanië,en Libanon, die de verschrikkingen van hun buren gadeslaan en wanhopen van het geweld dat er tegen Palestijnse burgers gepleegd wordt.
Vrienden in Israel, die zich bedreigd voelen door een groep die hun land niet erkend en vinden dat ze zich moeten kunnen verdedigen.
En dan zijn er overal vrienden die een kant kiezen:
Zoals de Italiaan die vindt dat CISV een laf zootje voor rijkeluiskinderen is door géén statement te maken over de annihilatie van Palestijnen tijdens de jaarvergadering.
Zoals de Spaanse die haar Israelische vriendin erop wijst dat elke politicus predikt voor eigen parochie, waarna zij het verwijt krijgt hoog en droog in Madrid te zitten.
De Australiër die zijn sympathie laat blijken voor Israel door de vlag op zijn profiel te zetten, en ik er met mijn grote bek iets van moet zeggen, omdat ik ook maar een volger ben van de media.
Of de Nederlander die vindt dat we tot actie moeten overgaan en Rusland meer onder druk moeten zetten.
Maar er zijn trouwens ook nog vrienden die geen kant kiezen. Hen wordt desinterresse verweten.
Toen ik begin twintig was, nam de vader van mijn toenmalige vriendje ons mee naar het Palais des Nations in Génève. Ik stond daar, toen nog op de plek van Kofi Annan en ik keek die zaal in en ik droomde ervan ooit daar te betogen dat elk conflict in principe geweldloos opgelost zou kunnen worden. De Verenigde Naties was een magische plek waar ik deel van wilde uitmaken.
Natuurlijk was dat voor dat ik me verdiepte in de genocide in Rwanda, waarin VN soldaten niet mochten schieten, terwijl er in New York wekenlang werd gediscussieerd over de betekenis van de zin: 'acts of genocide may have occured'.
Dit was ook voordat ik nadacht over de rol van de VN in Srebrenica waarin de Dutchbatters toestonden dat een dorp werd uitgemoord.
Volgende maand word ik tweeendertig. Het is twintig jaar nadat ik voor het eerst met CISV op kamp ging en ik me vanaf dat moment een 'global citizen' voelde en er heilig van overtuigd was dat mijn generatie van intelligentia tot een vreedzame oplossing zou komen.
Ik wil de televisie niet meer aanzetten. Niet meer op Facebook kijken of op Twitter. Ik zie mijn mede-CISVers bekvechten en verlies hoop.
Het voelt alsof Doris Twitchell Allen heeft gefaald.
So, this is how it feels.
Hopeless.
I don't really want to turn on the telly anymore. I lost interest in Facebook or Twitter. I just about had enough of the media. All the sorrow and the impending discussions drive me hopeless.
I always felt privileged as a child to be able to be a delegate in several CISV programmes. CISV International is a global organization dedicated to educating and
inspiring for peace through building inter-cultural friendship so that these children will grow up as adults that acknowledge and overcome their differences. It might sound naive, but I truely believe this could be.
Lately I've been watching the news though, and I think of the friends I made:
Friends in Ukraine, whose parents have lost all hope on peaceful solutions for Eastern Ukraine.
Friends in Georgia, that feel torn apart by corrupt politicians and the economic influence of Russia.
Friends in Russia, that do acknowledge things are not perfect, but think they are too small to make a difference.
Friends in Jordan and Lebanon, that see the atrocities committed to the people of Palestine and despair the outcome of actions that seem genocidal.
Friends in Israel, who feel threatened by a group of people that doesn't want to acknowledge their land and find they have to defend themselves.
And I have many friends who pick sides:
Like my Italian brother who finds CISV International has become a social travel agency for the rich dominant class, because they won't make a statement about the Palestinian annihilation during their annual meeting
Or my Spanish friend that states that Jewish politicians in the USA are preaching for the choir on CNN, where her Israeli friend comments that she knows nothing of Israel.
The Australian that shows his sympathy with the Israeli people by putting its flag on his profile pic, and me scrutinizing him for doing so, while we are both influenced by different media.
Or the Dutchman that finds we should increase pressure on Russia and try and find other energy resources.
Ofcourse there are many more friends, that don't pick sides, and they are picked on for standing by.
When I was in my early twenties, the father of my boyfriend at the time took us to his office at the Palais des Nations in Geneva. I remember standing in the great hall, on the spot where Kofi Annan held so many speeches and I was convinced that I would once stand there as a politician, convincing all that every conflict could be, and should be, solved without any use of violence. The United Nations was a magical institute that I really wanted to be a part of.
Ofcourse this was before I studied the genocide in Rwanda, where UN soldiers were not allowed to shoot, while politicians in New York kept on discussing the semantics of the frase: 'acts of genocide may have occured', for weeks.
It was also before I acquired knowledge about the Dutchbat UN soldiers in Srebrenica that stood by as an entire town was massacred.
Next month I will turn thirtytwo. I has been twenty years since I first participated in a CISV programme and came back as a 'global citizen'. I then firmly believed that my generation of intelligentsia would be able to find a peaceful solution.
And now, I don't want to turn on the telly anymore, nor check Facebook or Twitter. I see my fellow CISV friends bitching at each other and I lose hope.
I feel like Doris Twitchell Allen might have failed.
vrijdag 25 juli 2014
maandag 21 juli 2014
Vasthouden
Het lukte even niet, echt leuke dingen bedenken. Het is niet dat ik niets meemaak, maar er zit de afgelopen tijd alleen maar stront in mijn hoofd. Allerlei verliefdigheden en mierzoete gedichten die ik echt nooit op enige blog zou zetten omdat ik mezelf dan uberhaupt nooit meer serieus kan nemen.
Bah. Ik ben juist zo goed in het beschrijven van de humor in ellende. Maar als je niet stilstaat bij je ellende en alleen maar als een lammetje lief zit te blaten, dan komt er niets uit. Ja, er komt wel iets uit. Bêêêhhh.
Ik kan al die superzoetigheden niet aan. Ooit walgde ik van die stelletjes die elkaars hand vasthouden in de trein, of kussen in de bus. Mensen die eeuwig aan elkaar vastgeplakt lijken. Ik noemde ze altijd 'Velcro couples' ofwel klittenband.
Onlangs werd ik er door mijn beste vriendinnetje I. op gewezen dat ik zelf in slechts enkele weken van een taai wijf met droge humor een weeig poppetje ben geworden.
Ik word aggressief van mezelf en wil ergens tegen aan schoppen. Ik bén weeig, en ik kan er heel weinig aan doen.
Verhalen gedijen nu eenmaal beter met ellende...
En nu ís er ellende. Toen ik een paar maanden geleden van de operatietafel kwam werd ik wakker met de verdwijning van een vliegtuig dat intussen nog steeds niet gevonden is. En nu word ik van mijn roze wolk afgetrokken door de ramp van een volgende. Een paar maanden geleden had ik de hoop dat de vermissing van MH370 een complot zou zijn, en hoop geeft een goede aanzet tot grappen. Met het verlies van MH17 zijn er geen grappen te maken. Alleen de crue opmerking dat het nu echt zuigt om aandelen Malaysia Airlines te hebben, want die vallen bijna net zo snel als de 17.
Als ik de kranten er op na lees, mag ik geloven dat iedereen wel iemand kende op de vlucht. Dat de passagiers een afspiegeling waren van de Nederlandse maatschappij; hoog en laag opgeleid, oud en jong, blank en niet blank.
Ik kende niemand echt. Het feit dat ik een persoon die verongelukt is wel eens heb gezien, doet mij iemand niet kennen. Maar dat zijn foto, en met hem vele andere foto's van mensen die ik nooit eerder heb gezien, rond geslingerd wordt op Facebook, maakt dat het lijkt of ik hen ken. Alsof al mijn vrienden iemand lijken te kennen. Ik besef dat we de slachtoffers niet perse kennen, maar vooral herkennen in ons zelf.
We herkennen ons in de wereldverbeteraar, de avonturier, de student, de bloemist en de huisvrouw. We herkennen ons in de arbeider die snakte naar vakantie, de vader die dacht naar huis te gaan, de supporter die dacht zijn team aan te moedigen.
We herkennen hoe het is om blinde pech te hebben (of juist geluk; er zijn een aantal die de vlucht gemist hebben). We herkennen de angst om iemand die je lief hebt kwijt te raken. En dat het best menselijk is om verdriet te voelen.
Ik ben wat betreft publiek vertoon van affectie de laatste tijd dus wat milder. Het kussen in bussen mag van mij nog steeds bestraft worden met een bak ijswater, maar wat vaker iemands hand vastpakken, gewoon omdat het kan en de ander daar misschien ook behoefte aan heeft; wellicht wordt de wereld daar wel beter door.
En als je vrienden met een muzikaal pareltje doorkomen, mag dat wat mij betreft ook best gedeeld. Thanks Tinus :)
Bah. Ik ben juist zo goed in het beschrijven van de humor in ellende. Maar als je niet stilstaat bij je ellende en alleen maar als een lammetje lief zit te blaten, dan komt er niets uit. Ja, er komt wel iets uit. Bêêêhhh.
Ik kan al die superzoetigheden niet aan. Ooit walgde ik van die stelletjes die elkaars hand vasthouden in de trein, of kussen in de bus. Mensen die eeuwig aan elkaar vastgeplakt lijken. Ik noemde ze altijd 'Velcro couples' ofwel klittenband.
Onlangs werd ik er door mijn beste vriendinnetje I. op gewezen dat ik zelf in slechts enkele weken van een taai wijf met droge humor een weeig poppetje ben geworden.
Ik word aggressief van mezelf en wil ergens tegen aan schoppen. Ik bén weeig, en ik kan er heel weinig aan doen.
Verhalen gedijen nu eenmaal beter met ellende...
En nu ís er ellende. Toen ik een paar maanden geleden van de operatietafel kwam werd ik wakker met de verdwijning van een vliegtuig dat intussen nog steeds niet gevonden is. En nu word ik van mijn roze wolk afgetrokken door de ramp van een volgende. Een paar maanden geleden had ik de hoop dat de vermissing van MH370 een complot zou zijn, en hoop geeft een goede aanzet tot grappen. Met het verlies van MH17 zijn er geen grappen te maken. Alleen de crue opmerking dat het nu echt zuigt om aandelen Malaysia Airlines te hebben, want die vallen bijna net zo snel als de 17.
Als ik de kranten er op na lees, mag ik geloven dat iedereen wel iemand kende op de vlucht. Dat de passagiers een afspiegeling waren van de Nederlandse maatschappij; hoog en laag opgeleid, oud en jong, blank en niet blank.
Ik kende niemand echt. Het feit dat ik een persoon die verongelukt is wel eens heb gezien, doet mij iemand niet kennen. Maar dat zijn foto, en met hem vele andere foto's van mensen die ik nooit eerder heb gezien, rond geslingerd wordt op Facebook, maakt dat het lijkt of ik hen ken. Alsof al mijn vrienden iemand lijken te kennen. Ik besef dat we de slachtoffers niet perse kennen, maar vooral herkennen in ons zelf.
We herkennen ons in de wereldverbeteraar, de avonturier, de student, de bloemist en de huisvrouw. We herkennen ons in de arbeider die snakte naar vakantie, de vader die dacht naar huis te gaan, de supporter die dacht zijn team aan te moedigen.
We herkennen hoe het is om blinde pech te hebben (of juist geluk; er zijn een aantal die de vlucht gemist hebben). We herkennen de angst om iemand die je lief hebt kwijt te raken. En dat het best menselijk is om verdriet te voelen.
Ik ben wat betreft publiek vertoon van affectie de laatste tijd dus wat milder. Het kussen in bussen mag van mij nog steeds bestraft worden met een bak ijswater, maar wat vaker iemands hand vastpakken, gewoon omdat het kan en de ander daar misschien ook behoefte aan heeft; wellicht wordt de wereld daar wel beter door.
En als je vrienden met een muzikaal pareltje doorkomen, mag dat wat mij betreft ook best gedeeld. Thanks Tinus :)
dinsdag 8 juli 2014
Kikker
Ik zag vandaag een kikker.
Ten minste, wanneer is een kikker nog een kikker?
Hoewel hij nog wel herkenbaar was als een kikker, was hij plat.
Overreden door een fiets, en ik dacht: wat jammer dat het een platte kikker is en geen platte pad.
Poëtisch gezien dan.
De fiets die hem overreden had, had zijn darmen door zijn bek naar buiten geperst. Dat klinkt best een beetje vies. Als de kikker iets anders zou zijn, iets groters, een hond of een kat, dan zou het ook echt heel erg vies en heel naar zijn. Maar het is maar een kleine kikker, die niet zichtbaar is als je er niet toevallig naar kijkt.
Op zijn darmen zit een vlieg, triomfantelijk in de zon.
Ten minste, wanneer is een kikker nog een kikker?
Hoewel hij nog wel herkenbaar was als een kikker, was hij plat.
Overreden door een fiets, en ik dacht: wat jammer dat het een platte kikker is en geen platte pad.
Poëtisch gezien dan.
De fiets die hem overreden had, had zijn darmen door zijn bek naar buiten geperst. Dat klinkt best een beetje vies. Als de kikker iets anders zou zijn, iets groters, een hond of een kat, dan zou het ook echt heel erg vies en heel naar zijn. Maar het is maar een kleine kikker, die niet zichtbaar is als je er niet toevallig naar kijkt.
Op zijn darmen zit een vlieg, triomfantelijk in de zon.
zaterdag 28 juni 2014
Rommelzolder
Voor J.
twee spiegels, tegenover elkaar.
Één leek er gebarsten,
maar 't bleek slechts de reflectie
van de ander.
vrijdag 27 juni 2014
Bankzitten
Ik kan best stilzitten.
Als ik een boek lees, vergeet ik de wereld om me heen. Dan word ik waarschijnlijk na een paar uur afgeleid door een prikkeling van een slapend lichaamsdeel, wat ik dan even wakker schud, en als de ergste pijn geweken is, exact in de zelfde houding wordt teruggeschoven.
Als ik een film of een spannende serie kijk, ga ik op stand-by. 'TV aan, Marie uit' grap ik wel eens, maar dat kan je vrij letterlijk nemen. Zo had mijn broer zich onlangs uitgesloofd om een heerlijke maaltijd te maken en stelde hij voor, tegen beter weten in, om voor de pit te eten. Toen hij na een kwartier doorhad dat ik al die tijd alleen maar naar een bankrovende Jason Statham zat te staren, besloot hij de film op pauze te zetten, zodat ik in ieder geval mijn vlees kon snijden en een paar happen kon nemen.
Genant wordt het als er sport op tv is. Dan kan ik namelijk juist helemaal niet stilzitten. Ik beweeg van links naar rechts als de schaatsploeg weer een medaille pakt, maar beweeg ook als een kunstschaatser afzet om een drievoudige Axl uit te voeren, of als een basketballer een mooie actie maakt. Toen ik twee weken geleden bij de halve finale van de mannen bij het WK hockey was, werd mijn tekortkoming nog eens benadrukt. Hoewel Youp van 't Hek amusant beschreef in een van zijn columns hoe het er tijdens die hockeywedstrijden aan toegaat, werkt het bij mij toch anders. Waar andere mensen vriendelijk zijn en blijven rustig zitten op hun stoeltje tijdens de wedstrijd, kan ik met geen mogelijkheid stilzitten. Nee, ik vind de scheidsrechter geen homo, en het team waar ze tegen spelen hebben geen prostituerende moeders, maar ik me wel heel erg ergeren aan de amateuristische praat van de mensen die achter me zitten en duidelijk niet zo veel verstand hebben van hockey als ik. Ik denk aan het afgelopen hockeyseizoen, waarin ik door mijn tumor de hele tweede helft naast het veld heb gestaan. Heb gestaan ja, want zitten in de dug-out is tijdens een wedstrijd onmogelijk. Ik beweeg mee, ik coach totaal overbodig, ik schreeuw de bal bijna het andere doel in. Als ik er eens goed over nadenk, zit er slechts een dunne lijn tussen mijn gedrag en die van een hooligan, met het enige verschil dat ik wel de tegenpartij en de bushokjes op weg naar huis heel houd.
U kunt begrijpen dat met het kijken van al die wedstrijden van hockey, en nu het voetbal, ik af entoe een beetje gek word van mijn eigen neurotisch gedrag.
Het zou misschien beter zijn als we er komende zondag gewoon uitliggen, dan kan ik misschien weer even stilzitten.
Als ik een boek lees, vergeet ik de wereld om me heen. Dan word ik waarschijnlijk na een paar uur afgeleid door een prikkeling van een slapend lichaamsdeel, wat ik dan even wakker schud, en als de ergste pijn geweken is, exact in de zelfde houding wordt teruggeschoven.
Als ik een film of een spannende serie kijk, ga ik op stand-by. 'TV aan, Marie uit' grap ik wel eens, maar dat kan je vrij letterlijk nemen. Zo had mijn broer zich onlangs uitgesloofd om een heerlijke maaltijd te maken en stelde hij voor, tegen beter weten in, om voor de pit te eten. Toen hij na een kwartier doorhad dat ik al die tijd alleen maar naar een bankrovende Jason Statham zat te staren, besloot hij de film op pauze te zetten, zodat ik in ieder geval mijn vlees kon snijden en een paar happen kon nemen.
Genant wordt het als er sport op tv is. Dan kan ik namelijk juist helemaal niet stilzitten. Ik beweeg van links naar rechts als de schaatsploeg weer een medaille pakt, maar beweeg ook als een kunstschaatser afzet om een drievoudige Axl uit te voeren, of als een basketballer een mooie actie maakt. Toen ik twee weken geleden bij de halve finale van de mannen bij het WK hockey was, werd mijn tekortkoming nog eens benadrukt. Hoewel Youp van 't Hek amusant beschreef in een van zijn columns hoe het er tijdens die hockeywedstrijden aan toegaat, werkt het bij mij toch anders. Waar andere mensen vriendelijk zijn en blijven rustig zitten op hun stoeltje tijdens de wedstrijd, kan ik met geen mogelijkheid stilzitten. Nee, ik vind de scheidsrechter geen homo, en het team waar ze tegen spelen hebben geen prostituerende moeders, maar ik me wel heel erg ergeren aan de amateuristische praat van de mensen die achter me zitten en duidelijk niet zo veel verstand hebben van hockey als ik. Ik denk aan het afgelopen hockeyseizoen, waarin ik door mijn tumor de hele tweede helft naast het veld heb gestaan. Heb gestaan ja, want zitten in de dug-out is tijdens een wedstrijd onmogelijk. Ik beweeg mee, ik coach totaal overbodig, ik schreeuw de bal bijna het andere doel in. Als ik er eens goed over nadenk, zit er slechts een dunne lijn tussen mijn gedrag en die van een hooligan, met het enige verschil dat ik wel de tegenpartij en de bushokjes op weg naar huis heel houd.
U kunt begrijpen dat met het kijken van al die wedstrijden van hockey, en nu het voetbal, ik af entoe een beetje gek word van mijn eigen neurotisch gedrag.
Het zou misschien beter zijn als we er komende zondag gewoon uitliggen, dan kan ik misschien weer even stilzitten.
woensdag 18 juni 2014
Update/ Op date
Voor wie dacht dat ik na al die injecties van de aardbodem was verdwenen, u zat er niet helemaal naast. Ik was er nog wel, maar ik zat duidelijk met mijn hoofd ergens anders.
Ik had me voorheen nooit zo beseft wat hormonen doen met een mens. Die injecties waren vrij vervelend, maar de gevolgen waren al helemaal niet te overzien. Een paar voorbeelden.
Ik heb mijn appartement van boven naar beneden schoongemaakt. Dat is voor mij een nieuwe ervaring, want chaotischer dan ik vind je zelden elders. Nieuwe meubels, want interieur is saai. Die gordijnen kunnen echt niet meer. De kakofonie aan kleuren in mijn servieskast heeft plaatsgemaakt voor stilistisch wit. Het is de schuld van de hormonen. Heel vermoeiend.
En dan de emoties. Toegegeven, ik ben sowieso al best snel geraakt door mensen en gebeurtenissen, maar de afgelopen weken waren emotioneel gezien een wervelstorm. Om alles moet ik huilen en schaterlachen, heel vermoeiend. Huwelijk bijwonen? Huilen. Stromende regen? Schaterlachen. Mooi uitzicht? Huilen. Ontroerende reclames op tv? Huilen. Eerste keer zwemmen in de buitenlucht? Schaterlachen. Ook het weerzien met goede vrienden in een ouderwetse pub op een brakke zondagochtend brengt heel veel geluk en heel veel verdriet met zich mee. De emotie zit tussen troostende nostalgie en prangende onzekerheid. Het is de schuld van de hormonen. Heel vermoeiend.
Het voelt alsof er een tijdsportaal is geopend van mijn puberteit naar het heden. In Retro vertel ik over de wondere wereld van Tinder. Iemand had wellicht toen al moeten zeggen: ‘Maar Marie, daten als je niet zo stabiel bent is misschien wat onhandig’. Hoewel, er is een dikke kans dat ik me als een echte tiener zou gedragen en wijze raad hoe in de wind zou slaan. Dus, in het kader van het genieten eet ik ijsjes met een verhaal, bel ik uren, pratend over niets en alles, zoen ik op de kade, dans ik door de hal.En ik blijf het me zelf wijsmaken. Het is de schuld van de hormonen. Heel vermoeiend.
maandag 19 mei 2014
Prikken
Het is half negen 's avonds. De hitte van een heerlijke dag trekt een beetje weg door de ramen. Buiten wordt volop gebarbecued, gelachen, genoten. En binnen?
Ik zit, bijna huilend, op mijn woonkamervloer met een injectiespuit in mijn handen.
De afgelopen week is toch echt de knoop doorgehakt om te beginnen met het invriezen van eieren en mag ik de komende dagen hormonen injecteren om de boel op gang te brengen.
Alleen, ik ben echt als de dood voor naalden.
Daarom zit ik op de vloer. Ik ben ooit na bloedonderzoek flauwgevallen en hoewel ik rationeel echt wel weet dat ik van zo'n prik niet doodga, ziet mijn lichaam dat anders. Mijn benen zijn slap en werken niet mee. Mijn hand zweeft, met injectiepen, boven de plek waar ik zou moeten kunnen prikken, maar hoewel ik af en toe een steekbeweging lijk te maken komt de naald niet dichterbij dan twee centimer van mijn huid. Het zweet gutst over mijn hele lichaam en ik vervloek en bespot mezelf dat ik die hele eierprocedure aan me voorbij had laten gaan als ik wist dat ik hier zo zou zitten op mijn woonkamervloer.
Het is vijf voor negen 's avonds. Ik ben in al die tijd nog niets opgeschoten. Ik heb de plek op mijn huid nog maar eens ontsmet. Elke verpleegster had al twintig andere mensen geinjecteerd in de tussentijd.
Misschien moet ik mijn ogen dicht doen. Nee, straks prik ik mis. Misschien moet ik een andere plek pakken, want in mijn buik prikken is ook weer zo wat.
Intussen bedenk ik me dat ik al een poosje het stuk huid vastheb waarin ik wilde prikken. Zo lang dat het een beetje pijn doet. Pijn heb ik dan toch al.
Het lukt. Na een half uur staren naar die rotnaald zit hij in m'n buik. Niet dat ik er iets van voel. Ik voel zelfs helemaal niets. Ik kijk met ongeloof naar mijn buik waar die naald nog inzit. En ook als ik hem er uit haal voel ik niets. En ik schaam me dat ik me ruim een half uur heb druk gemaakt.
Om niets.
Ik zit, bijna huilend, op mijn woonkamervloer met een injectiespuit in mijn handen.
De afgelopen week is toch echt de knoop doorgehakt om te beginnen met het invriezen van eieren en mag ik de komende dagen hormonen injecteren om de boel op gang te brengen.
Alleen, ik ben echt als de dood voor naalden.
Daarom zit ik op de vloer. Ik ben ooit na bloedonderzoek flauwgevallen en hoewel ik rationeel echt wel weet dat ik van zo'n prik niet doodga, ziet mijn lichaam dat anders. Mijn benen zijn slap en werken niet mee. Mijn hand zweeft, met injectiepen, boven de plek waar ik zou moeten kunnen prikken, maar hoewel ik af en toe een steekbeweging lijk te maken komt de naald niet dichterbij dan twee centimer van mijn huid. Het zweet gutst over mijn hele lichaam en ik vervloek en bespot mezelf dat ik die hele eierprocedure aan me voorbij had laten gaan als ik wist dat ik hier zo zou zitten op mijn woonkamervloer.
Het is vijf voor negen 's avonds. Ik ben in al die tijd nog niets opgeschoten. Ik heb de plek op mijn huid nog maar eens ontsmet. Elke verpleegster had al twintig andere mensen geinjecteerd in de tussentijd.
Misschien moet ik mijn ogen dicht doen. Nee, straks prik ik mis. Misschien moet ik een andere plek pakken, want in mijn buik prikken is ook weer zo wat.
Intussen bedenk ik me dat ik al een poosje het stuk huid vastheb waarin ik wilde prikken. Zo lang dat het een beetje pijn doet. Pijn heb ik dan toch al.
Het lukt. Na een half uur staren naar die rotnaald zit hij in m'n buik. Niet dat ik er iets van voel. Ik voel zelfs helemaal niets. Ik kijk met ongeloof naar mijn buik waar die naald nog inzit. En ook als ik hem er uit haal voel ik niets. En ik schaam me dat ik me ruim een half uur heb druk gemaakt.
Om niets.
Abonneren op:
Posts (Atom)